Afstudeeronderzoek naar grafruiming dringt door tot in DNA

‘Uniformiteit moet er komen’

Toen Andy Alimoenadi in februari zijn afstudeeronderzoek over grafruiming verdedigde aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, kon hij niet of nauwelijks vermoeden dat zijn bevindingen enkele maanden later zouden terugkeren in De Nationale Assemblée (DNA). Tijdens het debat van 2 juni over de verouderde Begrafeniswet verwees parlementariër Marciano Dasai naar het onderzoek van Alimoenadie, in het dagelijks leven onderinspecteur van politie en coördinator interne beveiliging bij het Openbaar Ministerie. Voor de onderzoeker was het een bevestiging dat een onderwerp dat vaak pas aandacht krijgt wanneer problemen ontstaan, inmiddels onderdeel is geworden van een bredere maatschappelijke discussie.

Tekst en beeld Audry Wajwakana

“Ik heb gemerkt dat er een breed draagvlak bestaat voor verandering”, zegt hij een dag na het parlementaire debat aan de Ware Tijd. “Maar het moet goed gebeuren. Het moet niet politiek beladen zijn. Uiteindelijk moet de wet recht doen aan de burgers en de nabestaanden.”

Daagde zichzelf uit

Tijdens zijn studie voor de Post Masteropleiding Wetgeving onderzocht Alimoenadi hoe de regels rond grafruiming in de praktijk functioneren en in hoeverre de huidige Begrafeniswet nog aansluit op de Surinaamse realiteit. Toezicht en verantwoordelijkheden zijn onvoldoende geregeld, de administratie op begraafplaatsen laat vaak te wensen over en nabestaanden beschikken over beperkte rechtsbescherming, concludeerde hij. Met zijn studie naar de juridische en praktische betekenis van artikel 23a van de Begrafeniswet, dat betrekking heeft op grafruiming, ontdekte hij een systeem waarin regelgeving, administratie en uitvoering vaak niet op elkaar aansluiten.

Een van de meest zorgwekkende bevindingen betreft de administratie van begraafplaatsen. Als die er is bestaat ze uit oude schriften of cahiers waarvan de inhoud nauwelijks meer leesbaar is.

Voor de tweejarige Post Masteropleiding Wetgeving moest Alimoenadi eerst zijn master Surinaams Recht behalen en kreeg hij de vrijheid om zelf een afstudeeronderwerp te kiezen. “Veel mensen vroegen mij waarom ik als politieman niet iets koos binnen mijn eigen vakgebied. Maar ik wilde mezelf juist uitdagen toen de decaan, Rinette Djokarto, voorstelde om over grafruiming te schrijven”, zegt hij. Om zijn onderzoeksvraag ‘Wat is de juridische en praktische betekenis van artikel 23a van de Begrafeniswet ten aanzien van grafruiming’, te beantwoorden, bestudeerde hij niet alleen de wetgeving, maar bezocht hij ook begraafplaatsen en sprak met betrokkenen in de praktijk. Tijdens dat veldonderzoek viel hem vooral op het ontbreken van uniformiteit.

Verouderde administratie

Alimoenadie: “Je merkt dat iedereen eigenlijk zijn eigen ding doet. Er is geen eenduidigheid rond grafruiming. De wet bevat geen uitvoeringsbesluiten waarin precies staat hoe men moet handelen.” De verschillen beginnen al bij de manier waarop nabestaanden worden geïnformeerd. Volgens de wet moet vooraf bekend worden gemaakt dat graven zullen worden geruimd. Maar hoe dat gebeurt, verschilt sterk per beheerder. “De ene doet dat heel uitgebreid, terwijl de andere volstaat met een eenvoudige aanplakking bij de ingang van de begraafplaats”, zegt hij. Die verscheidenheid zorgt volgens Alimoenadi voor onduidelijkheid en onbegrip bij burgers.

Een van de meest zorgwekkende bevindingen betreft de administratie van begraafplaatsen. Als die er is bestaat ze uit oude schriften of cahiers waarvan de inhoud nauwelijks meer leesbaar is.

