INGEZONDEN
De verdieping van de militaire samenwerking tussen Guyana en de Verenigde Staten is geen louter technische aangelegenheid. Training, gezamenlijke oefeningen, luchtbewaking en de bestrijding van drugshandel worden gepresenteerd als bijdragen aan regionale veiligheid. Maar in een regio met omvangrijke oliebelangen, het Essequibo-conflict met Venezuela en het onopgeloste Tigri-vraagstuk tussen Guyana en Suriname, heeft ieder defensiepartnerschap ook een geopolitieke betekenis.
Volgens het bericht op Starnieuws hebben president Irfaan Ali en de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth een gezamenlijke verklaring ondertekend. Washington zegt Guyana langdurig te willen ondersteunen met militaire deskundigheid, opleiding, oefeningen en versterkte bewaking van het luchtruim.
“Suriname kan niet langer volstaan met stilte en incidentele protestnota’s”
Echter, de volledige tekst van de verklaring is niet openbaar. Concrete bedragen, uitvoeringsschema’s en aantallen Amerikaanse militairen zijn evenmin bekendgemaakt. Daarom is voorzichtigheid geboden. Er is geen openbaar bewijs dat de overeenkomst rechtstreeks tegen Suriname is gericht, maar er is evenmin reden om de mogelijke gevolgen voor Suriname te bagatelliseren.
Guyana is niet noodzakelijk naïef. Vanuit zijn perspectief is Amerikaanse steun begrijpelijk. Het land voelt zich bedreigd door Venezuela, dat aanspraak maakt op Essequibo, terwijl de Guyanese olieopbrengsten de strategische belangstelling van grote mogendheden vergroten. Amerikaanse opleiding, inlichtingen en militaire technologie kunnen de defensiecapaciteit van Guyana versterken.
Echter, het gevaar is dat bescherming geleidelijk verandert in afhankelijkheid. Een kleine staat die zijn veiligheid koppelt aan een grootmacht, kan uiteindelijk worden ingeschakeld voor belangen die niet volledig samenvallen met zijn eigen nationale belangen.
De retoriek van veiligheid en drugsbestrijding kan legitieme doelen dienen, maar zij kan ook een bredere machtsstrategie verhullen. Washington ziet Guyana niet alleen als ontwikkelingsland, maar ook als olieproducent, Atlantische partner en mogelijke schakel in de Amerikaanse veiligheidsarchitectuur van het westelijke halfrond.
Howard Zinn heeft in zijn kritische geschiedschrijving laten zien dat Amerikaanse expansie vaak werd begeleid door een beroep op vrijheid, beschaving en nationale veiligheid, terwijl tegelijk territoriale, economische en strategische belangen werden nagestreefd. Noam Chomsky wijst op een vergelijkbare tegenstelling tussen de Amerikaanse zelfpresentatie als verdediger van democratie en de steun aan interventies, militaire regimes en economische structuren die democratische ontwikkeling elders juist kunnen verzwakken.
De huidige Amerikaanse aandacht voor Guyana moet bovendien worden geplaatst binnen de groeiende rivaliteit met China. Washington beschouwt Chinese investeringen in havens, infrastructuur, energie en grondstoffen in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied steeds meer als een strategische bedreiging.
China handelt zelf niet belangeloos; ook Beijing kan economische afhankelijkheid en geopolitieke invloed creëren. Maar de Amerikaanse reactie mag evenmin automatisch als zuivere verdediging van democratie worden voorgesteld. Het gaat ook om markten, olie, militaire toegang en invloedssferen.
Guyana moet daarom voorkomen dat het een vooruitgeschoven post van de Amerikaanse geopolitiek wordt. Het mag zich niet laten meeslepen in militaire avonturen die door Washington worden bepaald. De geschiedenis leert dat gewone burgers uiteindelijk de prijs betalen wanneer grondstoffen, macht en militarisme samenvallen.
Voor Suriname is vooral het Tigri-gebied van belang. Guyana oefent daar sinds 1967 feitelijke controle over uit, terwijl Suriname zijn aanspraak nooit definitief heeft prijsgegeven. Toch heeft Paramaribo decennialang geen consequente strategie ontwikkeld. Er waren protesten en diplomatieke verklaringen, maar geen krachtige internationale campagne, geen volledig voorbereid juridisch dossier en geen duurzame civiele aanwezigheid in het grensgebied.
