Olieprijs boven US$ 100 zet beurzen onder druk en vergroot inflatievrees

De internationale olieprijs is woensdag boven US$ 100 per vat uitgekomen, terwijl aandelenmarkten terrein verloren. De nieuwe stijging wordt aangejaagd door de escalatie in het Midden-Oosten en de onzekerheid over de olievoorziening via de Straat van Hormuz. Beleggers vrezen dat langdurig hoge energieprijzen de inflatie wereldwijd opnieuw kunnen opstuwen.
Brentolie, de internationale maatstaf voor olieprijzen, sloot 3,4 procent hoger op US$ 101,21 per vat. De Amerikaanse West Texas Intermediate steeg met 3,25 procent naar US$ 96,05 per vat. Voor beide oliesoorten betekende dit het hoogste slotniveau sinds mei.
De stijging volgt op nieuwe aanvallen tussen de Verenigde Staten en Iran. De spanningen rond de Straat van Hormuz zijn daardoor verder toegenomen. Deze zeeroute is van groot belang voor het internationale transport van olie en vloeibaar aardgas.
De oliemarkt staat al langer onder druk door verstoringen in het Midden-Oosten. Brentolie is sinds vorige maand met ongeveer 25 procent gestegen. Naar schatting is door de oorlog en verstoringen van productie en transport ongeveer 10 miljoen vaten olie per dag uit de markt verdwenen.
Wall Street sluit lager
De hogere olieprijs drukte woensdag ook het sentiment op Wall Street. Alle drie grote Amerikaanse beursindices eindigden lager.
De Dow Jones Industrial Average verloor 0,77 procent, terwijl de S&P 500 0,48 procent terugviel. De technologiebeurs Nasdaq Composite sloot 0,64 procent lager.
Vrijwel alle belangrijke sectoren op de S&P 500 verloren terrein. Alleen energiebedrijven profiteerden van de hogere olieprijzen. De energiesector steeg met 1,1 procent.
Ook buiten de Verenigde Staten stonden aandelenmarkten onder druk. Hogere energieprijzen vergroten de kosten voor bedrijven en consumenten en kunnen uiteindelijk de economische groei afremmen.
Nieuwe zorgen over inflatie
Voor financiële markten draait de aandacht niet alleen om de olieprijs zelf, maar vooral om de gevolgen voor de inflatie. Duurdere olie werkt door in benzine, diesel, elektriciteitsproductie, transport en de prijzen van goederen.
Wanneer de olieprijs langdurig boven US$ 100 blijft, kan dat het voor centrale banken moeilijker maken om de inflatie onder controle te krijgen. Hierdoor kunnen renteverlagingen worden uitgesteld of kunnen nieuwe renteverhogingen noodzakelijk worden.
De rente op Amerikaanse staatsobligaties liep woensdag eveneens op. De rente op tienjarige Amerikaanse staatsleningen steeg tot ongeveer 4,84 procent, het hoogste niveau sinds november 2023.
Beleggers kijken daarom met extra belangstelling naar nieuwe Amerikaanse inflatiecijfers die later deze week worden gepubliceerd. Die gegevens kunnen zwaar meewegen bij het volgende rentebesluit van de Amerikaanse centrale bank.
De ontwikkeling van het conflict in het Midden-Oosten blijft intussen bepalend voor de oliemarkt. Nieuwe verstoringen van productie of scheepvaart kunnen de prijs verder opdrijven, terwijl een vermindering van de spanningen juist ruimte kan bieden voor een daling.
The post Olieprijs boven US$ 100 zet beurzen onder druk en vergroot inflatievrees appeared first on Suriname suriname.