Het vonnis in het conflict rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) roept bredere juridische vragen op over de positie van bestuurders die na het verstrijken van hun wettelijke benoemingstermijn blijven functioneren. Besluiten die zij nemen, overeenkomsten die zij ondertekenen en financiële verplichtingen die zij aangaan, kunnen onder bepaalde omstandigheden worden aangevochten. Advocaat Serena Essed en jurist Jennifer van Dijk-Silos wijzen in afzonderlijke interviews met de Ware Tijd op de risico’s die ontstaan wanneer de overheid niet tijdig duidelijkheid schept over benoemingen, bevoegdheden en contractuele afspraken.
Tekst Ivan Cairo
Beeld
Van Dijk-Silos stelt dat het vonnis ook betekenis heeft voor andere parastatale instellingen en overheidsbedrijven. Zij vindt dat de regering overeenkomsten van bestuurders kritisch moet onderzoeken en toetsen aan wettelijke bepalingen. Essed benadrukt dat het kortgedingvonnis een voorlopig karakter heeft en de juridische gevolgen per geval moeten worden beoordeeld.
“De overheid moet gaan leren om conform de wet te handelen en te doen wat ze moet doen en niet de boel te laten omdat ze denkt aan coalitiepartners” Jennifer van Dijk-Silos
Rechtsgeldigheid
Een belangrijke vraag is wat gebeurt met besluiten en overeenkomsten die een bestuurder heeft ondertekend nadat diens wettelijke benoemingstermijn is verstreken. Van Dijk-Silos stelt dat dergelijke handelingen juridisch kunnen worden aangevochten en zelfs ongeldig kunnen worden verklaard. Echter, dat betekent volgens haar niet dat alle besluiten automatisch hun rechtskracht verliezen.
Essed onderschrijft die nuancering: “Er kan derhalve niet in algemene zin worden geconcludeerd dat alle handelingen die na het verstrijken van een benoemingstermijn zijn verricht, zonder rechtsgevolg zijn.”
Ze stelt dat de rechtsgeldigheid moet worden beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wetgeving, de aard van de handelingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Daarbij spelen onder meer rechtszekerheid, continuïteit van het bestuur en bescherming van derden die te goeder trouw hebben gehandeld een rol.
Van Dijk-Silos wijst erop dat die bescherming niet onbeperkt is. Wie wist of redelijkerwijs had moeten weten dat een bestuurder mogelijk niet langer bevoegd was, kan zich niet zonder meer op goede trouw beroepen. “Met die hele commotie rondom TAS zou je geen enkele derde te goeder trouw kunnen vinden”, stelt zij.
Door de uitgebreide publiciteit rond het conflict is volgens haar inmiddels algemeen bekend dat er onzekerheid bestond over de bevoegdheden van de TAS-directeur. Of eerder genomen besluiten daadwerkelijk ongeldig zijn, zal volgens haar uiteindelijk door de rechter moeten worden beoordeeld.
Benoeming en overeenkomst
Beide juristen besteden aandacht aan het onderscheid tussen een wettelijke benoeming en de overeenkomst waarin de arbeidsvoorwaarden van een bestuurder zijn vastgelegd. Van Dijk-Silos onderschrijft het onderscheid dat de kortgedingrechter in de TAS-zaak heeft gemaakt.
Zij vindt het juridisch zuiverder om in dit geval te spreken van een overeenkomst over arbeidsvoorwaarden dan van een arbeidsovereenkomst. Ze legt uit: “De wet zegt: ‘de arbeidsvoorwaarden worden bij overeenkomst geregeld’.” Immers, de TAS-wet regelt de benoemingsprocedure en bepaalt dat de arbeidsvoorwaarden bij overeenkomst worden vastgesteld.
Volgens Van Dijk-Silos moet worden voorkomen dat overeenkomsten een langere bestuursperiode mogelijk maken dan de wet toestaat. Ook moet worden nagegaan of zij door de bevoegde functionaris zijn gesloten. Zij wijst erop dat bij TAS de minister verantwoordelijk is voor de arbeidsvoorwaarden van de directeur en dat de president-commissaris volgens haar niet bevoegd was de betreffende overeenkomst aan te gaan.
Essed benadrukt dat de verhouding tussen een wettelijke benoeming en een arbeidsovereenkomst steeds aan de hand van de specifieke wetgeving en omstandigheden moet worden beoordeeld.
Overheid tekortgeschoten
Van Dijk-Silos is kritisch over het optreden van de overheid in de TAS-kwestie. Volgens haar had veel eerder duidelijkheid moeten worden geschapen over het aflopen van de benoemingstermijn van directeur Wendy Jap-A-Joe.
