“De beste manier om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van transportinfrastructuur de economie versterkt en tegelijkertijd de natuur beschermt, is overwegingen over klimaat- en biodiversiteit vanaf het begin mee te nemen.” Dat zei Mohamed Bakarr van de Global Environment Facility (GEF) tijdens de eerste jaarlijkse Grid-conferentie in Hotel Torarica. Hij noemt de wereldwijde behoefte aan nieuwe infrastructuur zo groot dat landen al in de vroegste planningsfase rekening moeten houden met de gevolgen voor natuur en klimaat. Met het internationale programma Greening Transportation Infrastructure Development (Grid) wil het GEF landen ondersteunen om die omslag te maken. “We moeten erop toezien en samen ernaar werken dat de natuur vanaf de eerste fase deel moet zijn van infrastructuurplanning”, verduidelijkt hij tegenover de Ware Tijd.
Tekst en beeld Edwien Bodjie
Bakarr is manager van de Integration and Knowledge Division and Lead Focal Point voor Grid binnen de GEF. Hij sprak namens het secretariaat van de organisatie, die al meer dan 35 jaar ontwikkelingslanden ondersteunt bij het aanpakken van mondiale milieuproblemen. De GEF werkt met 145 landen en probeert zijn financiering steeds beter af te stemmen op de ontwikkelingsdoelen en behoeften van die landen.
“In de komende jaren kunnen we samen iets tot stand brengen dat werkelijk verandering teweegbrengt”
Bakarr voorspelt dat de druk om nieuwe infrastructuur aan te leggen de komende jaren verder zal toenemen. Naar schatting is wereldwijd tot 2040 ongeveer 95 biljoen Amerikaanse dollar nodig aan investeringen voor nieuwe infrastructuur. Dat is bijna twee keer zoveel als de bestaande infrastructuur in 2012.
Vooral transportvoorzieningen, zoals wegen en andere verbindingen, kunnen grote gevolgen hebben voor natuurgebieden wanneer bij de planning onvoldoende rekening wordt gehouden met het milieu. Bakarr waarschuwt: “Als deze ontwikkeling niet op een doordachte manier wordt gepland en uitgevoerd, kan dat verstrekkende sociale en milieugevolgen hebben. We moeten rekening houden met verlies van biodiversiteit, ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen.”
Hij wijst erop dat transportinfrastructuur enerzijds noodzakelijk is voor economische groei en het verbinden van gemeenschappen, maar anderzijds een grote druk kan leggen op ecosystemen. Tegen 2050 worden wereldwijd naar schatting 25 miljoen kilometer aan nieuwe wegen verwacht, waarvan ongeveer 90 procent in ontwikkelingslanden.
Deze uitbreiding kan leiden tot verdere ontbossing, versnippering van leefgebieden en verstoring van natuurlijke verbindingen tussen ecosystemen. Ook kunnen wegen en andere infrastructuur kwetsbaar zijn overstromingen, extreme hitte en andere gevolgen van klimaatverandering. De aanleg, het onderhoud en het gebruik ervan kunnen bovendien aanzienlijke hoeveelheden broeikasgassen veroorzaken.
Samenwerking
Het GEF heeft Grid daarom als één van zijn geïntegreerde programma’s aangemerkt. Het gaat niet alleen om het beschikbaar stellen van geld, maar ook om samenwerking tussen overheden, uitvoerende organisaties, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen. “Wanneer we spreken over geïntegreerde programma’s verwachten we van landen dat zij overheidsinstanties en de samenleving als geheel bij de aanpak betrekken”, legt Bakarr uit.
Dat vraagt ook om een andere manier van denken over de financiering en aanbesteding van infrastructuur. Investeringen moeten, waar mogelijk, samengaan met maatregelen voor bescherming en herstel van ecosystemen. Het programma moet landen helpen om natuur en klimaat al in de eerste fase van ontwikkeling van infrastructuur mee te nemen.
Dat betekent dat niet pas bij de bouw wordt gekeken naar mogelijke milieuschade, maar dat al bij de keuze van locaties, investeringsbesluiten en het ontwerp rekening wordt gehouden met biodiversiteit. Daarbij spelen ook kennis en informatie een grote rol.
Bakarr ziet mogelijkheden om de kennisplatforms van GEF-programma’s beter met elkaar te verbinden. Zo kunnen landen en partners ervaringen en oplossingen uitwisselen en voorkomen dat kennis binnen afzonderlijke projecten blijft.
