Simons: ‘Suriname is op verschillende terreinen onvoldoende voorbereid’

De regering van Suriname staat voor de taak om structurele knelpunten binnen de uitvoering van beleid en wetgeving, stap voor stap aan te pakken. Dat stelde president Jennifer Simons in een interview met de Communicatiedienst Suriname (CDS), waarin zij inging op de relatie met het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de uitvoeringscapaciteit van de overheid, en de uitdagingen rond nieuwe wetgeving, waaronder de Comptabiliteitswet.
Volgens de president heeft de regering tegenover het IMF aangegeven, dat Suriname op verschillende terreinen onvoldoende is voorbereid. Zij wees daarbij op tekortkomingen in onder meer onderwijs, training van de beroepsbevolking, huisvesting en de luchtvaartsector.
“Wie de ontwikkelingen in ons land de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat er verschillende zaken niet zijn aangepakt. Deze regering staat nu voor de uitdaging om die stap voor stap, wel op te pakken en daar zijn we mee bezig”, aldus Simons.
De president benadrukte, dat het IMF in zijn rapport heeft aangegeven, dat Suriname op het gebied van wetgeving vooruitgang heeft geboekt, maar dat de uitvoering achterblijft. Volgens haar liggen de problemen vooral bij de organisatorische capaciteit van de overheid.
“Er zijn uitdagingen in de uitvoering en organisatie van ons land. Die zijn niet ontstaan in 2026, maar hebben hun oorsprong in eerdere bestuursperiodes. Ze zijn onvoldoende aangepakt en wij hebben nu de verantwoordelijkheid om daarmee aan de slag te gaan”, aldus Simons.
Als voorbeeld noemde Simons de Comptabiliteitswet. Zij herinnerde eraan dat in 2019 een nieuwe wet werd aangenomen, waarbij in overleg tussen coalitie en oppositie werd vastgesteld, dat een overgangsperiode van drie jaar nodig zou zijn voordat de wet volledig kon worden toegepast.
Volgens de president werd vervolgens in december 2024 een gewijzigde Comptabiliteitswet aangenomen. Omdat de begroting voor 2025 toen al was ingediend, konden bepaalde bepalingen van de nieuwe wet, niet meer in die begrotingscyclus worden verwerkt.
Simons stelde dat een wet niet automatisch uitvoerbaar is, zodra deze is aangenomen. Daarvoor zijn volgens haar ook uitvoeringsbesluiten, procedures en institutionele voorbereidingen noodzakelijk. “Je kunt de begroting van 2026 niet baseren op een wet, waarvoor de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten en uitvoeringsmaatregelen, nog niet bestaan. Dat is een voorbeeld van een situatie waarin de wetgeving op papier misschien in orde lijkt, maar de randvoorwaarden voor uitvoering nog ontbreken’, aldus Simons.
Om die reden acht de regering het noodzakelijk bepaalde onderdelen uit te stellen. In de komende periode zal worden onderzocht, hoe de bepalingen van de wet daadwerkelijk in de Surinaamse praktijk, kunnen worden uitgevoerd. “De wet zelf kan misschien in orde zijn, maar alles wat nodig is om die wet uit te voeren, is dat nog niet. Daar moeten we eerst aan werken”, aldus  Simons.
The post Simons: ‘Suriname is op verschillende terreinen onvoldoende voorbereid’ ..