Braganza betwist illegaliteit mennonietenprojecten en dreigt met miljoenenclaim

PARAMARIBO — Braganza Marketing Group (BMG) weerspreekt dat Mennonieten uit Belize en Mexico die betrokken zijn bij drie landbouwprojecten van het bedrijf illegaal in Suriname verblijven of illegale activiteiten uitvoeren. Volgens het bedrijf beschikken de betrokken Mennonieten over geldige visa en vinden de werkzaamheden plaats op basis van afspraken die eerder met de regering zijn gemaakt. Braganza heeft inmiddels een conceptschadeclaim van 86 miljoen Amerikaanse dollar voorbereid vanwege het geschil met de overheid.

De onderneming reageert daarmee op de discussie die de afgelopen weken is ontstaan over de aanwezigheid en activiteiten van Mennonieten in Suriname. Volgens Braganza is door uitlatingen vanuit de regering, waaronder die van president Jennifer Simons en de minister van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB), het beeld ontstaan dat de Mennonieten bij de projecten illegaal zouden handelen.

GBB-minister Stanley Soeropawiro stelde donderdag dat het ultimatum dat de regering per deurwaardersexploot had gegeven aan drie groepen Mennonieten in West-Suriname om daar te vertrekken, intussen is verstreken. Nu wordt nagegaan welke maatregelen getroffen dienen te worden om ze daar weg te krijgen. Volgens de bewindsman zijn geen tekenen waargenomen dat de Mennonieten van plan zijn op te breken.

Braganza stelt dat het beeld dat door de regering is geschetst niet overeenkomt met de afspraken waaronder de projecten zijn opgezet. Enkele maanden geleden werd bekend dat Braganza in januari overeenkomsten met het ministerie van LVV had getekend voor het uitoefenen van landbouwactiviteiten. Bij die activbviteiten was ook inbegrepen het inzetten van Mennonieten. Het bedrijf waarschuwt dat het naast zich neerleggen van eerder gemaakte afspraken financiële gevolgen voor de overheid kan hebben. De aangekondigde claim van 86 miljoen dollar bevindt zich volgens Braganza nog in de conceptfase.

Overeenkomsten voor ruim 34.000 hectare

Volgens het bedrijf zijn met de regering drie overeenkomsten gesloten voor landbouwprojecten op percelen met een gezamenlijke oppervlakte van 34.185 hectare langs de weg naar West-Suriname. De overeenkomsten zouden zijn aangegaan met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), met instemming van de toenmalige president en de landbouwcommissie van De Nationale Assemblée.

Het bedrijf plaatst de projecten binnen het streven om de agrarische productie van Suriname te vergroten en de afhankelijkheid van inkomsten uit onder meer goud, olie en gas op termijn te verminderen. Braganza spreekt van een geprojecteerde bruto jaaromzet van ongeveer 78,8 miljoen Amerikaanse dollar voor de projecten.

Volgens de onderneming heeft zij na het sluiten van de overeenkomsten bij de regering aangedrongen op duidelijke communicatie naar de samenleving over de samenwerking. Braganza zegt dat onvoldoende overheidscommunicatie heeft bijgedragen aan de huidige onduidelijkheid.

Het bedrijf houdt vol dat op de drie percelen uitsluitend werkzaamheden worden uitgevoerd die met LVV zijn afgesproken. Ook stelt Braganza dat een milieueffectrapportage in uitvoering is en bij de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) is aangeboden. Verder weerspreekt het bedrijf dat Mennonieten die binnen zijn projecten werkzaam zijn een deurwaardersexploot hebben ontvangen of formeel zijn aangezegd de locaties te verlaten.

Afspraken met gemeenschappen

Braganza zegt voor de uitvoering van de projecten samenwerking te hebben gezocht met omliggende gemeenschappen. Volgens het bedrijf zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de kapitein en bewoners van Witagron en met de gemeenschap van Apoera.

De onderneming stelt dat bewoners uit de betrokken gebieden voorrang zullen krijgen bij werkgelegenheid die uit de projecten voortvloeit. Daarbij gaat het onder meer om taxivervoer, zwaar transport en werkzaamheden op de landbouwgronden. Ook zouden afspraken zijn gemaakt over het onderhoud van infrastructuur.

Daarnaast zegt Braganza in totaal 600.000 Amerikaanse dollar beschikbaar te stellen voor gemeenschapskassen van de betrokken dorpen. Het geld is volgens het bedrijf bedoeld voor projecten die de lokale ontwikkeling moeten stimuleren.

Kritiek op publiek debat

Braganza uit tevens zorgen over de toon van het publieke debat rond de Mennonieten. Volgens het bedrijf moeten eventuele overtredingen individueel en aan de hand van de wet worden beoordeeld en niet worden toegeschreven aan een hele gemeenschap.

De onderneming roept op tot een discussie die gebaseerd is op feiten en regelgeving en zegt uitingen te willen vermijden die kunnen leiden tot discriminatie, vijandigheid of bedreiging van de veiligheid van betrokkenen.

Braganza zegt bereid te blijven tot overleg met de regering over de ontstane situatie. Het bedrijf benadrukt daarbij dat het naar eigen zeggen vasthoudt aan de eerder gemaakte afspraken en duidelijkheid wil over de verdere uitvoering van de landbouwprojecten.