Vijf landen als voortrekker
Grid brengt vijf landen bijeen: de Filippijnen, Maleisië, Nepal, Ukraïne en Suriname. Deze moeten met hun nationale projecten laten zien hoe economische ontwikkeling en bescherming van natuurlijke hulpbronnen beter met elkaar kunnen worden verbonden. Suriname is gastland van de eerste jaarlijkse conferentie.
Bakarr zegt ook dat de landen via nationale prioriteiten van elkaar kunnen leren. Ze zitten niet allemaal in dezelfde fase van hun projecten, maar kunnen ervaringen delen over beleid, technische oplossingen en de manier waarop biodiversiteit in infrastructuurplanning kan worden verwerkt.
Hij stelt ook dat het aansluit bij bredere internationale inspanningen, waaronder het VN-decennium voor duurzaam transport. Daarnaast zijn er raakvlakken met andere geïntegreerde GEF-programma’s, zoals initiatieven voor duurzame landschappen in het Amazonegebied, natuurvriendelijke ontwikkeling en duurzame steden.
Bakarr verwacht dat de samenwerking binnen Grid ook buiten de vijf deelnemende landen navolging kan krijgen. De ervaringen uit de projecten kunnen andere landen aanmoedigen om bij investeringen in transport en infrastructuur eerder rekening te houden met natuur en klimaat.
Verandering brengen
Deze eerste jaarlijkse Grid-conferentie is opgezet als platform voor samenwerking en kennisuitwisseling en niet uitsluitend als een bijeenkomst om de voortgang van projecten te bespreken. De deelnemende landen en partners hebben het over onder meer de beleidskaders, technische instrumenten, financieringsmogelijkheden en samenwerkingsverbanden die nodig zijn om biodiversiteit structureel in infrastructuurontwikkeling te verwerken.
Voor de komende fase ligt de nadruk op het omzetten van opgedane kennis in praktische uitvoering, technische ondersteuning en beleidsmaatregelen. Ook moeten de nationale projecten en het internationale programma beter op elkaar aansluiten. “Dit programma biedt ons iets heel bijzonders. In de komende jaren kunnen we samen iets tot stand brengen dat werkelijk verandering teweegbrengt”, meent Bakarr. Hij kijkt daarbij vooral uit naar verdere samenwerking tussen de landen en partners.
Voor Suriname komt Grid op een moment waarop nieuwe investeringen in onder meer havens, wegen en andere transportvoorzieningen op de agenda staan. Het Surinaamse project richt zich op havenontwikkeling langs de Surinamerivier, waarbij de bescherming van biodiversiteit een plaats moet krijgen in de planning.
De uitdaging is om infrastructuur te ontwikkelen die niet alleen economische activiteiten en verbindingen ondersteunt, maar ook rekening houdt met de ecosystemen waarvan gemeenschappen en toekomstige generaties afhankelijk zijn. Grid wil landen daarvoor niet alleen financiële ondersteuning bieden, maar ook de kennis, samenwerking en praktische instrumenten.
- Asabina eist duidelijkheid van regering over gebruik cyanid…..
- Dorpelingen Maho bezorgd over gronduitgifte: ‘Indringers mo…..
- Criminelen slaan toe in Wanica: US$ 10.000 en twee vuurwape…..
- Water Saramaccarivier weer veilig voor gebruik, maar NMA ra…..
- Ruim jaar na instelling luchtvaartwerkgroep nog geen duidel…..
- Democraten breken Republikeinse bolwerken en nemen Congres …..
- Tsang start vrijdag met landelijk asfalteringsprogramma: Fr…..
- Casas-directeur Wolf: ‘Geen quick fix om blacklisting lucht…..
- Coalitie wil volledige openheid over TAS-geldstromen en oms…..
- Chirurgen Diakonessenhuis behandelen geen SZF-verzekerden m…..
- Daadkracht vs chantage..
- Coalitie wil regering met spoed aan de tand voelen over bes…..
- Rusland predikt discriminatie in Nederland, maar zwijgt in …..
- Chirurgen Diakonessenhuis helpen geen SZF-verzekerden..
- Roberto Banel wordt nieuwe directeur van Radio SRS..
- Kraag nuanceert “vrijwillig vertrek” mennonieten: geen verz…..
- NMA: Water Saramaccarivier weer veilig voor gebruik; eten r…..
- Misiekaba: Diakonessenhuis-chirurgen eisen salaris van SRD …..
- Esajas waarschuwt voor te ruime macht directeur belastingau…..
- Monorath: ‘Uitstel van inbeslagname moet schriftelijk worde…..
- NMA: ‘Water Saramaccarivier weer veilig voor gebruik’..