Een staatsschuld van ongeveer USD 4,7 miljard, goed voor circa 120 procent van het bruto binnenlands product, is geen bedrag dat met een simpele uitleg over lange looptijden en gespreide aflossingen kan worden weggewuifd. Natuurlijk is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de totale uitstaande schuld, nog niet opgenomen leningen en de bedragen die op korte termijn daadwerkelijk moeten worden afgelost.
Maar daarmee verdwijnt de omvang van de schuld niet. Wij van Keerpunt willen het dan ook hebben over de waarschuwing van de Inter-American Development Bank (IDB). Hoewel Suriname de afgelopen jaren vooruitgang heeft geboekt bij het terugdringen van de staatsschuld en het begrotingstekort, stelt de IDB dat de overheidsfinanciën kwetsbaar blijven. Inflatie, wisselkoersdruk en externe schokken kunnen de economische stabiliteit nog altijd onder druk zetten.
De cijfers laten bovendien zien hoe kwetsbaar die vooruitgang is. Het begrotingstekort daalde weliswaar van 12 procent van het bbp in 2020 naar 9,6 procent in 2025, terwijl de staatsschuld mede door schuldherstructurering afnam van 121 procent naar ongeveer 100 procent van het bbp. Maar in 2025 ging het opnieuw de verkeerde kant op. Het begrotingstekort liep op van circa 3,4 procent in 2024 naar 9,6 procent in 2025. Volgens de IDB waren onder meer hogere subsidies, begrotingsverslapping in de aanloop naar de verkiezingen en de eenmalige herkapitalisatie van de Centrale Bank hiervoor verantwoordelijk. De overheidsuitgaven stegen aanzienlijk sneller dan de inkomsten. Daarmee werd de eerder ingezette begrotingsconsolidatie onderbroken. En precies daar wringt de schoen.
Suriname staat namelijk aan de vooravond van een periode waarin miljarden aan olie-inkomsten worden verwacht. Vanaf 2028 krijgt het land tegelijkertijd te maken met verschillende aflossingsverplichtingen. Dat niet de volledige USD 4,7 miljard in één keer moet worden terugbetaald, is vanzelfsprekend een belangrijke nuance. Maar het betekent niet dat de schuldenlast geen structurele druk op de staatsfinanciën zal blijven leggen. Sterker nog: het risico bestaat dat toekomstige olie-inkomsten worden gezien als de oplossing voor problemen die vandaag worden gecreëerd. De IDB waarschuwt daarom terecht dat de toekomstige olie-inkomsten zorgvuldig moeten worden beheerd. Volgens de bank is het Spaar- en Stabilisatie Fonds (SSF) daarbij cruciaal. Het fonds moet voorkomen dat inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen onmiddellijk leiden tot een sterke stijging van de overheidsuitgaven.
Tegelijkertijd wijst de IDB erop dat de fiscale regels en het SSF nog volledig operationeel en effectief moeten worden. Dat is geen detail, maar misschien wel een van de belangrijkste voorwaarden voor de toekomst van Suriname.
Want wat heeft Suriname aan miljarden aan olie-inkomsten als die inkomsten vervolgens verdwijnen in hogere overheidsuitgaven, nieuwe subsidies, politieke cadeautjes of het aflossen van schulden die eerder zijn aangegaan? Dan wordt de olierijkdom geen fundament voor duurzame ontwikkeling, maar slechts een tijdelijke financiële pleister.
De verwachting is dat het begrotingstekort vanaf 2026 verder kan dalen en op middellange termijn zelfs kan omslaan in een overschot wanneer de olieproductie en overheidsinkomsten toenemen. Maar een verwachting is nog geen garantie.
Suriname heeft in het verleden al laten zien hoe snel begrotingsdiscipline kan verdwijnen wanneer er politieke druk ontstaat om meer uit te geven. De waarschuwing van de IDB zou daarom niet ergens in een rapport moeten verdwijnen. Zij moet juist nu het uitgangspunt worden voor het financiële beleid. De komende olie-inkomsten moeten worden gebruikt om de economie structureel sterker te maken, schulden verantwoord af te bouwen en financiële buffers op te bouwen. Niet om opnieuw boven onze stand te leven.
Daarbij is maximale transparantie noodzakelijk. De samenleving heeft niet alleen recht op het totale bedrag van de staatsschuld, maar ook op duidelijkheid over hoeveel jaarlijks moet worden afgelost, hoeveel rente wordt betaald, welke nieuwe leningen worden aangegaan en welk deel van de toekomstige olie-inkomsten daarvoor zal worden gebruikt. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag hoeveel Suriname vandaag verschuldigd is. De veel belangrijkere vraag is: hoeveel van de toekomstige rijkdom uit onze bodem hebben we al uitgegeven voordat die rijkdom überhaupt binnenkomt? Olie kan Suriname rijker maken. Maar als toekomstige olie-inkomsten vooral worden gebruikt om huidige schulden, tekorten en uitgaven te financieren, bestaat het gevaar dat de verwachte olierijkdom uiteindelijk vooral een nieuwe schuldenberg maskeert.
The post STAATSSCHULDEN DIE BOUWEN OP OLIE-INKOMSTEN ..
- Essed: coalitie riskeert maatschappelijk verzet bij aantast…..
- SIMONS ZET BONDEN SCHAAKMAT MET VERHOGING..
- VS voert nieuwe aanvallen uit op Iran; Teheran kondigt “zwa…..
- Speedboot vliegt door de lucht en slaat over de kop..
- Currie: 100 nieuwe lokalen en renovatie 35 scholen voor nie…..
- Minister Huur wil DC’s Sipaliwini terug in eigen best…..
- Abiamofo: US$ 500 miljoen nodig om stroomtekort structureel…..
- ‘Ik begon zonder sponsors en onzekerheid of zich deelnemers…..
- Abiamofo: US$ 500 miljoen nodig om stroomcapaciteit Surinam…..
- CLO: Regering verantwoordelijk voor uitbetaling 15% loonsve…..
- Hugo Essed: ‘Maatschappelijk middenveld zal rechtsstaat bli…..
- RO zoekt financiering voor nieuw hoofdkantoor..
- Blindenstok op straat krijgt te weinig respect van weggebru…..
- Vreemdeling ter zake overtreding Vreemdelingenwet en smokke…..
- Eerste nationale Heritage Month afgesloten bij monument Mam…..
- Pawiroredjo waarschuwt voor gevolgen extreme droogte voor r…..
- Currie: ´We hebben geen toverstaf om alles op te lossen’..
- VIDS vraagt regering om beschermingswet niet af te kondigen..
- IDB, begin bij uzelf..
- Nieuwe pompinstallatie Sommelsdijkse Kreek versterkt watera…..
- Hervorming Openbaar Ministerie in troebel volkswater..