Ontslag

DE KWESTIE ROND SBB-directeur Ruben Ravenberg overstijgt inmiddels een gewone arbeidszaak. Wat zich ontvouwt, draagt steeds meer kenmerken van een klassiek Surinaams bestuursprobleem: onduidelijke besluitvorming, institutionele zwaktes en de hardnekkige schijn van politieke beïnvloeding. En juist die schijn is vaak al schadelijk genoeg.

Minister Stanley Soeropawiro voert ‘zwaarwegende gronden’ aan voor het ontslag van Ravenberg. Hij spreekt over een ernstig verstoorde arbeidsrelatie en een rechtspositioneel probleem rond een zogeheten parallelovereenkomst. Dat zijn ernstige aantijgingen. Maar ernst vereist ook helderheid. Opvallend is dat de minister wel stelt dat de vertrouwensbasis onherstelbaar is beschadigd, maar nauwelijks toelicht waardoor die situatie precies is ontstaan. Een beroep op een ‘verstoorde relatie’ vanwege een parallelle arbeidsovereenkomst zonder concrete onderbouwing kan al snel de indruk wekken van een bestuurlijk containerbegrip: breed inzetbaar, maar inhoudelijk vaag.

Tegelijk verdient ook het verweer van Ravenberg kritische beschouwing. Indien daadwerkelijk een (tweede) arbeidsovereenkomst zonder correcte wettelijke grondslag tot stand is gekomen, kan niet eenvoudig worden volgehouden dat de directeur daarin geen enkele verantwoordelijkheid draagt. Een topfunctionaris heeft immers niet alleen rechten, maar ook een plicht om zijn eigen rechtspositie zorgvuldig te toetsen. Het argument dat fouten volledig onder verantwoordelijkheid van een vorige minister vielen, ontslaat een directeur niet automatisch van bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Toch wringt hier iets anders. Ravenberg spreekt openlijk over politieke motieven, noemt namen en beweert dat zijn stoel het werkelijke doelwit is. Heel zware beschuldigingen. Maar ook hier geldt: beschuldigingen zijn geen bewijzen. Tegelijkertijd heeft Suriname een geschiedenis waarin functies binnen staatsbedrijven en parastatale instellingen regelmatig onderdeel werden van politieke herverkaveling. Juist daarom is de verdenking niet zomaar weg te wuiven.

Misschien ligt het grootste probleem elders. Als bij een arbeidsovereenkomst van een directeur pas na een regeringswisseling vragen rijzen over de rechtsgeldigheid ervan, dan zegt dat niet alleen iets over een individu. Dan wijst dat vooral op falende systemen, onvoldoende controle en bestuurlijke laksheid.

De Ontslagcommissie staat nu voor een taak die groter is dan een beslissing over één directeur. Haar oordeel zal misschien ook antwoord moeten geven op een fundamentelere vraag: gaat dit werkelijk om bestuurlijke integriteit of om een machtsstrijd verpakt in juridische argumenten? Want in Suriname is het verschil tussen die twee soms moeilijker vast te stellen dan het zou mogen zijn.-.