Wanneer de overheid iemand na het verstrijken van diens termijn laat door functioneren, kan volgens haar bij die persoon het gerechtvaardigde vertrouwen ontstaan dat voortzetting onder dezelfde voorwaarden is toegestaan. “De overheid moet gaan leren om conform de wet te handelen en te doen wat ze moet doen en niet de boel te laten omdat ze denkt aan coalitiepartners.”
Zij vindt ook dat een vertrekkende directeur voldoende gelegenheid moet krijgen om de werkzaamheden behoorlijk over te dragen. Dat de raad van commissarisen een dag van te voren meldde dat zij de dag daarop zou moeten overdragen, vindt de jurist niet in de haak.
Jap-A-Joe had voldoende tijd moeten krijgen om de overdracht voor te bereiden. Tegelijkertijd plaatst Van Dijk-Silos kanttekeningen bij het optreden van Jap-A-Joe tegenover de raad van commissarissen. Zij verwijst daarbij naar publicaties over het niet verstrekken van informatie aan de toezichthouders.
Essed benadrukt dat behoorlijk bestuur niet alleen vereist dat bevoegdheden binnen de wettelijke grenzen worden uitgeoefend, maar ook dat tijdig wordt gehandeld. “Het is uiteindelijk in het belang van zowel de overheid als de samenleving dat hierover duidelijkheid bestaat.”
Andere staatsbedrijven
Van Dijk-Silos ziet in het TAS-vonnis aanleiding om de bestuurlijke en contractuele verhoudingen bij andere overheidsinstellingen tegen het licht te houden. Zij noemt daarbij nadrukkelijk de EBS en Grassalco en voegt toe dat overeenkomsten moeten worden geëvalueerd om vast te stellen of benoemingstermijnen en bevoegdheden overeenstemmen met de toepasselijke wetgeving.
Zij hoopt dat de uitspraak bijdraagt aan het beëindigen van bestuurlijke misstanden en roept de regering, in het bijzonder de president, op om daadwerkelijk op te treden. “Ik hoop echt dat de regering en vooral de president de guts eruit haalt om te handelen.”
“Het is uiteindelijk in het belang van zowel de overheid als de samenleving dat hierover duidelijkheid bestaat”Serena Essed
Essed is terughoudender over de betekenis van het vonnis voor andere instellingen. Een kortgedinguitspraak heeft volgens haar een voorlopig karakter en kan niet zonder meer op andere situaties worden toegepast. Wel pleit zij voor periodieke toetsing van regelingen rond benoemingen, bevoegdheden, arbeidsverhoudingen en opvolging.
Beide juristen menen dat meer duidelijkheid op deze terreinen kan bijdragen aan het voorkomen van juridische geschillen en het versterken van de rechtszekerheid en bestuurlijke continuïteit.
- Bolsonaro mag jaar in VS blijven na vertrek uit Brazilië, e…..
- ‘Barbie’ vast na mishandeling taxichauffeur en uitbarsting …..
- Kabinet President noemt uitspraken Mathoera over aftappen ‘…..
- TAS-vonnis legt bestuurlijke risico’s bloot..
- VS stellen extra USD 3 miljoen beschikbaar voor Surinaamse …..
- VHP-parlementariërs pleiten met drie initiatiefwettten voor…..
- Chartervlucht voorbereid voor uitzetting 63 mennonieten..
- SAIS 2026: Organisaties moeten AI inzetten om werkprocessen…..
- Sewcharan: Arbeidsovereenkomst Jap-A-Joe heeft geen rechtsk…..
- Verkorte schooltijden wegens hitte verlengd tot 15 november..
- Politiewoordvoerder: Uitzetting 63 mennonieten per charterv…..
- Van verwachte 250 naar circa 8.000: enorme influx goudzoeke…..
- Na afgewezen kort geding ligt volgende stap in uitzetting m…..
- Politie bereidt chartervlucht voor uitzetting 63 mennoniete…..
- Zaak mennonieten: Economisch belang bedrijf weegt niet op t…..
- Alida Danning..
- Brunswijk over behandeling ABOP-directeuren: “Ik ben echt m…..
- Jogi botst met Adhin over spreektijd in DNA: rookoverlast O…..
- Regering en onderwijsbonden bereiken tussentijds resultaat..
- Belangenconflict bij instelling nieuwe belastingautoriteit..
- Rechter wijst vordering tegen uitzetting mennonieten af..