Kantonrechter vonnist negen verdachten in zaak rond vermiste mannen en drugssmokkel

PARAMARIBO – De kantonrechter heeft uitspraak gedaan in de strafzaak tegen negen verdachten die waren aangehouden naar aanleiding van de vermissing van twee mannen. Eddy Koenawi en Mohamed Shamier Homahmarow worden sinds 24 mei 2024 vermist. De verdachten zijn schuldig bevonden aan deelname aan een criminele organisatie en overtreding van de Wet Verdovende Middelen, terwijl S.S. en D.B. daarnaast ook werden veroordeeld voor overtreding van de Vuurwapenwet.

De verdachten S.S. en D.B. hebben van de rechter een gevangenisstraf opgelegd gekregen van zes jaren, onder aftrek van de tijd die zij reeds in voorarrest hebben doorgebracht. Daarnaast kregen zij een geldboete van SRD 50.000,-, bij gebreke waarvan deze te vervangen is door elf maanden hechtenis. Vier andere verdachten, te weten G.S., H.K., R.T. en R.K., zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren onder aftrek van het voorarrest, vermeerderd met een geldboete van SRD 20.000,- te vervangen door vijf maanden hechtenis. Voor de verdachten L.P. en M.M. viel de straf lager uit; zij kregen twee jaren gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een geldboete van SRD 10.000,-, te vervangen door drie maanden hechtenis. Tevens zijn enkele in beslag genomen goederen verbeurd verklaard.

Volgens de kantonrechter bleek uit het dossier en de verklaringen overduidelijk dat de verdachten betrokken waren bij de criminele organisatie en verdovende middelen. Vooral verdachte S.S. legde gedetailleerde verklaringen af die werden ondersteund door medeverdachten, waaruit bleek dat zij op de hoogte waren van de drugs en assisteerden bij het laden en lossen. De verdachten werden oorspronkelijk feiten ten laste gelegd zoals deelneming aan een criminele organisatie, voorbereidingshandelingen en uitvoer of aanwezigheid van cocaïne.

De opgelegde straffen wijken op onderdelen af van de eerdere eisen van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie had voor D.B. en S.S. acht jaar geëist, voor G.S., H.K., R.T. en R.K. elk vijf jaar, en voor L.P. en M.M. elk drie jaar en zes maanden, inclusief geldboetes, bevel tot gevangenhouding en het verbeurd verklaren van onder meer vuurwapens en voertuigen. De raadslieden hadden tijdens de behandeling gepleit voor integrale vrijspraak wegens gebrek aan bewijs, dan wel om een passende straf. Wat betreft een tiende betrokkene, A.K., heeft de kantonrechter het Openbaar Ministerie op grond van artikel 95 van het Wetboek van Strafrecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze verdachte tijdens zijn detentie is overleden.