De redactie van Dagblad . sprak eerder met fiscalist en juridisch adviseur Roy Shyamnarain over een aantal actuele onderwerpen, waaronder de ontwikkeling van de olie- en gassector en de wijze waarop Suriname de lokale betrokkenheid binnen deze sector kan vergroten. In het tweede vraaggesprek gaat Shyamnarain in op de bestaande wettelijke mogelijkheden voor local content en de noodzaak om deze verder aan te scherpen en uit te werken. Suriname beschikt volgens Shyamnarain al over een wettelijke basis om lokale betrokkenheid in de olie- en gassector af te dwingen. ‘’In de Petroleumwet komt de term ‘lo-cal content’ niet letterlijk voor, maar er zijn wel bepalingen opgenomen die kennisoverdracht, opleiding en de inzet van Surinaamse arbeidskrachten, moeten bevorderen’’, zegt Shyamnarain. Het bestaande wettelijke kader kan volgens hem, verder worden aangescherpt en uitgewerkt. Hij wijst erop dat de basis voor het benutten van de natuurlijke hulpbronnen niet alleen in de Petroleumwet ligt, maar ook in artikel 41 van de Grondwet. Daarin is vastgelegd dat de natuurlijke hulpbronnen toebehoren aan de natie en moeten worden ingezet voor de ontwikkeling van de samenleving.
Shyamnarain stelt dat in de Petroleumwet er uitgangspunten zijn opgenomen, waaraan de ontwikkeling van de natuurlijke hulpbronnen moet voldoen. ‘’Die ontwikkeling moet efficiënt plaatsvinden, zonder schade aan mens en milieu, terwijl de staat Suriname daar het grootste voordeel uit moet halen’’, zegt hij. Een belangrijk onderdeel daarvan is de overdracht van kennis, wanneer buitenlandse bedrijven bij de ontwikkeling van de sector worden betrokken.
‘’Surinamers moeten de mogelijkheid krijgen om kennis en ervaring op te doen, zodat zij uiteindelijk ook economisch kunnen profiteren van de ontwikkelingen binnen de olie- en gassector. U78y6i’gfvb’Hoewel ‘local content’ niet expliciet in de wet wordt genoemd, zijn volgens Shyamnarain, diverse verplichtingen wel degelijk in de bestaande wetgeving verwerkt. Zo moeten buitenlandse maatschappijen onder meer rekening houden met het in dienst nemen van Surinamers, capaciteits-ontwikkeling en opleiding. Ook gelden verplichtingen op het gebied van belastingafdracht en het hebben van een kantoor voor de werkzaamheden in Suriname. ‘’Deze wettelijke verplichtingen zijn vervolgens verder uitgewerkt in de Production Sharing Contracts, PSCs. Daarin wordt onder meer vastgelegd dat bedrijven Surinaamse werknemers moeten inzetten en, wanneer bepaalde expertise lokaal niet direct beschikbaar is, moeten zorgen voor opleidingsmogelijkheden’’, verduidelijkt Shyamnarain. Hij voegt eraan toe, dat bedrijven ook moeten rapporteren over hun inspanningen op het gebied van opleiding en capaciteitsontwikkeling. ‘’Local-contentbeleid hoeft dus niet volledig vanaf nul te worden opgebouwd.’’
Ruimte voor verbetering
Volgens Shyamnarain betekent het bestaan van de wettelijke basis niet dat verdere verbetering overbodig is. “De basis is er. Maar het kan altijd beter”, stelt hij. De bepalingen over local content zouden volgens hem, duidelijker kunnen worden geformuleerd en verder kunnen worden uitgewerkt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de lange looptijd van de contracten met internationale oliemaatschappijen. PSCs worden voor een periode van 25 jaar afgesloten. De staat heeft daarbij garanties gegeven dat de overeengekomen voorwaarden gedurende de looptijd van het contract zullen gelden.
Dat maakt het volgens Shyamnarain niet eenvoudig om later eenzijdig nieuwe verplichtingen aan de bedrijven op te leggen. ‘’Aanpassingen zijn mogelijk, maar moeten in overleg met de betrokken maatschappijen plaatsvinden. Daarbij kan een wijziging van de voorwaarden ertoe leiden dat de bedrijven op hun beurt, ook andere aanpassingen verlangen’’, zegt hij. Voor de overheid betekent dit volgens Shyamnarain dat goed moet worden nagedacht over nieuwe regelgeving. Nieuwe bepalingen kunnen in principe worden toegepast op nieuwe contracten, maar bij bestaande contracten ligt dat complexer. Shyamnarain pleit daarom voor een zorgvuldige aanpak waarbij Suriname enerzijds de bestaande mogelijkheden maximaal benut en anderzijds nieuwe regelgeving ontwikkelt waar dat nodig is. ‘’Daarbij moet steeds worden voorkomen, dat de staat zichzelf contractueel in een moeilijke positie brengt’’, benadrukt Shyamnarain.
The post ‘Basis voor local content is er, maar wetgeving kan verder worden uitgewerkt’ ..