“Wij waren al op de hoogte, maar er wordt onderzoek verricht.” Het is een cd die Surinamers de afgelopen jaren, vaker hebben gehoord. Of het nu gaat om problemen binnen een school, achterstallig onderhoud aan overheidsgebouwen, defecte sluizen, slecht onderhouden wegen of financiële onregelmatigheden bij een instelling, achteraf blijkt regelmatig, dat de verantwoordelijke autoriteiten al langer wisten, dat er iets mis was. Er wordt in de meeste gevallen pas ingegrepen, wanneer de situatie escaleert en de publieke druk toeneemt. En dat is de reden waarom Keerpunt zich afvraagt, of wij als samenleving gewend geraakt zijn aan het uitstellen van oplossingen voor problemen. Bij veel kwesties zijn de eerste signalen niet nieuw. Werknemers trekken aan de bel, vakbonden schrijven brieven, buurtbewoners dienen klachten in en journalisten publiceren erover. Vaak gebeurt er vervolgens weinig. Er worden onderzoeken aangekondigd, commissies ingesteld of rapporten afgewacht. Intussen blijft het probleem bestaan, en wordt het meestal groter.
Het onderwijs laat dat patroon regelmatig zien. En toch lijkt daadkrachtig optreden vaak pas te volgen, wanneer de situatie de media haalt of het onderwijsproces in gevaar komt. Hetzelfde zien we op andere terreinen, wegen worden soms pas hersteld wanneer ze nauwelijks nog begaanbaar zijn. Overheidsgebouwen worden gerenoveerd nadat jarenlang onderhoud is verwaarloosd. Arbeidsconflicten slepen zich voort totdat stakingen onvermijdelijk worden. Uiteindelijk kost het oplossen van deze problemen veel meer geld dan wanneer er in een vroeg stadium was ingegrepen. Natuurlijk is het gemakkelijk om alle verantwoordelijkheid bij de overheid te leggen. Maar daarmee doen we onszelf tekort. Ook binnen organisaties wordt soms te lang gezwegen. Medewerkers durven misstanden niet altijd te melden uit angst voor de gevolgen. Collega’s weten dat er iets niet klopt, maar kiezen ervoor, zich afzijdig te houden. Soms omdat zij denken dat iemand anders wel zal ingrijpen, soms omdat zij vrezen zelf onderdeel van het probleem te worden. Juist daar schuilt het gevaar. Een cultuur van wegkijken, ontstaat niet op één ministerie of binnen één instelling. Zij ontstaat wanneer zwijgen normaler wordt dan handelen. Wanneer signalen worden genegeerd, omdat het eenvoudiger is de verantwoordelijkheid door te schuiven, dan een daadwerkelijke beslissing te nemen. Als we als samenleving pas reageren wanneer een crisis is ontstaan, lopen we voortdurend achter de feiten aan. Goed bestuur draait vooral om het voorkomen van problemen. En dat vraagt om bestuurders, die bereid zijn vroegtijdig in te grijpen, ook wanneer een probleem nog niet op de voorpagina staat. Daarnaast vraagt het om burgers, die zich blijven uitspreken. Kritische vragen zijn geen vorm van tegenwerking, maar een manier om bestuur alert te houden. Wie misstanden signaleert, zou niet moeten worden gezien als een lastige dwarsligger, maar als iemand die wil voorkomen, dat een klein probleem uitgroeit tot een nationale kwestie. Suriname staat aan de vooravond van grote ontwikkelingen. De verwachtingen rond de olie-inkomsten zijn hoog en er wordt gesproken over economische groei en nieuwe kansen. Maar geen enkele economische ontwikkeling zal duurzaam zijn als we blijven accepteren dat problemen pas aandacht krijgen, wanneer ze uit de hand lopen. Dat is misschien wel de grootste bestuursles die Suriname zichzelf kan aanleren.
The post HEEFT SURINAME EEN WEGKIJKCULTUUR ONTWIKKELD? ..