Het is een zowel hardnekkig als bijna lachwekkend terugkerend ritueel geworden: telkens wanneer een minister van Buitenlandse Zaken de kans krijgt om in New York of Dubai de hand te schudden van een sjeik in een smetteloos wit gewaad, draaien de propagandamachines op volle toeren. De Communicatiedienst Suriname en de voorlichtingsafdeling van het ministerie laten niets aan het toeval over om de samenleving te verblijden met een overdaad aan goede voornemens, intentieverklaringen en beloften die zijn gedaan. Maar dat heeft voor Suriname allemaal nauwelijks iets opgeleverd.
Tekst Armand Snijders
Beeld BIS en dpworld.com
Of de president nu Desi Bouterse, Chandrikapersad Santokhi of Jennifer Geerlings-Simons heet, ze keken of kijken allemaal naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), waar Dubai deel vanuit maakt. De ene regering wat meer en intensiever dan de andere; ze denken dat daar wat te halen valt.
“Zolang Suriname zijn eigen huis niet op orde heeft, blijft elke ontmoeting met een sjeik een schijnvertoning met een sprookjesachtig gehalte“
Ten tijde van Bouterse moest en zou Suriname het ‘Dubai van Zuid-Amerika’ worden. Zijn partijgenoot André Misiekaba baarde opzien door in november 2016 in De Nationale Assemblee te zeggen: “we geloven in de Surinaamse versie van Dubai”.
Er werd daar destijds vooral lacherig over gedaan, vooral omdat in de jaren daarna Suriname steeds dichter naar de financieel-economische afgrond gleed en tal van projecten niet van de grond kwamen. Dubai was daardoor verder weg dan ooit.
Kaloti
Bouterse gaf wel het goudraffinagebedrijf Kaloti Suriname (een joint venture met een hoofdkantoor in Dubai) een monopoliepositie om al het Surinaamse exportgoud te keuren. Maar rond deze internationaal opererende onderneming bleven zoveel vragen hangen dat het project nooit echt van de grond kwam.
De regering-Santokhi viel bij haar aantreden gelijk met de neus in de boter, want er lag een uitnodiging klaar voor deelname van Suriname aan de World Expo 2020 in Dubai (die vanwege de coronapandemie pas in 2021 werd gehouden). Kosten noch moeite werden gespaard om Suriname te promoten.
Onder leiding van minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking werd vooral de halve regering en een leger ambtenaren ernaartoe gevlogen. Ondanks alle kritiek die daarop was, heeft de bewindsman altijd geweigerd te zeggen hoeveel dit alles de belastingbetaler heeft gekost. En wat de deelname Suriname uiteindelijk voor voordelen heeft opgeleverd, is ook nooit bekendgemaakt.
DP World
Het enige succesverhaal uit Dubai in Suriname is dat van DP World (Dubai Ports World), die deze maand precies vijftien jaar geleden in Paramaribo neerstreek. Daar had de overheid geen enkele bemoeienis mee. Wel sloeg Santokhi in augustus 2022 de eerste paal voor het ruim honderd miljoen euro kostende project Suzanna’s Daal, de beoogde megahaven in district Commewijne, die speciaal was ontworpen ter ondersteuning van de aanstaande olie- en gasindustrie.
Maar twee jaar later trok DP World zich terug omdat onduidelijkheid bestond binnen het consortium over de financiële inbreng van één van de lokale partners. Toen deze partner weigerde mee te werken aan een verplicht intern due diligence-onderzoek (een integriteits- en herkomstonderzoek naar het kapitaal), besloot DP World direct uit het miljardenproject te stappen.
Het vertrek uit het specifieke offshore-project in Commewijne betekende niet dat DP World helemaal weg is uit Suriname. Het concern blijft onder de vlag van DP World Paramaribo de grootste terminaloperator op de Jules Sedney Haven, waar het reguliere container- en vrachtoverslag verzorgt. Ook exploiteert het de gespecialiseerde mijnbouw- en industrieterminal La Vigilantia nabij Paranam.
(lees verder onder de )
DP World Paramaribo Port op de Jules Sedney Nieuwe Haven biedt via gespecialiseerde bulkterminal uitgebreide afhandeling van projectlading voor de belangrijkste industrieën van Suriname.
Naïeve bedelaar
Voor de rest blijft de inbreng vanuit de Emiraten in Suriname te verwaarlozen. Al twintig jaar of langer reist iedere zichzelf respecterende Surinaamse bewindsman richting de Emiraten. De sjeiks weten precies hoe ze Surinaamse delegaties in de watten moeten leggen. Ze worden standaard overladen met luxe, krijgen glanzende presentaties te zien over hypermoderne steden in de woestijn en keren steevast terug met koffers vol vage intentieverklaringen en ‘voorgenomen overeenkomsten’. Als in het sprookje van duizend-en-één-nacht, waarin Suriname steevast de rol van naïeve bedelaar speelt, smachtend naar dollars die maar nooit de Atlantische Oceaan oversteken.
