Suriname beschikt nog altijd over een uitzonderlijke bosbedekking. Meer dan 93 procent van het land bestaat uit bos. Tegelijkertijd laten de eerste resultaten van MapBiomas Suriname zien, dat het landschap de afgelopen veertig jaar wel degelijk ingrijpend is veranderd. Tussen 1985 en 2025 ging ongeveer 166.000 hectare bos verloren. Het gebied dat voor mijnbouw wordt gebruikt, nam in dezelfde periode met meer dan 850 procent toe. Deze cijfers plaatsen de huidige discussie over de komst van grootschalige landbouw door mennonieten in een bredere context: de druk op het Surinaamse bos is niet nieuw en wordt veroorzaakt door verschillende economische activiteiten. De mennonieten zijn daarbij wel degelijk een factor. Hun landbouwmethode brengt boskap met zich mee wanneer nieuwe landbouwgronden worden aangelegd. Dat moet niet worden ontkend. Tegelijkertijd is het te eenvoudig om de huidige discussie over kaalkap vrijwel volledig aan deze groep te koppelen. Suriname kent al jarenlang ontbossing als gevolg van goudwinning, houtkap, infrastructuur en andere vormen van landgebruik. Conservation International Suriname wees eerder op illegale houtkap en goudwinning als belangrijke bedreigingen voor het bos, terwijl de mogelijke grootschalige landbouw door mennonieten, als een aanvullende zorg werd genoemd. Ook vanuit de samenleving en de gemeenschappen in het binnenland wordt al langere tijd aandacht gevraagd voor de gevolgen van mijnbouw en houtkap. StarNieuws berichtte recent opnieuw over de gevolgen van goudwinning en vervuiling van waterlopen, waaronder de Saramaccarivier. Daarmee is duidelijk dat de discussie over natuurvernietiging niet pas is begonnen met de mennonieten. Dat betekent niet dat de ontwikkeling van grootschalige mennonitische landbouw zonder voorwaarden moet worden toegestaan. Integendeel. De ervaringen in andere landen, waaronder Belize, laten zien dat grootschalige landbouw in kwetsbare bosgebieden zorgvuldig moet worden gepland. Internationale berichtgeving heeft daar de afgelopen jaren de uitbreiding van landbouwgebieden door mennonitische gemeenschappen en de gevolgen daarvan voor bossen onder de aandacht gebracht. Suriname heeft daarom weinig aan een discussie die uitsluitend draait om de vraag of men vóór of tegen de mennonieten is. Het gaat om de voorwaarden waaronder grootschalige landbouw, mijnbouw en houtkap in dit land kunnen plaatsvinden. Daarvoor is een samenhangend grond- en bosbeleid nodig, waarin vooraf wordt bepaald welke gebieden geschikt zijn voor economische ontwikkeling en welke gebieden vanwege hun ecologische waarde moeten worden ontzien. Dat beleid blijft in de huidige discussie te veel op de achtergrond. Er worden grote economische ambities uitgesproken over landbouw, voedselproductie, mijnbouw en investeringen, terwijl de bescherming van het bos vaak als een afzonderlijk onderwerp wordt behandeld. In werkelijkheid zijn die zaken met elkaar verbonden. Iedere hectare die voor landbouw, mijnbouw of infrastructuur wordt ontwikkeld, maakt deel uit van dezelfde beperkte ruimte. Daarbij is een belangrijk onderscheid nodig. Niet iedere vorm van boskap is illegaal en niet iedere economische activiteit waarbij bomen worden verwijderd, is per definitie onverantwoord. Landbouwproductie is noodzakelijk en ook houtproductie kan binnen wettelijke en duurzame kaders plaatsvinden. Het probleem ontstaat wanneer de grenzen van wat verantwoord is niet duidelijk zijn, wanneer toezicht tekortschiet of wanneer economische belangen zwaarder wegen dan bestaande milieuregels.
Dat geldt voor iedereen. Een mennoniet die bos kapt voor landbouw, moet zich aan dezelfde regels houden als een Surinaamse ondernemer. Een goudzoeker mag niet worden ontzien omdat goud inkomsten oplevert. Een houtkapbedrijf mag evenmin onbeperkt produceren omdat hout een exportproduct is. Het uitgangspunt moet zijn dat de activiteit, de locatie, de omvang en de milieugevolgen bepalend zijn, niet de nationaliteit of achtergrond van degene die de activiteit uitvoert. Juist daar ligt een belangrijke taak voor de overheid. De recente discussie rond de mennonieten heeft laten zien hoe belangrijk duidelijkheid over grond, vergunningen, verblijfsstatus, milieubeoordelingen en gemaakte afspraken is. Wanneer verschillende overheidsinstanties betrokken zijn bij grondtoewijzing, landbouwontwikkeling en milieutoezicht, moeten die processen op elkaar aansluiten. Het kan niet de bedoeling zijn dat investeerders, lokale gemeenschappen en de samenleving pas achteraf ontdekken welke regels gelden.