Suriname heeft tijd niet gewonnen of benut; het heeft vooral uitgesteld. Dat uitstelgedrag werkt nu in het nadeel. Guyana heeft zijn feitelijke aanwezigheid kunnen normaliseren en beschikt door olie-inkomsten en Amerikaanse samenwerking over steeds grotere economische en militaire slagkracht.
De nieuwe defensierelatie betekent niet automatisch dat Suriname juridisch kansloos is. Territoriale geschillen worden niet uitsluitend door wapens beslist. Historische documenten, kaarten, verdragen, vreedzame staatsuitoefening, internationaal recht en diplomatieke coalities blijven van betekenis. Maar Suriname kan niet langer volstaan met stilte en incidentele protestnota’s.
Polarisatie werkt door middel van wij-zij-denken en politieke angst. Suriname moet voorkomen dat het grensgeschil wordt omgezet in blinde nationalistische escalatie. Tegelijk mag gematigdheid niet worden verward met passiviteit. De zogenoemde middengroep heeft alleen betekenis wanneer zij vrede én recht verdedigt.
De weg vooruit is niet een militaire confrontatie. Een wapenwedloop zou onverantwoord zijn en kan juist meer buitenlandse militaire betrokkenheid uitlokken. Suriname moet een nationale Tigri-strategie ontwikkelen, een onafhankelijk juridisch team instellen, historische bronnen ordenen en zijn positie internationaal zichtbaar maken.
Het moet Guyana een moratorium op nieuwe activiteiten in het betwiste gebied voorstellen, regionale bemiddeling vragen en vreedzame civiele aanwezigheid versterken. Ook moet Paramaribo volledige transparantie eisen over de Amerikaans-Guyanese defensieafspraken en expliciet vragen of deze betrekking hebben op het Tigri-gebied.
Robert Greene’s analyse van machtsstrategieën herinnert eraan dat afhankelijkheid zelf een machtsinstrument kan worden. Wie de middelen, informatie en bescherming levert, krijgt vaak invloed op de agenda. Guyana moet daarom oppassen geen speelbal of kanonvoer van Washington te worden. Suriname moet ophouden toeschouwer te zijn bij de uitholling van zijn onderhandelingspositie.
Niet militarisme, maar recht; niet stilte, maar internationale mobilisatie; niet afhankelijkheid, maar strategische autonomie moeten het uitgangspunt vormen. Alleen zo kan de regio voorkomen dat olie, macht en buitenlandse militaire belangen opnieuw zwaarder wegen dan vrede en rechtvaardigheid.
Colvin Overdiep
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.
- Tien deelnemers ontvangen certificaat voor training Mentale…..
- Maduro en vrouw vandaag opnieuw voor rechter in New York om…..
- Jarbandhan en Jones botsen over belastingschulden: niet kun…..
- Vogelgriep onder controle, maar onenigheid over schadevergo…..
- Twee pluimveebedrijven uit quarantaine, besmet bedrijf blij…..
- China en Latijns-Amerika: recordhandel en duurzame hulp..
- Zonnig, warm en benauwd op deze donderdag..
- Costa Rica opent megagevangenis naar voorbeeld van Bukele..
- “Kijk hoe echt dit is”: Nagarjuna over Ranbir Kapoors obses…..
- Eén ei bij het ontbijt helpt tegen hongergevoel..
- Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger na jaren rivali…..
- Sport uitslagen woensdag 14 oktober 2026...
- US$ 80 miljard aan beurswaarde verdampt bij AI-bedrijven na…..
- LVV blijft vogelgriep dagelijks monitoren..
- Baasaron: onregelmatige Canawaima-veerverbinding kost onder…..
- Column: Evidente vrees ‘gevestigde orde’..
- DNA wil meer waarborgen voor burgers en bedrijven in nieuwe…..
- Grani wil meer inspraak voor belanghebbenden over herstelge…..
- Beslag op bankrekening: DNA-leden vragen hoeveel geld gezin…..
- Bedrijfsleven wordt gevraagd ervaringen over handel in de C…..
- OM licht stand van zaken toe naar aanleiding van column..