INGEZONDEN
Naar aanleiding van het ingezonden opiniestuk van de heer Romeo Hoost, verschenen op 24 juni 2026 onder de titel “Geschiedenis of propaganda?”, acht ik het noodzakelijk een eenmalige reactie te geven. Dit zal tevens mijn laatste reactie op deze kwestie zijn, aangezien ik geen behoefte heb aan een eindeloze polemiek die meer warmte dan licht genereert. Mijn doel is uitsluitend om enkele fundamentele misverstanden recht te zetten en daarmee de discussie af te sluiten.
Aangezien de heer Hoost zijn bijdrage de titel “Geschiedenis of propaganda?” heeft meegegeven, lijkt het mij gepast om juist dat onderscheid nader toe te lichten. Een geschiedschrijver onderzoekt, analyseert en interpreteert. Hij bestudeert bronnen, verzamelt gegevens uit zowel schriftelijke als mondelinge overleveringen, confronteert uiteenlopende perspectieven met elkaar en komt vervolgens tot een onderbouwde conclusie. Dat is de taak van de historicus.
“Opmerkelijk genoeg verwijst de heer Hoost in zijn stuk meerdere malen naar de Decembermoorden, maar geen enkele keer naar de Inheemse slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog”
Mijn onderzoek richtte zich op de ervaringen van de Inheemse bevolking gedurende de Binnenlandse Oorlog. De centrale vraag was hoe deze gemeenschap de oorlog heeft beleefd en op welke wijze die ervaringen hun maatschappelijke en politieke positie hebben beïnvloed. Dat was het uitgangspunt van mijn studie en dat is ook het uitgangspunt van mijn boek.
Hier stuiten wij onmiddellijk op een opmerkelijk probleem in de kritiek van de heer Hoost. In zijn uitgebreide reactie wordt nauwelijks aandacht besteed aan de kern van mijn onderzoek. De ervaringen van de Inheemse gemeenschap, de slachtoffers binnen deze gemeenschap en hun historische positie worden vrijwel volledig genegeerd. Wel verwijst hij naar de “Tucayana”, maar zelfs daarbij ontbreekt de noodzakelijke historische precisie. De term “Tucayana” is immers niet synoniem met de organisatie Tucayana Amazonas. Binnen de Inheemse samenleving hebben beide begrippen een verschillende betekenis en historische lading.
Opmerkelijk genoeg verwijst de heer Hoost in zijn stuk meerdere malen naar de Decembermoorden, maar geen enkele keer naar de Inheemse slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog. Dat is veelzeggend. Waar mijn onderzoek de aandacht vestigt op een onderbelichte gemeenschap, lijkt zijn reactie zich vooral te richten op politieke positionering.
Een tweede punt betreft zijn bewering dat ik hem zou hebben beschuldigd vanwege zijn steun aan het Jungle Commando. Ook hier wordt een fundamenteel onderscheid genegeerd: dat tussen historische analyse en politieke verontwaardiging.
Ik ben geen propagandist. Ik ben historicus. Wanneer ik schrijf over de betrokkenheid van de heer Hoost bij het Surinaamse verzet en zijn steun aan Ronnie Brunswijk, baseer ik mij niet op vermoedens, maar op historische bronnen.
Zo verklaarde de heer Hoost volgens de Volkskrant van 29 juli 1986, in reactie op berichten over een bankoverval, als woordvoerder van de Raad voor de Bevrijding van Suriname dat Brunswijk geen bankovervallen had gepleegd en omschreef hij hem als een idealist. Volgens Trouw van 7 oktober 1986 stelde de heer Hoost, als vertegenwoordiger van het Surinaamse verzet dat het optreden van Brunswijk ondersteunde, dat Brunswijk nooit burgerdoelen als doelwit had gekozen.
Daarnaast verklaarde hij volgens De Waarheid van 18 oktober 1986 dat men goederen leverde aan Brunswijk en dat men de geldstromen naar het verzet wilde blijven ondersteunen. Zoals het gezegde luidt, spreekt een meer dan duizend woorden. Hier een een krantenartikel uit het NRC Handelsblad (Rotterdam) van 30 juli 1986. De toont Romeo Hoost en Paul Somohardjo met een afbeelding die als bewijs diende van hun contact met Ronnie Brunswijk tijdens de oorlog.
Deze uitspraken zijn geen verzinsels van mijn hand. Zij zijn afkomstig uit contemporaine bronnen. Indien de heer Hoost bezwaar heeft tegen deze voorstelling van zaken, dan dient zijn discussie zich in de eerste plaats te richten op de historische documentatie en niet op de onderzoeker die deze documentatie citeert.
Ten derde stelt de heer Hoost dat ik professor Guno Jones zou hebben aangevallen. Ook dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Ik heb professor Jones nergens persoonlijk aangevallen. Wat ik heb gedaan, is wijzen op een algemeen historiografisch vraagstuk: de wijze waarop geschiedschrijving beïnvloed kan worden door de positie, ervaringen en betrokkenheid van degenen die over het verleden schrijven.
Dat is geen persoonlijke aanval, maar een academische observatie die al decennialang deel uitmaakt van het historiografische debat. Iedere historicus brengt zijn eigen perspectief mee. Dat geldt voor mij, dat geldt voor professor Jones en dat geldt voor iedere onderzoeker. Het erkennen van die realiteit is geen karakteraanval, maar juist een intellectuele noodzaak.
Tot slot kan ik niet anders dan concluderen dat de heer Hoost mijn boek waarschijnlijk niet heeft gelezen. Zo verwijst hij naar professor Jones als mijn promotor, terwijl ik zowel in mijn boek als publiekelijk expliciet heb vermeld dat hij mijn thesisbegeleider was. Daarnaast besteed ik in mijn studie aandacht aan Moiwana, de Binnenlandse Oorlog en de betrokkenheid van verschillende actoren bij het gewapende verzet. Deze passages zijn voorzien van bronverwijzingen en onderbouwd met historisch materiaal.
Agir Axwijk
Paramaribo
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.
- Suriname dicht bij eerste verkoop van carbon credits..
- Regionaal machtsspel: Frans-Guyana’s gezicht en Surinames r…..
- Local Content Forum stelt discussie over local content open…..
- Derde helft WK 2026: Nederland verslaat Tunesië in laatste …..
- Derde helft WK 2026: Japan en Zweden spelen gelijk in spann…..
- WK 2026 Special – Oranje klaart de klus tegen Tunesië en cl…..
- Ramdin: OAS blijft onmisbaar voor democratie, veiligheid en…..
- Hugo Essed: ‘Voordracht Meye als ambassadeur Israël een wra…..
- Negen verdachten veroordeeld in SLM-drugszaak..
- Nieuwe loonreeks moet uitstroom verpleegkundigen tegengaan..
- Derde helft WK 2026: Ecuador boekt historische winst op Dui…..
- Derde helft WK 2026: Curaçao verlaat WK met opgeheven hoofd…..
- WK 2026 Special – Ivoorkust maakt einde aan sprookje Curaça…..
- Regering investeert SRD 635 miljoen in modernisering AZP..
- GranMorgu-project op koers met ruim USD 3 miljard investeri…..
- Jagesar: ‘Normaal dat Suriname eigen kaart gebruikt, protes…..
- GBB onderzoekt compensatie voor burgers na herziening grond…..
- Negen verdachten veroordeeld voor 546 kilo cocaïne in cockp…..
- Humphrey Henry Willems..
- Suriname moet nog lange weg afleggen voor WK-deelname..
- Jamaica ziet kansen voor nauwere samenwerking met Suriname..