Het schijnbaar eeuwige geharrewar met Guyana over de bouw van een brug over de Corantijn, heeft tot nog toe weinig goeds gebracht en vooral geen oeververbinding. De nieuwe en verrassende zet van de regering om de brug nu zelf te willen bouwen, zorgt bovendien niet voor schot in de zaak. Integendeel zelfs, de jarenlange droom lijkt verder weg dan ooit.
Tekst Armand Snijders
Beeld OW
Het idee voor een vaste oeververbinding is al tientallen jaren oud, maar het initiatief kreeg in 2020 concreet weer vorm toen de regering-Santokhi een overeenkomst met de Guyanese president Irfaan Ali sloot. De brug zou hét paradepaardje van regionale integratie worden en de economieën van Suriname en Guyana definitief in elkaar laten vloeien. Daar zou de bevolking van beide opkomende olielanden ook van profiteren.
“Het Surinaamse besluit om de Corantijnbrug zelf te financieren getuigt van een gezonde dosis vaderlandsliefde, maar ontbeert elke vorm van financiële transparantie en diplomatieke tact”
Met veel vertoon en gevoel van vriendschap en broederschap ondertekenden de presidenten van de twee landen een intentieverklaring. De formule die was bedacht klonk als muziek in de oren: Public-Private Partnership (PPP). Via het zogenaamde Design-Build-Finance-Operate-Maintain-model, dat vol enthousiasme door toenmalig minister Riad Nurmohamed van Openbare Werken werd gepromoot, zouden private investeerders de brug bouwen en exploiteren, waardoor de Surinaamse staat geen rooie cent hoefde op te hoesten.
Het was als een sprookje dat zou worden bewaarheid. Ali knikte instemmend bij het idee dat zijn land mede-eigenaar zou worden van – en medezeggenschap zou krijgen over – een brug die geografisch gezien niet eens op Guyanese bodem staat. Immers, de Corantijn behoort aan Suriname toe. Dat was dus pure winst voor de buren.
Een hardnekkige mythe
Echter, de PPP-methode bleek een hardnekkige mythe; het werkte misschien wel voor een paar openbare toiletten aan de Waterkant, maar dat waren in feite gewoon donaties van bedrijven die anders ook wel waren gekomen. De echte grote internationale investeerders daarentegen bleken niet gek; een brug bouwen in een regio waar het infrastructurele achterland nog grotendeels uit zandwegen bestaat, tussen twee landen die elkaar geregeld in de haren vliegen, brengt grote risico’s met zich mee. Men had er geen geloof in dat dit geld op basis van de toekomstige tolheffing kan worden terugverdiend.
Toen de inschrijvingen van grote consortia, waaronder het Nederlandse Ballast Nedam en China Road and Bridge Corporation, uiteindelijk op de mat vielen, werd pijnlijk duidelijk dat de overheden toch zelf fors over de brug zouden moesten komen met garanties en kapitaal. De PPP-ballon was met een luide knal uiteengespat. Bovendien was er veel onduidelijkheid en geharrewar over hoeveel de landen elk zouden moeten bijdragen en welke rechten men daar aan kon ontlenen. En dus bleef de brug de gehele regeerperiode van Santokhi (2020-2025) een droom.
Concrete cijfers ontbreken
In het meest recente hoofdstuk in deze klucht heeft de Surinaamse regering opeens aangekondigd de brug volledig uit eigen zak te gaan betalen en dat deze ook volledig háár eigendom wordt. De reden is vanuit Surinaams oogpunt duidelijk: de Corantijnrivier is tot aan de Guyanese oever volledig Surinaams grondgebied, dus moet het ook een Surinaamse brug worden. Echter, financieel en strategisch bezien is dat vooral een sprong in het diepe zonder dat iemand weet of er überhaupt wel water in het zwembad zit.
Want wáár gaat Suriname het geld vandaan halen? Minister Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening schermde recentelijk in De Nationale Assemblee met “verschillende financieringsmodellen” en zou daarover in overleg treden met het ministerie van Financiën en Planning. Maar concrete cijfers en de onderbouwing daarvan ontbreken volledig. Worden opnieuw leningen afgesloten waarvoor toekomstige olie-inkomsten bij voorbaat al worden gereserveerd voor de aflossingen? Het heeft er alle schijn van dat een luchtbrug gaat worden gefinancierd met geld dat er nog niet is, zoals al vaker is gedaan.
