VHP-parlementariër Krishna Mathoera heeft tijdens de parlementaire vergadering van donderdag 29 oktober, gepleit voor duidelijke wettelijke waarborgen, bij de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden. Hoewel deze bevoegdheden volgens haar noodzakelijk zijn om georganiseerde criminaliteit effectief te bestrijden, moeten ook de rechten van burgers en de veiligheid van opsporingsambtenaren, voldoende worden beschermd. Tijdens de tweede ronde van de behandeling van het ontwerp tot nadere wijziging van het Wetboek van Strafvordering, ging Mathoera in op verschillende onderdelen van het wetsvoorstel. Zij zei tevreden te zijn met de voorgestelde hervormingen, maar vindt dat enkele bepalingen, verder moeten worden aangescherpt. Een belangrijk aandachtspunt betreft artikel 116, dat handelt over onderzoek van gegevens.
Mathoera vroeg wat er moet gebeuren, wanneer opsporingsdiensten computers, harde schijven of USB-sticks in beslag nemen, en achteraf blijkt dat de opgeslagen gegevens, geen verband houden met het onderzoek.
Zij stelt voor om wettelijk of via een richtlijn van de procureur-generaal, vast te leggen, dat dergelijke goederen zo snel mogelijk en zoveel mogelijk in dezelfde staat worden teruggegeven. Volgens haar laat het beheer van in beslag genomen goederen in de praktijk regelmatig te wensen over. Het verdwijnen of beschadigen van eigendommen schaadt niet alleen burgers, maar ook het vertrouwen in de opsporingsdiensten. Ook bij de bepalingen over stelselmatige observatie en infiltratie, plaatste Mathoera kanttekeningen. Zij wees vooral op de risico’s die infiltratie met zich meebrengt, binnen de kleinschalige Surinaamse samenleving. Daarbij kunnen opsporingsambtenaren te maken krijgen met levensgevaar, psychische druk en het risico dat zij steeds verder betrokken raken bij criminele organisaties.
Volgens Mathoera moet infiltratie daarom uitsluitend worden ingezet bij verdenking van zeer ernstige misdrijven, zoals georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Bij iedere machtiging moet zorgvuldig worden afgewogen, of het doel van de operatie opweegt tegen de risico’s voor de infiltrant. Wanneer de veiligheid onvoldoende kan worden gegarandeerd, mag een operatie volgens haar niet worden gestart of verlengd. Om de bescherming te versterken, pleitte zij voor een wettelijk vastgelegde centrale toetsingscommissie met vertegenwoordigers van de politie, het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris. Deze commissie moet onafhankelijk toezicht houden op de veiligheid en het welzijn van infiltranten en de bevoegdheid krijgen een operatie onmiddellijk stop te zetten, wanneer hun veiligheid in gevaar komt. Volgens Mathoera moet de bescherming van de infiltrant altijd voorrang krijgen, ook wanneer het onderzoek dicht bij een doorbraak staat. Verder vroeg zij om duidelijke grenzen voor infiltranten, die onder bepaalde voorwaarden strafbare feiten mogen plegen, om hun dekmantel te beschermen. Geweldsdelicten en handelingen die de samenleving ernstig en onherstelbaar kunnen schaden, moeten volgens haar uitgesloten blijven.
NDP-parlementariër Rossellie Cotino bracht eveneens aandachtspunten uit het wetsvoorstel naar voren. Zij vroeg onder meer waarom artikel 89, dat betrekking heeft op het aftappen en afluisteren van telefoongesprekken, wordt geschrapt.
Volgens haar moet de regering duidelijk uitleggen, waarom deze bepaling vervalt en welke gevolgen dat heeft voor de opsporing. Daarnaast plaatste Cotino vraagtekens bij de mogelijkheid om burgerinfiltranten in te zetten. Zij benadrukte dat infiltratiewerk bijzonder gevaarlijk is en dat niet alleen de veiligheid, en zelfs het leven van de betrokken personen, op het spel kunnen staan.
Volgens haar moeten politiefunctionarissen die voor dergelijke operaties worden ingezet, beschikken over de juiste opleiding, deskundigheid en begeleiding. Ook moeten zij regelmatig worden getest en bijgeschoold. Een mislukte infiltratieoperatie kan immers ernstige en levensbedreigende gevolgen hebben.
Cotino vindt het daarom voorbarig om al over burgerinfiltranten te spreken zolang de wettelijke bescherming en begeleiding van reguliere opsporingsambtenaren nog onvoldoende zijn geregeld. Hoewel zij de discussie over burgerinfiltratie belangrijk vindt, moet Suriname volgens haar eerst nagaan of de noodzakelijke voorwaarden en veiligheidswaarborgen aanwezig zijn.
The post Mathoera: ‘Bij infiltratie moet veiligheid agent altijd vooropstaan’ ..
- JOS en UNICEF lanceren project ter versterking seksuele gez…..
- Wanneer een strafzaak de parlementaire controle dreigt te v…..
- 21-jarige autobestuurder opgesloten na dodelijke aanrijding..
- Vogelgriep in Suriname voorlopig onder controle, FAO helpt …..
- CARICOM wil herstelbetalingen op tafel bij Britse dialoog..
- Jill Cassie zet zich met film en content in voor jeugdempow…..
- Rechter wijst verzoek VS af, maar Guyanese oppositieleider …..
- Orasji prolongeert nationale U20-schaaktitel zonder nederla…..
- Acht Mexicaanse mennonieten wachten op deportatie, 55 uitge…..
- CLO vraagt Simons aandacht voor verslechterde leefomstandig…..
- Guyana bereikt bijna 1 miljoen vaten olieproductie per dag..
- Onderminister Beeldsnijder-van Windt wil apart ministerie v…..
- President Simons gelast onmiddellijke stopzetting import Ji…..
- 40 Jaar Marlène’s Dance Company: Droom die is uitgegroeid t…..
- Chinese goudzoekers moeten vertrekken na Jin Chan-incident …..
- DNA buigt zich over betere rechtsbescherming bij belastingg…..
- Boothouders eisen hoger tarief en trekken na protest bij TC…..
- Suriname wil zonne-energie versneld uitbreiden wegens groei…..
- Loadshitting..
- Regering wil 3.000 mensen opleiden voor groeiende arbeidsma…..
- Ewald Leendert Guthman..