LA GUAIRA/CARACAS — Drie dagen na de verwoestende aardbevingen in Venezuela is het dodental opgelopen tot 1.430. Tegelijkertijd groeit de wanhoop onder de bevolking, terwijl reddingswerkers onverminderd zoeken naar overlevenden onder het puin. In de zwaar getroffen kuststaat La Guaira neemt ook de frustratie toe over wat velen zien als een ontoereikende reactie van de autoriteiten.
De Venezolaanse regering maakte zaterdag bekend dat nog tienduizenden mensen worden vermist. Volgens de autoriteiten zijn minstens 51.000 personen nog niet teruggevonden, terwijl familieleden eerder melding maakten van bijna 69.000 vermisten.
“Vrijdagavond zaten daar nog mensen levend onder het puin, maar niemand kwam hen redden”Mileidy Romero
In steden als Catia La Mar en Caraballeda graven bewoners met schoppen, zwaar materieel en soms zelfs met blote handen tussen ingestorte gebouwen, op zoek naar familieleden en buren. De kans om nog levenden te vinden neemt snel af. Reddingsexperts beschouwen de eerste 48 tot 72 uur na een aardbeving als cruciaal.
Groeiend ongenoegen
Onder de bevolking groeit de kritiek op de hulpverlening. Veel inwoners vinden dat de overheid onvoldoende voorbereid was op de omvang van de ramp. “Vrijdagavond zaten daar nog mensen levend onder het puin, maar niemand kwam hen redden”, vertelde de bewoner Mileidy Romero. “We hebben zelf lichamen gevonden, maar ook daarbij kregen we geen hulp.”
Ook andere bewoners beschuldigden de autoriteiten ervan vooral aanwezig te zijn geweest voor de publiciteit. Volgens omstanders verlieten sommige overheidsmedewerkers de rampplek nadat zij ’s van zichzelf hadden gemaakt bij de ingestorte gebouwen.
De spanningen liepen zaterdag hoog op toen boze inwoners een graafmachine tegenhielden die de rampplek wilde verlaten. Enkele aanwezigen trokken de bestuurder zelfs uit de cabine, omdat zij vonden dat het materieel nodig was om verder te zoeken naar overlevenden.
Internationale hulp op gang
Ondertussen neemt de internationale hulp toe. Volgens de Venezolaanse autoriteiten zijn inmiddels zeventien vluchten met ruim 1.600 buitenlandse hulpverleners in het land aangekomen. Reddingsteams uit onder meer de Verenigde Staten, Mexico, Brazilië, El Salvador en Frankrijk ondersteunen de zoek- en reddingsoperaties.
De Verenigde Staten helpen daarnaast bij het herstel van de zwaar beschadigde internationale luchthaven Simón Bolívar bij Caracas. Momenteel is slechts één landingsbaan operationeel. Ook ligt een Amerikaans marineschip voor de kust klaar om ernstig gewonde slachtoffers op te nemen.
Waarnemend president Delcy Rodríguez liet weten dat ruim 14.000 militairen en politieagenten zijn ingezet in het rampgebied. De toegang tot de zwaarst getroffen gebieden is inmiddels beperkt en alleen mogelijk met speciale vergunningen.
Nog altijd naschokken
Terwijl reddingswerkers hun zoektocht voortzetten, blijft de aarde onrustig. Zaterdagmiddag werd voor de noordkust van Venezuela opnieuw een aardbeving met een kracht van 4,8 geregistreerd. Volgens het Europees-Mediterraan Seismologisch Centrum (EMSC) lag het epicentrum nabij de noordelijke staat Aragua, op ongeveer zeventig kilometer ten westen van Caracas.
Van de nieuwste beving zijn vooralsnog geen nieuwe schade of slachtoffers gemeld. Sinds de twee zware aardbevingen van woensdag, met magnitudes van respectievelijk 7,2 en 7,5, zijn al meerdere naschokken geregistreerd.
Miljoenen mensen getroffen
Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) kunnen uiteindelijk meer dan zes miljoen mensen door de ramp worden getroffen, onder wie ongeveer twee miljoen inwoners van de hoofdstad Caracas.
Deskundigen verklaren de enorme verwoestingen door de combinatie van twee zware, ondiepe aardbevingen die elkaar binnen korte tijd opvolgden. Vooral de staat La Guaira werd zwaar getroffen, terwijl ook verschillende wijken in Caracas aanzienlijke schade opliepen. Met het verstrijken van de tijd vrezen hulpdiensten dat de kans om nog overlevenden onder het puin aan te treffen steeds kleiner wordt.