De snelle groei van de oliesector in Guyana laat zien dat hoge olie-inkomsten niet automatisch leiden tot een evenwichtige economie. Voor Suriname, dat aan de vooravond staat van grootschalige offshore-olieproductie, is dit een relevant aandachtspunt. De vraag is niet alleen hoeveel inkomsten de olie zal opleveren, maar vooral hoe deze in-komsten worden ingezet zonder dat andere economische sectoren worden verdrongen. Een van de belangrijkste risico’s daarbij is de zogenoemde ‘Dutch Disease’. Deze ontstaat wanneer een sterke groei van een lucratieve sector, zoals olie en gas, leidt tot een verschuiving van kapitaal, arbeid en bestedingen naar die sector, terwijl andere sectoren aan concurrentiekracht verliezen. Landbouw, industrie, hout en andere exportsectoren kunnen hierdoor onder druk komen te staan. Tegelijkertijd kunnen hogere overheidsuitgaven en een toenemende binnenlandse vraag bijdragen aan prijsstijgingen. Guyana is voor Suriname in dat opzicht een relevant voorbeeld. De oliesector heeft daar voor een on-gekende economische groei gezorgd en de overheidsinkomsten sterk verhoogd. Tegelij-kertijd neemt de afhankelijkheid van olie toe. Voor Suriname is dit een belangrijk moment om niet alleen naar de voordelen van de olie-industrie te kijken, maar ook naar de economische effecten die een snelle instroom van inkomsten kan veroorzaken. De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) heeft meerdere malen benadrukt dat het succes van de oliesector niet alleen wordt bepaald door de productie van olie, maar vooral door het beheer van de inkomsten. Dat vraagt om duidelijke fiscale regels, deskundig beleid en instituties die ervoor zorgen dat olie-inkomsten niet direct worden vertaald in structureel hogere overheidsuitgaven. Ook de Inter-American Development Bank (IDB) wijst op het belang van zorgvuldig beheer van de toekomstige olie-inkomsten. Volgens de bank is het Spaar- en Stabilisatie Fonds (SSF) een belangrijk instrument voor de financiële en macro-economische stabiliteit van Suriname. Het fonds moet voorkomen dat inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen onmiddellijk leiden tot een sterke stijging van de overheidsuitgaven. Tegelijkertijd stelt de IDB dat de fiscale regels en het SSF nog volledig operationeel en effectief moeten worden gemaakt. Dat punt verdient bijzondere aandacht. Suriname heeft momenteel al een hoge staatsschuld en krijgt vanaf 2028 te maken met verschillende aflossingsverplichtingen. De verwachte olie-inkomsten mogen daarom niet worden beschouwd als een onbeperkte financiële ruimte voor nieuwe uitgaven en verplichtingen. Juist daarom is het noodzakelijk om vooraf vast te leggen hoe de olie-inkomsten worden beheerd. Een deel zal nodig zijn voor schuldafbouw en het versterken van de financiële positie van de staat. Een ander deel kan worden gebruikt voor investeringen die de productiviteit van de economie verhogen. Daarbij moet nadrukkelijk worden voorkomen dat tijdelijke olie-inkomsten worden aangewend voor structurele uitgaven die ook na de olieproductie moeten worden gefinancierd.Suriname heeft daarnaast behoefte aan een breed gedragen en langetermijn-ontwikkelingsstrategie. Die strategie moet niet uitsluitend gericht zijn op de olie- en gassector, maar juist bepalen welke andere sectoren het land verder kan ontwikkelen. Landbouw, agro-industrie, toerisme, bosbouw, diensten en andere productieve sectoren moeten kunnen profiteren van de economische impuls die de olie-industrie biedt.
