Het Groene NGO Collectief, dat bestaat uit acht niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) uit Suriname, waarschuwt voor de mogelijke gevolgen van de landbouwvisie van Braganza Marketing Group N.V. De organisaties hebben ernstige bezwaren tegen het plan om ruim 34.000 hectare binnenlands gebied beschikbaar te stellen voor grootschalige landbouw met inzet van buitenlandse mennonieten. Volgens de ngo’s vormt de voorgestelde ontwikkeling een ernstige bedreiging voor het Surinaamse regenwoud en toekomstige generaties.
Braganza ziet grootschalige landbouw als een manier om de agrarische productie te verhogen, voedselimporten terug te dringen en Suriname uit te bouwen tot een belangrijke agrarische exporteur. Braganza en het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), hebben drie overeenkomsten gesloten voor landbouwontwikkeling, die in totaal een gebied behelst van 34.185 hectare langs de weg naar West-Suriname. Braganza mikt op een agrarische exportwaarde van ongeveer USD 4 miljard in 2040. De groene ngo’s noemen het plan geen duurzame transitie, maar een “ecologische en sociale tijdbom”. Zij vinden het onverantwoord om in een periode van toenemende klimaatverandering, grote delen van primair bos op te offeren voor grootschalige landbouw. Volgens het collectief zullen toekomstige generaties de gevolgen dragen, wanneer nu keuzes worden gemaakt waarvan de negatieve effecten volgens hen, vooraf duidelijk zijn. De ngo’s plaatsen vraagtekens bij de veronderstelling dat mennonitische landbouwgemeenschappen een oplossing vormen voor het tekort aan arbeidskrachten en kennis.
Zij verwijzen naar ervaringen met zogenoemde Old Colony-Mennonitische gemeenschappen in Bolivia, Belize, Peru en Colombia. Volgens de organisaties leven deze gemeenschappen veelal geïsoleerd en zelfvoorzienend en worden lokale bewoners voornamelijk als tijdelijke dagloners ingezet voor zwaar werk, waaronder het kappen van bos.
Van structurele en gekwalificeerde werkgelegenheid voor de lokale bevolking zou volgens de ngo’s, nauwelijks sprake zijn. Ook zouden de landen waar mennonieten zich eerder hebben gevestigd, weinig van de veronderstelde grote economische opbrengsten terugzien. De voordelen zouden daar vooral bestaan uit belastingen en lokale aankopen, zoals brandstof en bouwmaterialen. De landbouwopbrengsten zouden volgens de ngo’s, worden gebruikt om te investeren in machines, zaaigoed en de aankoop van nieuwe landbouwgronden, waardoor een voortdurende uitbreiding en ontbossing kan ontstaan. De organisaties twijfelen ook aan de geschiktheid van de voorgestelde gronden. Volgens hen zijn tropische bosbodems niet geschikt voor grootschalige intensieve landbouw. De bodem kan worden uitgeput en door landbouwchemicaliën worden verontreinigd. Eenmaal ernstig aangetaste gebieden zouden ecologisch beschadigd en nauwelijks bruikbaar zijn.
De ngo’s wijzen daarnaast op Bolivia, waar mennonitische landbouwgemeenschappen verantwoordelijk zijn voor tussen 20 en 40 procent van de nationale ontbossing. De grootschalige houtkap en uitbreiding van landbouwgebieden zouden daar ook hebben bijgedragen aan ernstige bosbranden. Het collectief vreest dat een vergelijkbare ontwikkeling in Suriname kan plaatsvinden. De organisaties betwisten ook de juistheid van een kaart die bij de landbouwvisie van Braganza is gepubliceerd. Volgens hen hebben twee Surinaamse GIS-experts de kaart onderzocht met gedetailleerde satellietgegevens. Historische beelden via Google Earth over de periode 1970 tot 2020 zouden volgens hen niet bevestigen, dat de weergegeven rechte lijnen en driehoekige structuren in die periode zijn ontstaan. Ook recente beelden van Global Forest Watch, volgens de verklaring gedateerd op 5 september 2026, zouden de weergegeven kapvlakken niet bevestigen.
De ngo´s vragen om betrouwbare gegevens en volledige transparantie voordat besluiten worden genomen over de ruimtelijke ordening en landbouwontwikkeling. Zij vragen zich ook af, waarom de plannen betrekking hebben op een gebied waarvan president Jennifer Simons recentelijk heeft aangegeven, dat mennonieten het zouden moeten verlaten. Daarnaast is volgens hen niet duidelijk of Braganza überhaupt om een dergelijke landbouwvisie is gevraagd. Volgens de ngo’s is er ook een tegenstelling in de argumentatie van Braganza. Het bedrijf kiest voor de hoger gelegen zandgronden van de Zanderij-formatie en wijst daarbij op risico’s in de kustgebieden, zoals zeespiegelstijging, verzilting en bodemuitputting. De organisaties stellen dat Braganza daarmee de gevolgen van klimaatverandering erkent, maar tegelijkertijd in het binnenland primair bos wil laten kappen. Volgens hen worden hierdoor elders juist nieuwe klimaatproblemen versterkt.
