Sociaal wetenschapper Kirtie Algoe stelt dat Suriname onvoldoende is voorbereid op de maatschappelijke gevolgen van de verwachte miljarden US dollars aan olie- en gasinkomsten. Zij waarschuwt, in gesprek met de Ware Tijd, dat de voorbereiding op de nieuwe industrie steeds meer lijkt op “een race tegen de klok tussen werkpaarden en sierpaarden”.
Tekst Kevin Headley
Beeld privécollectie
Algoe staat sceptisch tegenover de olie- en gasontwikkeling, omdat verschillende signalen volgens haar wijzen op het risico van ‘grondstoffenvloek’. “Wij kunnen bijvoorbeeld denken aan de waarschuwingen van het Internationaal Monetair Fonds, de uitspraken van de president over onze readiness voor de sector, stijgende grondprijzen in bepaalde gebieden, de status van het zogenoemde spaarfonds en het tekort aan arbeidskrachten.”
“Crisis leert ons geconcentreerd nadenken, bezinnen en vervolgens opnieuw creëren”
Algoe stelt dat voor haar het ergste is dat de midden- en lagere klasse uiteindelijk de grootste klappen van kunnen krijgen. Immers, zij zijn vaak de uiteindelijke betalers van harde besluiten en niet-transparante afspraken die door een kleine elite worden gemaakt. “Landbouw en toerisme zijn zeker waardevolle sectoren voor ontwikkeling, weliswaar geen nieuwe initiatieven. We negeren structureel cultuur, natuur en de kennisindustrie. Die zouden we juist moeten stimuleren om uit het dal te kruipen”, stelt de socioloog.
Algoe geeft verder aan dat burgers nu al moeite hebben om grond te bemachtigen, voldoende leerkrachten en onderwijskwaliteit te behouden en toegang te krijgen tot goede gezondheidszorg. Over de vanzelfsprekende ruggengraat van een samenleving – cultuur, kennis en sport – zegt zij nog niets. Kort gezegd: het land implodeert. Daarom is volgens haar de basis momenteel te fragiel om straks het gewicht van de industrie te dragen. “Integendeel, die maakt ons kwetsbaarder voor hebi die we nog niet oplossen, waaronder corruptie.”
Drie uitdagingen
Een slimme begroting, krachtige wetgeving en diverse fondsen bieden onvoldoende soelaas, omdat Suriname volgens Algoe met drie fundamentele en historische uitdagingen kampt die vaak worden genegeerd. “Ten eerste werkt onze sociaal-economische afhankelijkheidsstructuur van vóór 1975 nog altijd door, ook in 2026. Ons historisch besef hierover is jammer genoeg laag, behalve wanneer er een tijdelijk financieel belang aan is gekoppeld is.”
De nieuwe industrie kan, aldus de socioloog, de kleine verworvenheden als natie, ondanks koloniale sporen, veranderen. “Denk aan de sociale structuur en klassen, onze impliciete gedragscodes in onderlinge omgang, taalgebruik en gezagsverhoudingen op de arbeidsvloer.”
Ten tweede is discontinuïteit binnen instituten in het land eerder regel dan uitzondering, legt Algoe uit. “Onze politieke cultuur wordt gekenmerkt door selectieve vijandschappen en kameraadschappen tussen mensen die tegelijkertijd een samenleving moeten besturen en vormgeven. Dat wordt vaak pragmatisme genoemd, terwijl onze commentaren dan als theoretisch worden weggezet.”
Ten derde heeft Suriname een zeer lage realisatiegraad van plannen. “Als samenleving krijgen we niet zelden het verwijt dat we veel praten, maar weinig uitvoeren. Kijk bijvoorbeeld naar de realisatie van slechts ongeveer 10 procent van de ruim vijfhonderd projecten uit het ‘Financieel Jaarplan 2026’. Dat is ontzettend laag. Dit cijfer illustreert een groter, ingewikkeld probleem: een cultuur van wantrouwen, een voortdurende institutionele uitholling, waarbij we ongewenst auto-immuunziektes ontwikkelen voor de natie. Onze eigen plannen vallen van binnenuit uit elkaar.”
Werkpaarden versus sierpaarden
Algoe meent dat eigenschappen als doorzettingsvermogen, optimisme, creativiteit, vakmanschap en het beschermen van idealen steeds moeilijker uitvoerbaar lijken binnen de huidige context. Ze noemt de voorbereiding op de olie- en gasontwikkelingen “een race tegen de klok tussen werkpaarden en sierpaarden”, waarbij de laatste groep groter lijkt dan de eerste. “De groepen die in de praktijk moeten uitvoeren en trekken, lopen er vaak de kantjes vanaf.”
