President Simons ontkent overeenkomst met mennonieten

President Jennifer Simons heeft onthuld dat de regering geen overeenkomst heeft gesloten met mennonieten voor landbouwactiviteiten in Suriname. Volgens het staatshoofd berust deze bewering op een misverstand, en is er geen sprake van een dergelijk contract. Simons benadrukte dat het huidige grondbeleid gericht is op het efficiënter en duurzamer gebruik van beschikbare landbouwgronden.
“Personen of investeerders die grond aanvragen voor agroproductie, kunnen nog steeds in aanmerking komen, maar de regering heeft besloten voorlopig geen landbouwgrond meer in huur uit te geven. In plaats daarvan wordt gewerkt met contracten voor gebruik. Dit moet voorkomen dat gronden ongebruikt blijven en uiteindelijk verloren gaan voor de staat”, aldus Simons.
Volgens de president beschikt Suriname, met name in de kustvlakte, al over een aanzienlijke hoeveelheid onbenutte landbouwgrond. Het is daarom niet nodig om nieuwe gebieden, zoals het binnenland met tropisch bos, te ontginnen voor agrarische doeleinden. De regering wil kaalkap voorkomen en zet in op het behoud van bosgebieden. In dat kader heeft Simons ook gewezen op eerdere gronduitgiften waarbij percelen via het ministerie van Grondbeheer en Bosbeleid (GBB) zijn overgedragen aan Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Daarbij is gebleken dat sommige van deze gronden als landbouwgrond zijn bestempeld, terwijl delen zich in tropisch bosgebied bevinden.
De president heeft daarom opdracht gegeven, dergelijke percelen opnieuw te beoordelen, en indien nodig, terug te brengen onder beheer van GBB. Verder wordt bij nieuwe aanvragen nadrukkelijk geëist dat aanvragers milieuonderzoeken uitvoeren. Indien uit deze studies blijkt dat een gebied niet geschikt is voor landbouw, bijvoorbeeld vanwege een ecologische waarde, zal toestemming worden geweigerd. Met betrekking tot de berichtgeving over mennonieten stelt Simons dat er slechts sprake is van een individuele aanvraag. Een aanvrager heeft een tijdelijk contract van één jaar gekregen om landbouwactiviteiten op te starten. Dit contract is bewust tijdelijk en voorwaardelijk: als de activiteiten daadwerkelijk worden uitgevoerd, kan voortzetting worden overwogen. Blijft uitvoering uit, dan vervalt het contract en keert de grond terug in handen van de staat. De president benadrukt dat deze aanpak noodzakelijk is om speculatie en stilstand tegen te gaan. In het verleden is gebleken, dat gronden werden uitgegeven, maar vervolgens ongebruikt bleven liggen.
Tot slot zei Simons dat Suriname een diverse samenleving is waarin zorgvuldig moet worden omgegaan met nieuwe vestigingsgroepen. Hoewel er geen bezwaar bestaat tegen individuen die in het land willen werken, benadrukte zij dat het vormen van afzonderlijke gemeenschappen aandacht vereist, binnen het bredere maatschappelijke kader. Met deze toelichting hoopt de president duidelijkheid te scheppen over het grondbeleid en de onjuiste berichtgeving rond vermeende overeenkomsten met mennonieten te corrigeren.
 
The post President Simons ontkent overeenkomst met mennonieten ..