Drugssmokkelaars Schiphol krijgen toch zwaardere straf

AMSTERDAM — Nadat de rechtbank in Haarlem drugskoeriers lichtere straffen had opgelegd dan in de nationale richtlijn voor straf staat, heeft het gerechtshof in Nederland die dinsdag teruggedraaid. De rechtbank in Haarlem oordeelde vorig jaar december dat de strafmaat in de richtlijn niet in verhouding staat tot de beperkte rol die de koeriers bij drugsmokkel hebben. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen in hoger beroep.

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde dinsdag in hoger beroep de twaalf drugskoeriers voor het vervoer van harddrugs van en naar Schiphol tot straffen die variëren tussen de vier en veertig maanden gevangenisstraf. De rechtbank legde eerder lagere straffen op: tussen de 110 dagen en 26 maanden.

“De rechtbank Noord-Holland was van mening dat de smokkelaars vaak de ‘zwakste schakel’ in de organisatie zijn en de eerdere zware straffen niet tot minder smokkel leidden”

Sinds eind 2025 geeft de rechtbank Noord-Holland aan Schiphol-drugskoeriers lagere straffen dan landelijk is afgesproken. Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) legt afspraken (oriëntatiepunten) vast over de strafmaat van delicten die veel voorkomen, zoals de in- en uitvoer van drugs. De rechter kan deze afspraken als oriëntatie gebruiken bij de oplegging van een straf. De gemaakte afspraken zijn bedoeld om gelijkheid in de landelijke straftoemeting te bevorderen.

Persoonlijke omstandigheden

Echter, het staat een rechter vrij om van de oriëntatiepunten af te wijken, onder meer vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de specifieke omstandigheden waaronder het feit is begaan. De rechtbank Noord-Holland was van mening dat de smokkelaars vaak de ‘zwakste schakel’ in de organisatie zijn en de eerdere zware straffen niet tot minder smokkel leidden.

In de uitspraken van dinsdag zei het hof dat de beginselen van rechtseenheid, rechtszekerheid, voorspelbaarheid en voorzienbaarheid ‘zijn gediend’ met het gebruik van de landelijke afspraken. Daarom week het hof af van de uitspraken van de rechtbank. Het hof zei wel oog te hebben voor de specifieke aard van de ‘koerierszaken’ en de door de rechtbank genoemde bezwaren tegen het gebruik van de oriëntatiepunten.