Minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer, zegt dat het Tigri-gebied Surinaams grondgebied is en dat het binnenland geen ‘free-for-all’ is. Die uitspraak klinkt duidelijk. Maar zodra wordt gekeken naar wat er daadwerkelijk in het gebied gebeurt, ontstaat een veel minder duidelijk beeld. Want als Suriname stelt dat Tigri Surinaams grondgebied is, maar tegelijkertijd erkent dat Guyana daar activiteiten uitvoert en dat Suriname zelf onvoldoende aanwezig is om toezicht te houden, rijst de eenvoudige vraag: Wie heeft daar feitelijk de controle? De aanleiding is ernstig. De Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) heeft gemeld dat in het gebied op grote schaal bomen worden gekapt. De regering onderzoekt de situatie en wil satelliettechnologie inzetten om de ontbossing te monitoren. Dat is noodzakelijk, maar monitoring mag geen substituut worden voor aanwezigheid en handhaving. Een satelliet kan registreren dat bos verdwijnt, maar kan geen activiteiten stoppen, vergunningen controleren of overtreders ter verantwoording roepen.
Het probleem gaat bovendien verder dan bomenkap. Suriname en Guyana hebben al tientallen jaren een territoriaal geschil over Tigri. Suriname kiest voor dialoog. Dat is verdedigbaar. Maar diplomatie heeft alleen waarde wanneer zij leidt tot resultaten. Een grensgeschil dat decennialang blijft voortbestaan terwijl ondertussen activiteiten op het betwiste grondgebied plaatsvinden, vraagt om meer dan steeds opnieuw overleg.
VHP-parlementariër Mahinder Jogi heeft daarom onlangs tijdens de begrotingsbehandeling een fundamentele vraag gesteld: Welke concrete stappen zet Suriname om zijn aanspraken op Tigri veilig te stellen? Hij verwees naar het diplomatieke protest van Guyana tegen de kaart die tijdens SEOGS 2026 werd gepresenteerd en waarop Tigri als Surinaams grondgebied stond aangegeven. Guyana reageerde via diplomatieke kanalen. Jogi wilde weten, wat Suriname tegenover deze Guyanese reactie heeft gesteld. Volgens Jogi is Guyana actiever in territoriale kwesties en bestaat het risico dat Suriname achter de feiten aanloopt. Hij wees erop dat Guyana volgens hem beheersdaden uitvoert in het gebied, terwijl Suriname vooral blijft praten over overleg en commissies.
Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking stelde daartegenover dat de kwestie buiten de partijpolitiek moet worden gehouden. Volgens hem is Tigri een nationale zaak en kan de verantwoordelijkheid niet bij één regering worden gelegd. Het geschil gaat volgens hem terug tot de periode na de onafhankelijkheid in 1975. Hij pleitte daarom voor behandeling in een comité-generaal, achter gesloten deuren, om gezamenlijk de vervolgstappen te bepalen.
Daar valt iets voor te zeggen, want een territoriale kwestie behoort niet te worden gereduceerd tot partijpolitieke profilering. Maar ‘buiten de partijpolitiek houden’ mag evenmin betekenen dat concrete vragen onbeantwoord blijven. Juist omdat het een nationale zaak is, moet duidelijk zijn wat de nationale strategie is. Bouva benadrukte dat Suriname niet passief is geweest en verwees naar diplomatieke nota’s, contacten en de gezamenlijke grenscommissie. Hij stelde bovendien dat deze commissie geen vijftig jaar bestaat, zoals Jogi aangaf, maar in 2012 werd ingesteld. Sindsdien zijn meerdere bijeenkomsten gehouden en documenten uitgewisseld. Tegelijkertijd erkende Bouva dat het proces de afgelopen jaren vertraging heeft opgelopen. De reden daarvoor kon hij niet met zekerheid aangeven. Als een commissie sinds 2012 bestaat, meerdere bijeenkomsten heeft gehouden en documenten heeft uitgewisseld, maar het territoriale geschil nog altijd voortduurt, dan mag de samenleving weten, wat het resultaat van al dat overleg is. Hoe lang kan een grenskwestie worden beheerd, zonder dat er een duidelijke oplossing of escalatiestrategie komt?
De regering zegt dat Guyana activiteiten uitvoert in Tigri. Dan moet Suriname ook duidelijk maken, welke diplomatieke, juridische en praktische instrumenten het inzet. Niet alleen om te protesteren, maar om zijn positie daadwerkelijk te beschermen. De aangekondigde satellietmonitoring is een stap vooruit, maar onvoldoende. Als Suriname werkelijk stelt dat Tigri zijn grondgebied is, moet het ook weten wat daar gebeurt, wie er actief is, welke natuurlijke hulpbronnen worden geëxploiteerd en welke beheersdaden plaatsvinden. De uitspraak dat het binnenland geen ‘free-for-all’ is, moet daarom voor iedereen gelden. Ook voor activiteiten in gebieden waar Suriname zijn territoriale aanspraken verdedigt.
Tigri is geen abstract dossier voor diplomaten. Het gaat om grondgebied, natuurlijke hulpbronnen en staatsgezag. Daarom moet de regering niet alleen zeggen dat Tigri van Suriname is, maar ook aantonen hoe zij die aanspraak beschermt. Jogi vraagt om duidelijkheid. Bouva vraagt om nationale eenheid. Soeropawiro spreekt over toezicht. Maar uiteindelijk moet één vraag worden beantwoord: Wat doet Suriname concreet om te voorkomen dat het op papier aanspraak maakt op Tigri, terwijl de werkelijkheid zich ondertussen in een andere richting ontwikkelt? Want wie zijn grondgebied wil behouden, moet meer doen dan het op een kaart zetten. Tigri mag geen ‘free-for-all’ zijn. Maar Suriname moet dan wel laten zien, dat het zijn aanspraak daadwerkelijk kan waarmaken.
The post TIGRI-GEBIED MAG GEEN FREE-FOR-ALL ZIJN ..
- CvR bespreekt wet Surinamerschap met president..
- Ruben Chrisperkash Soekhlal..
- Pokie: toezicht op tehuizen en opvanginstellingen schiet te…..
- De gevaarlijke grens tussen politieke PR en militaire veili…..
- Langverwachte samenwerking Kenny B en Benjamin Fayah een fe…..
- Jeugdige aangehouden na dodelijke steekpartij nabij Juliana…..
- Bezoeker loopt schotverwonding op te Bigi Kroetoe..