Ondertussen krabt men zich aan de overkant van de Corantijn hoofdschuddend achter de oren. De Guyanese president reageerde via de media hoogst verbaasd op de Surinaamse solovlucht. Georgetown beweert dat er vanuit Paramaribo nooit een gewijzigd voorstel of formeel verzoek is ingediend via de officiële kanalen, maar dit wordt door de Surinaamse regering ontkend. Guyana houdt vast aan eerdere afspraken en heeft volgens eigen zeggen al zo’n 24 miljoen US dollar gereserveerd als bijdrage in het gezamenlijke project. Het is onduidelijk waar dit bedrag op is gebaseerd en of er afspraken liggen dat er nog meer geld in de brug zou worden gepompt.
Guyanees grondgebied
Los daarvan is de bittere realiteit dat een brug naar een buurland niet alléén kan worden gebouwd, zelfs niet als de rivier van jou is. De fysieke constructie mag dan boven Surinaams water zweven, de oprit, de douaneposten, de logistieke hubs en de aansluitende infrastructuur komen op Guyanees grondgebied. Als Georgetown de hakken in het zand zet omdat het zich gepasseerd voelt, eindigt de Surinaamse brug straks voordat de eerste paal kan worden geslagen.
Bovendien is de kans groot dat de hele internationale aanbestedingsprocedure, die miljoenen heeft gekost en jaren in beslag nam, nu definitief de prullenbak in kan. Tsang gaf al toe dat een compleet nieuwe aanbesteding waarschijnlijk noodzakelijk is zodra er een nieuwe financieringsconstructie ligt. Dat betekent dus terug naar af, met jaren aan extra vertraging tot gevolg.
“De bittere realiteit is dat een brug naar een buurland niet alléén kan worden gebouwd, zelfs niet als de rivier van jou is”
Dus wat onder Santokhi ooit begon als een soort ‘visionair project’ om de Guyana-schildregio in economisch opzicht te transformeren, dreigt volledig ten onder te gaan in een politieke en diplomatieke machtsstrijd, waarbij de agenda’s overduidelijk niet overeenkomen. Het Surinaamse besluit om de Corantijnbrug zelf te financieren getuigt van een gezonde dosis vaderlandsliefde, maar ontbeert elke vorm van financiële transparantie en diplomatieke tact.
Zolang Paramaribo en Georgetown niet in staat zijn om als volwassen partners rond de tafel te zitten zonder elkaar vooral steeds via de media te verrassen, blijft de oeververbinding precies wat ze de afgelopen decennia ook al was: een (k)luchtbrug waar de Surinaamse én Guyanese burgers alleen maar zuur om kunnen lachen. En die er vooral voorlopig niet zal komen.
- Venezolaanse families geven de hoop niet op na aardbevingen..
- Parlement eist strengere controles en hogere boetes in het …..
- Regering van Suriname betuigt medeleven aan Guyana..
- Vreedzaam: ‘Wet Ontneming Wederrechtelijk Verkregen Voordee…..
- Corruptie bestrijden vraagt om integriteit én bescherming v…..
- Manorath: Corruptiebestrijding begint bij integriteit en pr…..
- Reeds meer dan 40 lichamen geborgen..
- Dertien uitzendkrachten moeten weg bij ’s Lands Hospitaal..
- CRIMINELEN, HOE KALER HOE BETER..
- Opnieuw zeer warme woensdag; gevoelstemperatuur loopt op to…..
- Rasoelbaks: Corruptie jaagt investeerders weg en vraagt om …..
- Frankrijk verbiedt sociale media voor kinderen onder 15 jaa…..
- Brunswijk: “Schuld ligt niet alleen bij minister”..
- Franse ambassadeur gedecoreerd bij afscheid..
- President Irfaan Ali kondigt 3 dagen van nationale rouw aan..
- Actoren komen bijeen tijdens Anti-Corruptie Congres..
- Iwan Stanley Bynoe (66) Paramaribo 16-7-2026..
- TAS-directeur daagt Raad van Toezicht voor rechter; kort ge…..
- Dominant De Arend forceert beslissede game 3 in mannen eers…..
- Cijfers Directoraat Burgerzaken tonen bevallingen onder mei…..
- Column: De regering of het totale volk?..