PARAMARIBO – De Surinaamse Begrafeniswet uit 1959 sluit niet langer aan op de huidige praktijk rond grafruiming. Dat blijkt uit onderzoek van A. Alimoenadi, onderinspecteur van politie en coördinator interne beveiliging bij het Openbaar Ministerie (OM), die op 28 februari dit jaar afstudeerde aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname.
In zijn onderzoek analyseerde Alimoenadi hoe grafruiming juridisch en praktisch functioneert binnen de Surinaamse samenleving, waarin uiteenlopende religieuze en culturele opvattingen bestaan over grafrust. Daarbij onderzocht hij ook in hoeverre de huidige wetgeving nog aansluit op de dagelijkse praktijk op begraafplaatsen.
Volgens de Begrafeniswet 1959 mogen graven pas na een minimale termijn van twintig jaar worden geruimd. De regeling is bedoeld om ruimtegebrek op begraafplaatsen tegen te gaan. In de praktijk blijkt echter dat Suriname verschillende typen begraafplaatsen kent, elk met eigen regels, tradities en gebruiken. Hierdoor ontstaan geregeld spanningen tussen wettelijke bepalingen en religieuze of culturele normen.
Uit het onderzoek blijkt dat de uitvoering van grafruimingen op meerdere punten tekortschiet. Zo bestaat er vaak onduidelijkheid over de wijze waarop nabestaanden worden geïnformeerd, hoe grafrechten worden geregistreerd en welke procedures precies worden gevolgd bij het ruimen van graven. Ook ontbreekt volgens Alimoenadi een duidelijke mogelijkheid voor nabestaanden om bezwaar aan te tekenen tegen een ruimingsbesluit.
Volgens het onderzoek leidt deze situatie tot rechtsonzekerheid en ongelijke behandeling. De wet biedt weliswaar de bevoegdheid om graven te ruimen, maar bevat onvoldoende concrete regels om dit proces zorgvuldig, transparant en uniform uit te voeren. Daardoor verschillen werkwijzen per begraafplaats en weten nabestaanden vaak niet waar zij juridisch aan toe zijn.
Het Openbaar Ministerie heeft op basis van de huidige wet een toezichthoudende rol bij voorgenomen grafruimingen. In de praktijk blijkt die rol echter beperkt, omdat duidelijke toetsings- en handhavingsbevoegdheden ontbreken. Hierdoor blijft het toezicht grotendeels reactief in plaats van preventief.
Alimoenadi concludeert dat een integrale herziening van de Begrafeniswet 1959 noodzakelijk is. Volgens hem moeten duidelijke regels worden ingevoerd voor communicatie met nabestaanden, registratie van grafrechten, toezicht op ruimingen en rechtsbescherming. In het kader van zijn onderzoek werkte hij ook een concreet wetsvoorstel uit om de bestaande regelgeving te moderniseren.
- PRO-voorzitter: Marlon Hoogdorp had nog veel plannen om bij…..
- Man overleden nadat rotte boomtak op hem terechtkomt in Sip…..
- Enrico Noter..
- Onderzoek: Begrafeniswet 1959 voldoet niet meer bij grafrui…..
- Enrico Noter..
- MBA-thesis legt knelpunten in verkeersveiligheid Suriname b…..
- Sanatan Dharm ontvangt grondbeschikking voor maatschappelij…..
- Harish, Saya en eerlijkheid..
- Update: Poes ernstig mishandeld door buurjongen; gelieve fi…..
- Gezondheidsinstanties houden landelijke campagne tegen hiv-…..
- Verkeer Handhavingsteam Regio West neemt opgevoerde bromfie…..
- Workshop van ECLAC moet beleidsvorming en besluitvorming ve…..
- Ontwerpwet Arbeidsomstandigheden richt zich op veiligere en…..
- Bezorgdheid over toename en behandeling hiv; landelijke tes…..
- Djoemijem Haselhoef-Dollahsajoeti..
- Mijnbouw en mensenrechten..
- Ruï Wang: ‘Brandweer heeft een groot tekort aan middelen…..
- Ministerie TCT onderzoekt verzelfstandiging luchtverkeersle…..
- Wie is schuldig aan wateroverlast?..
- Gezondheidsinstanties zetten in op meer hiv-testen en behan…..
- Nadira Ramautarsing deelt visie over identiteit en persoonl…..