Een jaar DNA: De hamer en de lat

INGEZONDEN

Het parlement van Suriname vergadert volop, en de echte vraag is wat dat tot nu toe heeft opgeleverd. Een jaar geleden nam ik de voorzittershamer van De Nationale Assemblée over, met één belofte voorop: dat de lat omhoog moest. Dat betekende onder meer dat de orde van vergaderen werd teruggebracht tot het Reglement van Orde in strikte zin. Het klinkt eenvoudig, maar telkens stuiten wij op gegroeide conventies die de orde eerder vertroebelen dan dienen. Discipline herstellen is, kortom, zelf een strijd.

Suriname staat aan de vooravond van inkomsten uit olie en gas, en de vraag is niet hoe groot die reserves zijn, maar of onze instituties sterk genoeg zijn om die rijkdom in welvaart te vertalen in plaats van in verspilling. Op de Local Content Conference van oktober 2025 bepleitte ik daarom een Nationaal Productiviteits- en Diversificatieplan en een Parlementair Forum voor Economische Transitie: een vaste tafel waar parlement, regering, ondernemers en wetenschap de komende wetgeving over olie, gas, energiebeheer en lokale inhoud voorbereiden.

Local content moet daarbij meer zijn dan een woord: meetbare verplichtingen, met investeerders en ondernemers structureel betrokken op weg naar de eerste olie in 2028. In dat kader kijkt het parlement uit naar het Ontwikkelingsplan 2027-2031, dat de regering in oktober moet indienen, samen met de begroting voor het dienstjaar 2027. Het parlement controleert immers de regering, zeker in het traject naar 2028, en bewaakt de begrotingen; het is de eerste verdedigingslinie tegen verspilling.

Wetgeven en toezicht

In twaalf maanden hielden wij ruim veertig openbare vergaderingen en meer dan 130 commissievergaderingen. Zes wetten haalden de eindstreep: de Staatsbegroting 2025, aanname van het Staatsschuldenpla, de wijziging van de Wet Arbeidsadviescollege, en wijzigingen van de Rijwet, de Wet Brandweer Suriname en de Begrafeniswet. De Staatsbegroting 2026 verkeert nu in afrondende fase.

Tegelijk schuift door de commissies de zwaardere wetgeving die het fundament moet leggen: de Comptabiliteitswet, de modernisering van de Rechterlijke Macht, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet Openbaarheid van Bestuur en de Wet Centrum voor Innovatie en Productiviteit. Daarnaast zijn openbare commissievergaderingen aangekondigd; de eerste werd gehouden in het kader van de spraakmakende zaken van de In Staat van Beschuldigingstelling van drie gewezen Politieke Ambtsdragers.

Het Huis van het volk deed echter meer dan wetgeven; het hield ook toezicht. In die controlerende rol toonde het College zijn tanden: de zaak rond het Staatsziekenfonds, en het afdwingen van transparantie over een reeks nijpende vraagstukken, vordert gestaag.

Het instituut versterken

Naast wetgeven en toezicht investeerden wij in de versterking van het instituut zelf: een Meerjarig Parlementair Programma en een organisatorische en institutionele modernisering van De Nationale Assemblée. Financiering van extra parkeerruimte rond het parlement, voor een binnenstad met minder auto’s op straat en meer leefbaarheid, ligt ook op tafel. En wij zijn begonnen alle wetgeving sinds 1900 te digitaliseren, niet als archief, maar als fundament voor een AI-instrument dat de hele rechtspraktijk, van rechter en officier van justitie tot advocaat, notaris, deurwaarder en rechtenstudent, sneller toegang geeft tot het recht. Voor de nationale veiligheid komt er een vaste commissie Nationale Veiligheid.

Ook buiten de landsgrenzen was het parlement actief, en niet voor de vorm. In het jaar van ons gouden onafhankelijkheidsjubileum ontving dit parlement het Nederlandse koningspaar en buitenlandse gasten tot de Asantehene van het Ashanti-koninkrijk toe; wij spraken met de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met India en de Verenigde Staten, met Cuba en het Koninkrijk Saudi-Arabië. Daarnaast voerden delegaties van dit parlement diverse missies uit naar internationale fora, zoals de Inter-Parlementaire Unie (IPU), die de parlementaire diplomatie het afgelopen parlementaire jaar hebben versterkt.

Wat nog niet af is

Dezelfde nuchterheid past bij wat nog niet af is, en ik noem het bij naam. Het nieuwe Reglement van Orde, dat de orde en het niveau van het parlement moet optrekken, is er nog niet, al is het in voorbereiding. En de quorumdiscipline, de chronische kwaal van parlementen, verbetert, zij het nog niet genoegzaam.

Daarom houden wij voortaan ook de cijfers bij die ons werk meetbaar maken: het quorum, het aandeel vergaderingen dat doorgang vindt, het aantal aangenomen wetten, en de voortgang van de projecten voor de transformatie van het parlement als instituut.

De toets van jaar twee

De verschillen tussen coalitie en oppositie zijn aanwezig, zoals het in een democratie hoort. Overbruggen lukt wanneer wij het doel voorop stellen, het dienen van de gemeenschap, en land boven partij kiezen. Dat brengt mij bij de echte toets, die het komende jaar valt: niet hoe vaak de hamer klinkt, maar hoeveel wetten de zaal daadwerkelijk verlaten, en of de beloofde hervormingen meer worden dan goede voornemens.

Ik kies daarbij eerder voor integrale dan voor minimale wijzigingen wanneer wij wetten herzien in het college. Daarom verbind ik mij aan drie meetbare zaken: een vernieuwd Reglement van Orde binnen deze zittingsperiode; een vast en openbaar halfjaarverslag, zodat u ons werk zelf kunt wegen; en de afronding van de wetten die de burger het meest direct raken, te beginnen met die over economische transitie.

Want mijn eigen oordeel over dit eerste jaar is tweeledig: het politiek college heeft volop vergaderd en de resultaten in wet- en regelgeving zijn niet uitgebleven; anderzijds is de organisatorische transformatie in volle gang, en wat dat alles oplevert moet nu begrijpelijk en aantoonbaar worden gemaakt.

Michael Ashwin Adhin – Voorzitter van De Nationale Assemblée

De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.