Ook de rechten en belangen van inheemse en tribale gemeenschappen moeten daarin een duidelijke plaats krijgen. De geschiedenis van grondgebruik in het binnenland laat zien dat conflicten over grond niet uitsluitend milieukwesties zijn. Het gaat ook om leefgebieden, bestaanszekerheid en de manier waarop economische ontwikkeling wordt vormgegeven. Suriname hoeft landbouwontwikkeling daarom niet af te wijzen. Integendeel, de behoefte aan meer binnenlandse voedselproductie is legitiem. Maar grootschalige landbouw moet onderdeel zijn van een langetermijnvisie waarin ook biodiversiteit, waterbeheer, bodemkwaliteit en bosbehoud worden meegenomen. Hetzelfde geldt voor mijnbouw en houtproductie. De discussie over de mennonieten kan daarvoor een aanleiding zijn, maar mag niet het eindpunt worden. Het zou een gemiste kans zijn als de samenleving zich concentreert op één groep, terwijl de structurele problemen rond goudwinning, illegale houtkap, gronduitgifte en gebrekkig toezicht blijven bestaan. MapBiomas heeft ons nu een veel duidelijker beeld gegeven van de veranderingen in het Surinaamse landschap. Die gegevens kunnen niet alleen worden gebruikt om achteraf vast te stellen hoeveel bos verloren is gegaan. Ze moeten worden ingezet om toekomstige beslissingen beter te onderbouwen. De kern is daarom niet dat de mennonieten moeten worden aangewezen als dé veroorzakers van de ontbossing. De kern is dat Suriname eindelijk een duidelijke maatstaf nodig heeft voor iedere activiteit die ons bos aantast. Landbouw, goudwinning, houtkap en infrastructuur kunnen economische waarde opleveren. Maar die waarde mag niet worden berekend zonder de ecologische kosten mee te nemen. Suriname heeft zijn bos te lang als vanzelfsprekend beschouwd. Wie het bos wil behouden, hoeft economische ontwikkeling niet tegen te houden. Er moet alleen worden bepaald, waar die ontwikkeling wel en niet kan plaatsvinden, hoeveel natuur daarvoor mag worden opgeofferd en hoe wordt gegarandeerd dat de grenzen worden gerespecteerd. Wie bewaakt ons bos? Niet één groep, maar een overheid die duidelijke regels stelt en die regels voor iedereen daadwerkelijk handhaaft.
The post WIE BEWAAKT ONS BOS? ..
- Bezoek Rodríguez plaatst Suriname voor nieuwe geopolitieke …..
- STAATSSCHULDEN DIE BOUWEN OP OLIE-INKOMSTEN..
- LVV: geen 200 nieuwe Venezolaanse vissersboten in Surinaams…..
- Politie onderzoekt mogelijk seksueel misbruik 14-jarig meis…..
- Giftige metalen en de cognitief-emotionele ontwikkeling van…..
- LIGDAGTARIEVEN EN DE SURINAAMSE ZORG..
- PAARSE OOGKLEPPEN OP VOOR HET WANBELEID..
- Narcoticabrigade houdt drugsverkoper aan..
- Guyana verdiende ruim US$2,5 miljard aan olie in 2025..
- Lanceerbasis Kourou is wekker voor Suriname..
- Meer dan 2500 Surinamers doen mee aan onderzoek naar chroni…..
- RR- en DR-leden binnenland krijgen training in taken en ver…..
- Parmessar: tweede energiecentrale lost stroomprobleem niet …..
- VSB en LVV verdiepen overleg over rijst- en pluimveesector..
- RUIMTELIJKE ORDENING IS ZOEK..
- Benauwd, bewolkt en kans op onweersbuien in de middag..
- Modi en Xi proberen banden te herstellen tijdens BRICS-top …..
- Luchthaven in VS mogelijk vernoemd naar Dolly Parton..
- Palestijnse Maryam Basharat wint Aziatisch karategoud..
- WERELD VOETBAL NIEUWS | ZATERDAG 12 SEPTEMBER 2026..
- Hellings na herverkiezing: cao en nieuwe loonstructuur prio…..