Grootschalige ontbossing kan volgens het collectief opgeslagen CO₂ vrijmaken en de natuurlijke watercyclus aantasten. Ook kan de waterhuishouding veranderen, met gevolgen voor benedenstroomse gebieden zoals Nickerie, Coronie en Saramacca. Meststoffen, herbiciden en pesticiden kunnen volgens de organisaties via het water benedenstrooms terechtkomen en gevolgen hebben voor landbouwgewassen, biodiversiteit, bosgezondheid, waterkwaliteit en volksgezondheid.
De ngo’s vinden dat het Surinaamse bos niet als landbouwgrond moet worden beschouwd. Het regenwoud speelt volgens hen een belangrijke rol in de watercyclus, onder meer door verdamping en de zogenoemde “vliegende rivieren”, die invloed hebben op neerslagpatronen in Zuid-Amerika. Ontbossing kan gevolgen hebben voor droogte, regenval en voedselzekerheid. Daarnaast beschermt het bos tegen extreem weer, vormt het een biodiversiteitsbuffer en slaat het grote hoeveelheden koolstof op. Bij grootschalige ontbossing kan volgens de organisaties, veel opgeslagen koolstof vrijkomen. Suriname zou daardoor niet alleen bijdragen aan klimaatverandering, maar ook potentiële inkomsten uit carbon credits verliezen. Ook economisch plaatsen de ngo’s vraagtekens bij de landbouwvisie. Hoewel Braganza spreekt over het vervangen van voedselimporten, is de voorgestelde landbouw volgens de organisaties sterk op export gericht. Zij vragen zich daarom af in hoeverre de productie daadwerkelijk bijdraagt aan de voedselvoorziening van de Surinaamse bevolking. Ook moeten volgens hen de opportunity costs worden meegewogen wanneer landbouw wordt ontwikkeld op gronden die mogelijk minder geschikt zijn.
Als alternatief pleiten de ngo´s voor het behoud van bos als economische waarde. Zij noemen carbon credits, internationale klimaatfondsen, de Tropical Forest Financing Facility (TFFF), het Green Climate Fund, de bio-economie en ecotoerisme. Volgens de NGO’s zou de TFFF voor Suriname vanaf 2028 mogelijk ongeveer US$ 45 miljoen per jaar kunnen opleveren bij beperkte of geen ontbossing. Ook duurzame verwerking van medicinale planten, natuurlijke oliën en noten en de ontwikkeling van ecotoerisme kunnen volgens hen economische kansen bieden.
De Groene NGO´s roepen president Jennifer Simons, De Nationale Assemblée, het Nationaal Ontwikkelingsplatform en de ministers van LVV, Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) en Oil and Gas Management (OGM) op de landbouwvisie van Braganza grondig op feiten te controleren voordat verdere besluiten worden genomen. Volgens het collectief moet worden voorkomen dat grote delen van het Surinaamse bos worden opgeofferd voor landbouwontwikkeling. De organisaties stellen dat landbouw ook in de kustvlakte verder kan worden ontwikkeld, zonder grote delen van het binnenlandse regenwoud aan te tasten.
De organisaties vragen om grootschalige ontbossing voor landbouw op volgens hen ongeschikte gronden een halt toe te roepen. Ook lokale gemeenschappen moeten volgens de ngo’s daadwerkelijk worden gehoord voordat besluiten worden genomen die hun leefomgeving en duurzame manier van leven ingrijpend kunnen veranderen. De verklaring is ondertekend door Wildlife & People Suriname, Tropenbos Suriname, WWF-Guianas, NeoWild, Conservation International Suriname, Amazon Conservation Team Guianas, Suriname Alliance For the Environment en Stichting Ontwikkeling Rurale Gemeenschappen.
The post Groene NGO’s: ´Landbouwplan van mennonieten bedreigt ons regenwoud´ ..
- Viskwekerijen als alternatieve voedselbronnen..
- ‘Als er is betaald, kunnen we rijden’..
- Groene NGO’s: ´Landbouwplan van mennonieten bedreigt ons re…..
- Afval dumpen kan voortaan SRD 10.000 kosten..
- NDP verbiedt gebruik partijlogo zonder voorafgaande toestem…..
- Verdachte gewond door politiekogel bij aanhouding..
- Negen jeugdigen opgepakt voor diefstal bij recreatiecentrum..
- Officiële boetelijst voor milieuovertredingen bekrachtigd: …..
- Cornelia Adriana Maria van der Jagt – Bommeljé..
- Martha Diana Muskiet..
- Iwan Richard Harry Dankfort..
- Kabinet president waarschuwt voor valse online-oproep socia…..
- LVV verduidelijkt visserijovereenkomst met Venezuela..
- Oproepen AI-ontwikkeling te vertragen leiden tot stille kou…..
- FPIC is noodzaak..
- Gehaast hemelen..
- Derde grootste Amerikaanse bank opent kantoor in Guyana..
- Misiekaba wil cruciale zorgdiensten vrijwaren van stroomond…..
- Winkelier opgepakt om illegale alcoholverkoop..
- Free Prior and informed consent is noodzaak..
- Van Samson: media moeten onderzoeken wie betrokken is bij g…..