Dat betekent ook dat olie-inkomsten niet alleen in de staatskas mogen verdwijnen. Investeringen in infrastructuur, onderwijs, technische opleidingen, digitalisering en ondernemerschap kunnen ervoor zorgen dat de olieperiode wordt gebruikt om de bredere economie te versterken. Daarbij is deskundigheid essentieel. Internationale organisaties zoals de IDB en de Wereldbank kunnen ondersteuning en expertise bieden, maar Suriname moet tegelijkertijd zijn eigen institutionele capaciteit versterken. Het beheer van miljarden aan olie-inkomsten vereist onafhankelijke instellingen, transparante besluitvorming en voldoende lokale deskundigheid. De ervaring van Guyana maakt duidelijk waarom dit noodzakelijk is. Een snel groeiende olie-industrie verandert niet alleen de overheidsfinanciën, maar ook de arbeidsmarkt, de vastgoedmarkt, de import, de wisselkoers en de vraag naar goederen en diensten. Wanneer de rest van de economie daar niet op wordt voorbereid, kunnen de voordelen van de oliesector tegelijkertijd nieuwe economische onevenwichtigheden veroorzaken. De uitdaging voor Suriname is daarom groter dan het aantrekken van investeringen en het produceren van olie. Het gaat erom wat er met de opbrengsten gebeurt en welke economische structuur na de olieperiode overblijft. De olieproductie kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de staatsschuld, het versterken van de reserves en het financieren van noodzakelijke investeringen. Maar dat resultaat komt niet automatisch tot stand. Daarvoor zijn duidelijke regels en begrotingsdiscipline nodig.
Suriname heeft daarbij het voordeel dat het nog vóór de grootschalige productie lessen kan trekken uit andere olieproducerende landen. Guyana ligt geografisch dichtbij en biedt een actueel voorbeeld van de kansen én de risico’s die gepaard gaan met een snelle olie-gedreven economische groei. De belangrijkste les is dan ook concreet: gebruik de olie-inkomsten om de economie minder afhankelijk van olie te maken. Als Suriname erin slaagt de opbrengsten te investeren in productiviteit, menselijke ontwikkeling, infrastructuur, financiële buffers en sterke instituties, kan de olie-industrie een basis vormen voor langdurige economische groei. Als de inkomsten vooral worden gebruikt om de overheidsuitgaven snel op te voeren, bestaat het risico dat andere sectoren worden verdrongen en de economie steeds afhankelijker wordt van één inkomstenbron. De discussie over olie moet daarom niet alleen gaan over hoeveel Suriname eraan kan verdienen. De wezenlijke vraag is hoe de inkomsten worden beheerd en welke economie Suriname daarmee wil opbouwen.
Guyana biedt Suriname de kans om vooruit te kijken. De beste manier om een resource curse te voorkomen, is niet wachten tot de problemen zich voordoen, maar de lessen nu al verwerken in het beleid
The post LEREN UIT DE RESOURCE CURSE VAN GUYANA ..
- Chef Lorenzo Harper: van Torarica naar Bonaire..
- PVV terug in Suriname Major League, Coronie Boys in wachtka…..
- Suriname en BRICS : kiezen voor een kamp of kiezen voor eig…..
- Brunswijk over zijn positie bij EBS: “De Here zorgt ervoor …..
- Viskwekerijen als alternatieve voedselbronnen..
- ‘Als er is betaald, kunnen we rijden’..
- Groene NGO’s: ´Landbouwplan van mennonieten bedreigt ons re…..
- NDP verbiedt gebruik partijlogo zonder voorafgaande toestem…..
- Afval dumpen kan voortaan SRD 10.000 kosten..
- Verdachte gewond door politiekogel bij aanhouding..
- Negen jeugdigen opgepakt voor diefstal bij recreatiecentrum..
- Officiële boetelijst voor milieuovertredingen bekrachtigd: …..
- Iwan Richard Harry Dankfort..
- Cornelia Adriana Maria van der Jagt – Bommeljé..
- Martha Diana Muskiet..
- Kabinet president waarschuwt voor valse online-oproep socia…..
- LVV verduidelijkt visserijovereenkomst met Venezuela..
- Oproepen AI-ontwikkeling te vertragen leiden tot stille kou…..
- FPIC is noodzaak..
- Gehaast hemelen..
- Derde grootste Amerikaanse bank opent kantoor in Guyana..