Diepe zucht

GANGA / Sharda Ganga

Ik weet niet waar ik dieper van moet zuchten.

Van een volwassen man die vindt dat seksueel misbruik van een dertienjarige normaal is als hij haar zijn vrouw noemt. Hij denkt wellicht dat het insinueren van een vaste relatie, leeftijd en wetboek ongeldig maakt.

Of van het feit dat de man blijkbaar eerst een relatie had met de oudere zus, die nu de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt en waarschijnlijk nu veel te oud is naar zijn smaak.

Of van het geweld dat plaatsvindt in de cellenhuizen, waarbij de rechten van die meneer worden geschonden, door medecelgenoten die hun handelen als heldendaad beschouwen.

Of van dat deel van de samenleving dat watertandend filmpjes van de middeleeuwse barbarij bekijkt en gretig doorstuurt, en vooral vindt dat die man geen aanspraak heeft op enig mensenrecht.

Van de goorheid van degenen die filmpjes van het kind verspreiden.

Van de korte attentiespanne van zovelen, waarbij ze in een seconde kunnen ontvlammen in verontwaardiging, om even snel weer het geval te vergeten als er een ander sappiger verhaal zich aandient.

Van de enorme aandacht voor diepgewortelde maatschappelijke misstanden, die helaas slechts de kop opsteekt als er zich heftige, tot de verbeelding sprekende gevallen voordoen, maar die veel te weinig vertaald worden in werkelijke oplossingen, beleid, en bescherming van de kwetsbaren in onze samenleving.

Enkele weken geleden presenteerde een reeks van deskundigen, onder wie Julia Terborg, Manon Sanches, Sabine de Vries en Maya Manohar, bevindingen van onderzoek dat zij enkele jaren geleden deden naar geweld tegen kinderen en bescherming van kinderen. In al die jaren is er bitter weinig veranderd. Er is een Integraal Kinderbeschermingsnetwerk dat zijn best doet, maar die de slagkracht (nog) niet heeft om grote stappen te maken. Er is een wet voor een Kinderombudsinstituut aangenomen, maar het instituut moet nog handen en voeten krijgen.

We leven nog steeds in een samenleving waar velen nog altijd vinden dat er geen sprake is van geweld of misbruik als het kind ‘zelf wilde’, of dat kinderen aanstoot gaven door zich uitdagend te kleden of te bewegen. Een land waar sommigen (ik wil niet zeggen: velen) ook als ze misbruik herkennen, daar toch niets tegen ondernemen omdat ze vinden dat het een privé-aangelegenheid is en ze niet willen bemoeien. Ik verzin dit niet: lees de onderzoeksrapporten zelf eens.

Intussen worden nutteloze en aandacht afleidende discussies gevoerd over cultuur. Geweld, misbruik, schending van het recht van kinderen (maar ook volwassenen) op bescherming en lichamelijke integriteit kunnen nooit worden goedgepraat onder de mom van cultuur. Nooit. Nergens. Ons land heeft zich daartoe verplicht via de mensenrechtenverdragen die we hebben getekend.

Tot gisteren wist ik niet wie Snaipa was. En sindsdien verlang ik terug naar de tijd dat ik nog steeds in zalige onwetendheid kon verkeren.

Eén ding weet ik wel: met zuchten beschermen we geen kinderen, en houden we geen predators weg van onze kinderen. Wroko de fu du gi unu pikin.* .-.

(*vrij naar Paulus Dameni en Theatereenheid Mofo)

gangadwt@gmail.com