Eind september was er een ontmoeting in New York tussen minister Melvin Bouva en zijn Arabische ambtgenoot Sheikh Abdullah bin Zayed Al Nahyan. Het was het zoveelste hoofdstuk in dit zich steeds maar weer herhalende ritueel. Bouva sprak in de marge van de VN-vergadering over samenwerking op het gebied van landbouw, energie, infrastructuur en luchtvaart. Ook de financiering van ontwikkelingsprojecten via het Abu Dhabi Ontwikkelingsfonds kwam uiteraard aan bod. Zelfs de modernisering van de Johan Adolf Pengel internationale luchthaven en het behoud van historische gebouwen in Paramaribo werden – wéér – van stal gehaald.
Geen tastbaar project
Het klinkt prachtig en ambitieus. Maar het is, als naar de geschiedenis wordt gekeken, volslagen betekenisloos. Want wat heeft het allemaal opgeleverd? Helemaal niets. Geen enkele Arabische cent heeft geleid tot een tastbaar project op Surinaamse bodem. De luchthaven is nog steeds pijnlijk verouderd en de historische binnenstad brokkelt sneller af dan de sjeiks met hun ogen kunnen knipperen. De enige verbinding met het Midden-Oosten blijft de hoop die regeringen telkens weer, tegen beter weten in, aan de samenleving verkopen.
Waarom trapt de bevolking hier elke keer weer in? Het antwoord ligt in de chronische Surinaamse behoefte aan een quick fix. Suriname weigert als land structurele hervormingen door te voeren die nodig zijn om serieuze investeerders aan te trekken. Gedacht wordt dat de Arabieren miljarden komen strooien, puur omdat het land een mooi bos heeft en – tegenwoordig – ook olie voor de kust.
Diplomatieke code
Maar Dubai en de overige zes emiraten zijn niet rijk geworden door filantropie. Het zijn bikkelharde zakenlieden. Die kijken naar de corruptie-index, de bureaucratie, het gebrek aan rechtszekerheid en de onbetrouwbare investeringswetgeving van Suriname en trekken hun conclusies. Zij bieden vervolgens beleefd aan om het diplomatieke korps te ’trainen’ of overheidsdiensten te digitaliseren. Dat is een diplomatieke code voor: “we geven jullie een aalmoes in de vorm van een gratis cursus, zodat jullie ons niet langer lastigvallen met vragen om geld”.
Bouva benadrukte desondanks in New York dat de betrekkingen moeten leiden tot “concrete projecten en resultaten”. Het is een holle frase die de gemeenschap al honderd keer heeft gehoord. Wat verandert een overeenkomst tussen de kamers van koophandel als Surinaamse ondernemers niet eens fatsoenlijk vreemde valuta kunnen overmaken of maanden moeten wachten op een simpele vergunning? Wat bezielt een minister om te geloven dat de VAE de Surinaamse maritieme veiligheid gaat regelen, terwijl het land zelf amper de benzine voor de weinige kustwachtboten kan of wil betalen?
“De sjeiks weten precies hoe ze Surinaamse delegaties in de watten moeten leggen“
Sprookjesachtig gehalte
Het wordt tijd dat de realiteit onder ogen wordt gezien. De emiraten hebben Suriname helemaal niet nodig. Niet voor hun voedselzekerheid, niet voor hun logistiek en al helemaal niet voor hun diplomatie. De enige ‘partij’ die baat heeft bij deze schijnbare “versterking van de banden”, zijn de Surinaamse bewindslieden en andere hooggeplaatste figuren. Zij kunnen weer een exclusieve bestemming aan hun reislijstje toevoegen, vaak op kosten van de Surinaamse belastingbetaler.
Zolang Suriname zijn eigen huis niet op orde heeft, blijft elke ontmoeting met een sjeik een schijnvertoning met een sprookjesachtig gehalte. Bouva kan in New York glimlachend op de gaan met Sheikh Abdullah, maar de Surinaamse burger weet inmiddels beter: de beloofde Arabische lente aan de Surinamerivier is niets meer dan gebakken lucht in een woestijnland.
- Vogelgriep onder controle, maar onenigheid over schadevergo…..
- Twee pluimveebedrijven uit quarantaine, besmet bedrijf blij…..
- China en Latijns-Amerika: recordhandel en duurzame hulp..
- Zonnig, warm en benauwd op deze donderdag..
- Costa Rica opent megagevangenis naar voorbeeld van Bukele..
- “Kijk hoe echt dit is”: Nagarjuna over Ranbir Kapoors obses…..
- Eén ei bij het ontbijt helpt tegen hongergevoel..
- Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger na jaren rivali…..
- Sport uitslagen woensdag 14 oktober 2026...
- US$ 80 miljard aan beurswaarde verdampt bij AI-bedrijven na…..
- LVV blijft vogelgriep dagelijks monitoren..
- Baasaron: onregelmatige Canawaima-veerverbinding kost onder…..
- Column: Evidente vrees ‘gevestigde orde’..
- DNA wil meer waarborgen voor burgers en bedrijven in nieuwe…..
- Grani wil meer inspraak voor belanghebbenden over herstelge…..
- Beslag op bankrekening: DNA-leden vragen hoeveel geld gezin…..
- Bedrijfsleven wordt gevraagd ervaringen over handel in de C…..
- OM licht stand van zaken toe naar aanleiding van column..
- Wayne Telgt pleit voor structurele aanpak kosten schoolverv…..
- Chinese export groeit 36,3 procent door AI-vraag en techpro…..
- Geen winnaar bij Broki tegen Voorwaarts..