Ze vertelt over een recente consultatieronde van een internationaal bedrijf in verband met een aankomend project en noemt het beschamend dat vertegenwoordigers van de overheid slecht participeerden. “Ze vertrokken direct na de eerste presentatieronde met een snack in de hand. Dat kan misschien toeval zijn. Maar hun bijna massale passiviteit tijdens de discussieronde niet. Het was duidelijk dat velen de materie onvoldoende beheersten.”
Volgens haar waren de vragen die de leidinggevende van de overheidsdelegatie stelde aan de internationale sprekers en hun lokale vertegenwoordigers zeer basaal. ”Als een hearing al zo verloopt, hoe wil je dan een kritische gemeenschap zijn die een nieuwe industrie moet helpen ontwikkelen? De mensen die de materie wel begrijpen en zich daadwerkelijk inzetten, voeren bijna letterlijk een race tegen de klok.”
Toch ziet Algoe ook positieve ontwikkelingen. Zij wijst op de regelmatige kritische beschouwingen over de oliegedreven plannen. “Op verschillende niveaus wordt gewezen op het belang van nuchterheid en waakzaamheid. Dat lijkt mij voorlopig een goed teken, zeker gezien de grote onzekerheid op het wereldtoneel. Er heerst steeds meer een sfeer van de ‘wet van de sterkste’. Een belangrijke machtsfactor zijn energiebronnen, iets wat wij kunnen aanbieden, maar verder relatief weinig strategische troeven hebben. Wie zijn onze bondgenoten? Hoe versterken wij onze onderhandelingspositie rond onze natuurlijke hulpbronnen? Ik probeer vanuit mijn ‘niet-oliebrein’ vooral het sociaal-maatschappelijke perspectief centraal te blijven stellen.”
Doelen op korte termijn
Algoe vindt dat Suriname op korte termijn alvast twee zaken moet aanpakken. Ten eerste: corruptie en het smeden van een werkbare beleidsformule met gedreven en gedisciplineerde trekkers en uitvoerders. “Dus geen opsomming van wensen of behoeften, maar een goed doordacht beleid dat uitgaat van een grotere samenhang tussen beleidsgebieden, gebaseerd op inzicht in de lokale cultuur en kennis van bewezen successen en ontwikkeld in samenwerking met een klein aantal regionale en internationale partners.”
“Vertegenwoordigers van de overheid vertrokken direct na de eerste presentatieronde met een snack in de hand”
Als tweede noemt ze de uitvoering van een strategie waarin het eigen kapitaal in de breedste zin van het woord prioriteit krijgt. “Cultuur is onze ruggengraat; die moeten we verder ontwikkelen. Biodiversiteit is ons gegeven; dat moeten we benutten, met kennis en onderzoek als leidende motor. Voorwaardelijk daarbij is goed bestuur, waarmee je ordinair stelen of ‘legale’ disproportionele verrijking voorkomt.”
Veel hulpbronnen, zoals gas en olie, zijn van tijdelijke aard. Zij mogen daarom niet de focus worden, zegt Algoe. “De hefboomfunctie van inkomsten uit deze sector voor andere ontwikkelingsgebieden moet daarom nauwlettend worden gemonitord. Crisis leert ons geconcentreerd nadenken, bezinnen en vervolgens opnieuw creëren. Een reset voor gezonde fundamenten, behalve als we massaal de handdoek in de ring gooien.
- Derde helft WK 2026: Canada ondanks nederlaag door naar de …..
- Derde helft WK 2026: Bosnië wint cruciale duel van Qatar da…..
- Geschiedenis of propaganda?..
- Staat wint kortgeding tegen Baitali:..
- OWRO heeft ruim SRD 1 miljard extra nodig voor uitvoering p…..
- Bouva: ‘Suriname verandert standpunt over Palestina niet…..
- Socioloog Kirtie Algoe: voorbereiding olie-industrie is rac…..
- Arbeider in beeld als hoofdverdachte bij diefstal kluis aan…..
- Josta M. Ho A Hing..
- Josta Margo Ho-A-Hing..
- John R. Hermelijn..
- O P S P O R I N G: WELZIJN, ROBERT MARLON alias “ROBA”..
- Verdachten krijgen 5,5 en 6,5 jaar cel in spraakmakende SLM…..
- Brunings: Eerste verkoop carbon credits; onderhandelingen m…..
- Spookvoorzitter..
- Derde helft WK 2026: Laatste groepswedstrijden zetten koers…..
- Cornellie Malonie..
- WK 2026 Special – Messi, Mbappé en Haaland voeren historisc…..
- Suriname kan niet groeien zonder beter onderwijs..
- Rotte ‘politie’ appels..
- Vicepresident: ‘Spanningsveld bij onderwijsbegrotingen’..