Op 25 mei, precies een jaar na de parlementsverkiezingen van 2025, klinkt langs de waterkant van Albina een mix van frustratie, teleurstelling en voorzichtige hoop. Op de plek waar dagelijks kleine bootjes vertrekken naar Frans-Guyana, Inheemse- en Marrondorpen in het binnenland, spreekt de Ware Tijd met inwoners over hun ervaringen met het beleid dat als gevolg van de verkiezingen, nu bijna tien maanden geleden, werd ingezet. Veel van hen trekken een snoeiharde conclusie: er is weinig veranderd.
Tekst en beeld: Edwien Bodjie
Jubithana, afkomstig uit het dorp Erowarte is niet zuinig met woorden. “Een jaar na de verkiezingen is er nauwelijks iets veranderd. Hier en daar zie je kleine bewegingen, maar dat is niets vergeleken met wat was beloofd.” Hij werkt bij de overheid, maar moet bijverdienen om rond te komen. “Na het werk en in mijn vrije tijd verkoop ik peprewatra langs de rivier. Met twee banen kom ik nog steeds niet uit. Ik ken mensen die zelfs drie jobs moeten doen.”
“Er is niets voor seniorenburgers. Geen opvang, geen projecten. Het lijkt alsof men niet weet dat we bestaan”Jubithana
Hij noemt de levensomstandigheden in het gebied ‘zwaar’. De economische druk is hoog en alternatieven, zoals werken in Frans-Guyana, worden steeds moeilijker. “Daar is de politie strenger geworden. Hosselen is niet meer zoals vroeger.” Ook basisvoorzieningen laten te wensen over.
“In mijn dorp hebben we nog steeds problemen met drinkwater. Er zijn wel kranen, maar de druk is laag en soms komt er helemaal geen water uit. Het is 2026, hoe kan dat nog?” Hij wijst ook op het gebrek aan voorzieningen voor ouderen. “Er is niets voor seniorenburgers. Geen opvang, geen projecten. Het lijkt alsof men niet weet dat we bestaan.” Zijn boodschap: “Regering, du wan sani. Zo kan het niet verder.”
Niet praten, doen
Bootsmannen mengen zich in het gesprek. Figa, die al jaren actief is op de rivier, ziet weinig vooruitgang in Albina. “Mijn mening is dat Albina ver achter is. Er wordt niet naar ons gekeken, terwijl er zoveel is beloofd.”
Hij vergelijkt de huidige situatie met die onder voormalig president Chan Santokhi. “Ze hebben hem uitgescholden, maar wat we nu zien… hij deed het beter,” zegt Figa. Over de huidige leiding onder president Jennifer Simons is hij kritisch. “Er wordt steeds gezegd dat het land problemen heeft, maar wat doe je eraan als regering? We hebben niets aan praten. Je moet doen.”
Zijn collega’s vallen hem bij. Vanaf andere boten klinken opmerkingen als: “Albina is al dertig jaar zo,” en “Sinds de oorlog is hier niets veranderd.” Ook de slechte staat van de wegen wordt herhaaldelijk genoemd, evenals het uitblijven van subsidies voor bootsmannen. “In de stad krijgen ze die wel, maar wij niet. Wat voor beleid is dat?”
Ik wacht niet
Voor Rinia uit Moengo is de realiteit wat het is: wachten op de overheid is geen optie. Terwijl ze wacht op de staatsbus richting Albina, vertelt ze hoe ze haar inkomen bij elkaar brengt. “Misschien is het nog te vroeg voor de regering. Ik heb nog geen verandering gezien, maar laten we even afwachten,” zegt ze voorzichtig.
Toch rekent ze niet op overheidssteun. “Ik plant en verkoop mijn producten. Soms ga ik helemaal naar Saint-Laurent-du-Maroni in Frans-Guyana. Daar verdienen mensen beter en kunnen ze onze landbouwproducten kopen.”
“Andere regeringen hebben vijf jaar gehad en weinig bereikt. Laten we deze regering de tijd geven”
Ze vermoedt dat de regering inzet op toekomstige inkomsten uit de olie- en gassector. “Misschien wachten ze daarop. Maar ik wacht niet. Ik moet zelf werken om vooruit te komen.” Haar oordeel is scherp: “Surinaamse regeringen zijn er vaak voor zichzelf en niet voor het volk. Kijk naar Moengo, dan begrijp je wat ik bedoel.”
Communicatie oké
Niet iedereen is negatief. Lingori van Alfonsdorp kiest voor een meer genuanceerde benadering. “Als je naar Suriname als geheel kijkt, gaat het niet goed. Maar dat ligt niet alleen aan deze regering. Opeenvolgende regeringen hebben weinig gedaan.”
Ook in zijn dorp zijn er problemen met de watervoorziening, ondanks de nabijheid van een distributiestation van de Surinaamsche Waterleidingmaatschappij. Toch pleit hij voor geduld. “Andere regeringen hebben vijf jaar gehad en weinig bereikt. Laten we deze regering de tijd geven.”
Wat hij wel waardeert, is de communicatie vanuit het districtsbestuur. “De districtscommissaris van Albina communiceert goed. Er zijn bijeenkomsten waarin besluiten worden besproken. Dat stel ik op prijs.” Volgens hem moet de samenleving ook kritisch naar zichzelf kijken. “Er moet niet voor elk klein ding geklaagd worden. We hebben slechtere tijden gekend.”
Men is ons vergeten
Voor Tego, geboren en getogen in Albina en eveneens bootsman, ligt de nadruk op voorzieningen voor de jeugd. “Onze kinderen hebben speeltuinen nodig. Wat er is, is oud en overwoekerd. Je bent bang om je kind daar te brengen, er zijn zelfs slangen.”
Ook wijst op de slechte staat van de wegen. “Als het eindelijk lukt om een auto te kopen, gaat die snel kapot door de wegen. Het lijkt alsof men ons arm wil houden.” Volgens hem is het contact met gekozen vertegenwoordigers minimaal. “Sinds de verkiezingen hebben we niets meer gehoord. RR- en DR-leden zijn er, maar de communicatie is slecht. Men is ons gewoon vergeten.”