CHARMEOFFENSIEF MENNONIETEN

Na in 2024 op een coalitie van in stamverband levenden, milieuorganisaties en burgeractivisten te zijn gestuit en teleurstellingen bij de rechter en vanuit de politiek te hebben moeten incasseren, zijn de mennonieten wat stiller te werk gegaan, maar niet gestopt. Ondanks de waarschuwingen vanuit de internationale pers en vanuit landen die reeds slachtoffer zijn geworden van roofbouw, isolatietactieken, massamigratie, het gebrek aan controle en wijziging van het demografische en daarmee politieke landschap, heeft zakelijk Suriname zijdeuren opengelaten. In plaats van een Nederlandse vertegenwoordiger of tussenpersoon, zijn in de afgelopen weken Surinaamse bekenden de trom aan het roffelen en de loftrompet aan het blazen in een charmeoffensief namens de mennonieten.
De ambitie voor grootschalige agrarische ontwikkeling wordt vooropgesteld, terwijl de leiders en economische belanghebbenden vanuit de zijde van de migranten, of beter gezegd kolonisten, zich slim buiten beeld houden en in zwijgen hullen.
De noodzaak en urgentie voor milieubescherming en zelfs milieuonderzoek, zoals wettelijk voorgeschreven, lijkt Suriname achter zich te laten voor roependen in nu nog tropisch bos, maar straks een letterlijke woestijn. De propagandadroom om Suriname om te vormen tot een voedselschuur voor de regio, lijkt voor de voorstanders alle middelen te heiligen. Zij wijzen op de enorme expertise van de mennonieten in het verbouwen van gewassen als maïs en soja, wat essentieel zou zijn voor de lokale veeteelt en het verlagen van dure importen. Ondernemers die al met deze groep werken, prijzen hun werkethiek en professionaliteit, zeker in een tijd waarin lokale arbeidskrachten voor de agrarische sector schaars zijn. Diezelfde ondernemers geven geen inzage in wat hun eigen financieel voordeel zou zijn, die hun tot dergelijke lofliederen aanspoort. Iets dat in de offshore investeringen en zelfs in een zwaar bekritiseerde deal zoals Chinalco, wel met het publiek gedeeld is.
De Braganza Marketing Group, die als intermediair optreedt, benadrukt dat de gronden niet zijn verkocht, maar door de overheid ter beschikking zijn gesteld onder specifieke voorwaarden. Zij stellen dat de impact op het bosareaal minimaal zal zijn, omdat de activiteiten zich concentreren op reeds aangewezen landbouwgronden. Bovendien zou het project werkgelegenheid en ontwikkeling brengen naar het achterland, waarbij de mennonieten geen gesloten gemeenschap zouden vormen, maar juist willen bijdragen aan de Surinaamse samenleving. Dit is, zoals het marketing guru’s betaamt, een flinke dosis aan nominale waarheid en selectie.
De ‘aangewezen’ landbouwgronden zijn onder grote controverse toegewezen door een minister die dusdanig in opspraak is geraakt, dat er vermoedens zijn van mogelijke vervolging. Bovendien zijn deze toewijzingen recenter dan bijvoorbeeld de exploratieovereenkomsten in de meeste offshore blokken. Het zal opvallen dat in het noemen van een algemene term als ‘werkgelegenheid’ niet is aangegeven voor wie. Als migranten, die nu niet tot onze economie behoren, geïmporteerd en tewerkgesteld worden, is dat strikt genomen inderdaad werkgelegenheid, maar heeft de Surinaamse werkzoekende daar erg weinig aan. Zelfs ondernemer Lex van Dijk steekt dat niet onder stoelen of banken, wanneer hij met woorden van gelijke strekking aangeeft, dat Surinamers het werk dat de mennonieten komen doen, niet bereid waren te doen.
Critici en milieuadviseurs die waarschuwen voor onomkeerbare schade, doen dat integendeel niet zonder onderbouwing en gedegen vooronderzoek. Zij staven het nodige met feiten, cijfers, onderzoek en vergelijkingen met andere landen dicht bij huis. De grootste zorg is de methode van mechanische landbouw die mennonieten wereldwijd hanteren: grootschalige kaalkap. Dit staat in direct contrast met de status van Suriname als een van de weinige koolstofnegatieve landen ter wereld. Er wordt gewaarschuwd dat het opofferen van ongerept bos voor landbouw niet alleen de biodiversiteit vernietigt, maar ook de waterwegen kan vergiftigen door het intensieve gebruik van pesticiden en kunstmest.
Een cruciaal punt van kritiek is het gebrek aan transparantie en het schijnbaar passeren van wettelijke procedures. Critici stellen dat er voor dergelijke zware landbouwprojecten een uitgebreide milieueffectenanalyse vereist is, die jaren in beslag neemt. Er zijn signalen dat er al voorbereidingen en ontbossingsactiviteiten plaatsvinden zonder dat de officiële milieuautoriteiten hiervan formeel op de hoogte zijn gesteld. Dit roept vragen op over de rechtmatigheid van vergunningen en de eenheid binnen het overheidsbeleid; terwijl sommige organen de projecten faciliteren, lijken andere delen van de regering, inclusief het staatshoofd, niet volledig geïnformeerd over de details van de gemaakte afspraken. Net zo gezichtloos als de mennonieten in hun leiding blijven en zich bedienen van lokale maskers, had de overheid onder de vorige regering tenminste een gezicht om de tomaten op te gooien: dat van BIBIS-superminister Albert Ramdin. Hij stond bij de poort de mennonieten te verwelkomen en hij heeft de politieke moed getoond ook daarop terug te komen, toen hij de poort weer dicht deed. Onder de huidige regering weet niemand iets en zegt niemand iets, maar de molen maalt door.
Daarnaast zijn er sociaal-maatschappelijke zorgen over de oprichting van autonome kolonies in het binnenland. De vrees bestaat dat er een ‘staat binnen een staat’ ontstaat met eigen regels en beperkte sociale integratie, wat de Surinaamse identiteit en de rechten van lokale tribale gemeenschappen onder druk kan zetten.
Is de winst in voedselproductie en exportopbrengsten voor voornamelijk buitenlandse belanghebbenden, de mogelijke vernietiging van het regenwoud en de aantasting van de milieuregels waard? Terwijl ondernemers roepen om nuchterheid en productiekracht, eisen milieubeschermers dat de wet wordt gerespecteerd en dat Suriname vasthoudt aan zijn groene reputatie. Wat rest is een dringende roep om vooral openheid van zaken bij de mennonieten en hun lokale charmeurs, waarbij feiten en contracten openbaar worden gemaakt voordat de eerste oogsten definitief van de plantages rollen.
The post CHARMEOFFENSIEF MENNONIETEN ..