Recensie: ‘De opdracht van Afo Fransje’

Diepgaande en gelaagde reflectie op vrijheid in gebondenheid

Beeld Euritha Tjan A Way

PARAMARIBO – Een afo is in de Surinaamse context vaak een oudere vrouw. En niet zomaar oud, maar oud, wijs en met een grote dosis levenservaring. Een afo heeft vaak zoveel meegemaakt dat zij een stap terug kan doen en het leven van een afstand kan bezien. De wijsheden die het leven haar heeft geleerd, deelt ze vaak met anderen. Die levenslessen zijn niet altijd direct duidelijk, maar zitten vaak in een agersi tori, een odo of een waarschuwing.

Zo’n afo komen we tegen in het theaterstuk De opdracht van Afo Fransje. Afo Fransje is de inmiddels overleden overgrootmoeder van KJ (Kimany Nelzon). Ze heeft hem een grote schat nagelaten: wijze lessen waar hij heel vaak op terugvalt.

KJ is in het stuk deel van een vierkoppige groep schoolgaande jongeren die voor de geschiedenisles een werkstuk in elkaar moeten zetten. De groep bestaat verder uit Asha (Selen Sariman), Frida (Jomara Roletti) en Zaid (Gavin Lie Atjam). Samen vormen zij een weerspiegeling van de verschillende gemengde bevolkingsgroepen die Suriname kent. De geschiedenisopdracht heeft te maken met 1 juli, Ketikoti.

Voor deze gelegenheid denkt KJ terug aan een van de wijze uitspraken van afo Fransje. Zij heeft hem geleerd dat Ketikoti iets van elke dag is. Wat ze daarmee bedoelt, ontdekken de jongeren samen. Ze komen erachter dat er ketenen zijn die teruggaan tot de slaventijd en die ons in Suriname nog steeds ‘gevangen’ houden. Dat meisjes en vrouwen hun kroeshaar bijvoorbeeld nog steeds wegdoen met pijnlijke straight-behandelingen en andere methoden, omdat het dan ‘beter’ zou zijn. Dat Sranan onze taal is, maar nergens wordt onderwezen en maar weinig wordt gewaardeerd en gekoesterd. Want als die ketenen er nog zijn, zijn we dan ook echt vrij?

Tijdens de slavernij werden tot slaaf gemaakte mensen ook ingedeeld op basis van functionaliteit, huidskleur, nut en nog een scala aan andere criteria. Hoe lichter de huidskleur, bijvoorbeeld, hoe meer kansen, terwijl hoe zwaarder het slavenwerk, hoe minder waardering. Het waren allemaal systemen om de bevolking te verdelen en eenheid in de weg te staan. Eenheid maakt namelijk macht en machtig. Dat moest tegen elke prijs worden voorkomen.

Dat beleid werd voortgezet na de afschaffing van de slavernij, toen immigranten naar Suriname kwamen. Ook zij werden apart gehouden van de voormalige tot slaaf gemaakten.

Het gevolg daarvan is dat we elkaar nog steeds niet volledig vertrouwen en dat samenwerken tot op de dag van vandaag een uitdaging is. Het lichtpuntje is dat het wel kan, als je daar bewust op inzet. Dat leren deze vier jongeren, die ieder een andere achtergrond hebben, gaandeweg het theaterstuk. Daarmee voeren ze de opdracht van afo Fransje subliem uit.

Afo Fransje maakt ook duidelijk dat het ‘werk nog niet af is’. Dus de generaties die na ons komen hebben de opdracht om de ketenen van het verleden te breken en te werken aan een Suriname waar plaats is voor iedereen en waar we trots op kunnen zijn.

Het is zeer knap van schrijver en regisseur Sharda Ganga dat zij deze zware onderwerpen heeft kunnen gieten in een vorm die kinderen goed kunnen begrijpen. Het theatergezelschap heeft namelijk elf scholen bezocht in verschillende districten voordat het grotere publiek er op 14 en 15 augustus van kon genieten in Villa Zapakara. Ook het meenemen van hedendaagse problemen, zoals grote gezinnen in kleine huizen, gokverslaving en moeders die naar het buitenland vertrekken voor een beter leven, is Ganga heel goed afgegaan.

Dat kon mede doordat de jonge acteurs hun rollen prima vertolkten. Maar Ganga is natuurlijk niet eenieder. Haar theatertalent behoort tot het beste van Suriname. Met dit theaterstuk heeft zij, na een lange rustperiode, opnieuw bewezen dat wat in het vat zit niet verzuurt. Uit dat vat mag wat mij betreft vaker worden getapt.

De diepgang van dit stuk, dat door Ann Hermelijn en Maureen Healy is geproduceerd, bewijst dat theater een prachtig middel is om ook diepgaande onderwerpen te behandelen. De Surinaamse samenleving zit vol verhalen en misstanden die via theater verteld en herkenbaar gemaakt kunnen worden. Als samenleving hebben we dit soort momenten van reflectie nodig. 

Het is te hopen dat de olie- en gasmiljarden die we vanaf 2028 binnen zullen krijgen, er eindelijk voor zullen zorgen dat er financiering komt voor dit soort kunst- en cultuuruitingen. Die kunnen ons land de broodnodige momenten van diepgang en wijsheid brengen. Want Afo Fransje heeft helemaal gelijk: het werk moet doorgaan.

Euritha Tjan A Way