Een van de meest zorgwekkende bevindingen uit zijn onderzoek betreft de administratie van begraafplaatsen. Als die er is, bestaat ze uit oude schriften of cahiers waarvan de inhoud nauwelijks meer leesbaar is. “Er is veel administratie die nooit is gedigitaliseerd. Soms weet men eenvoudig niet meer wie er begraven ligt en waar.” Dat probleem werd recent zichtbaar bij de begraafplaats Rusthof, die door de particuliere begrafenisondernemer Hennep van de overheid werd overgenomen. De ondernemer stond voor een praktisch dilemma. “Hoe stel je nabestaanden op de hoogte als je niet weet wie de belanghebbenden zijn? Je kunt moeilijk familie benaderen als je niet weet van wie het graf oorspronkelijk was.”

Gevoelig

Zijn onderzoek bracht nog een ander fundamenteel probleem aan het licht: het ontbreken van duidelijke rechtsbescherming voor nabestaanden. Wanneer familieleden het niet eens zijn met een voorgenomen grafruiming of wanneer onenigheid bestaat over de vraag wie als belanghebbende moet worden aangemerkt, is vaak onduidelijk bij welke instantie men terecht kan. De Begrafeniswet bevat geen afzonderlijke regeling voor bezwaar of beroep. “Dat is precies het probleem. De wet geeft niet aan waar mensen hun beklag moeten doen als er een conflict ontstaat”, zegt Alimoenadi.

Hoewel burgers zich kunnen wenden tot verschillende instanties, schrijft de wet nergens voor binnen welke termijn klachten moeten worden behandeld. “Er is geen garantie dat een verzoek of bezwaar binnen een redelijke tijd wordt afgehandeld. Dat schiet tekort in de huidige regelgeving.” Dat betekent dat nabestaanden in veel gevallen zijn aangewezen op een civiele procedure bij de rechter, een kostbare en tijdrovende route die voor veel burgers niet eenvoudig toegankelijk is.

Waar uiteenlopende religieuze en culturele tradities naast elkaar bestaan, blijkt grafruiming in Suriname ook een gevoelig onderwerp te zijn. “De Begrafeniswet houdt onvoldoende rekening met de verschillende culturen die we hebben”, stelt Alimoenadi. Voor sommige groepen vormt grafruiming nauwelijks een probleem, terwijl andere gemeenschappen uitgaan van een vrijwel eeuwige grafrust. Hij wijst onder meer op bepaalde Javaanse tradities waarin voorouderverering een belangrijke plaats inneemt. “Er zijn groepen die eigenlijk geen grafruiming kennen. Voor hen is de gedachte dat een graf ooit wordt verwijderd moeilijk te accepteren.” Tegelijkertijd merkt hij dat opvattingen veranderen. “Je ziet ook ontwikkelingen binnen gemeenschappen. Waar vroeger crematie nauwelijks voorkwam, kiezen tegenwoordig ook sommige Javanen daarvoor.”

Niet eeuwigdurendEen andere opvallende conclusie uit het onderzoek van Alimoenadie is dat veel burgers niet weten dat graven in Suriname niet automatisch eeuwig behouden blijven. “Veel mensen denken dat wanneer een familielid wordt begraven, het graf voor altijd blijft bestaan. Maar de wet kent een grafrust van twintig jaar.” Na die periode kunnen nabestaanden de grafrust verlengen. Alleen weten veel mensen niet dat die mogelijkheid bestaat. Daar ligt volgens hem een belangrijke taak voor zowel overheid als begraafplaatsondernemers. “Bij sommige organisaties wordt tegenwoordig al vooraf uitgelegd wat de rechten en plichten zijn. Dat zou overal moeten gebeuren”, benadrukt hij.

Veel mensen denken dat wanneer een familielid wordt begraven, het graf voor altijd blijft bestaan. Maar de wet kent een grafrust van twintig jaar.

Voor zijn onderzoek kreeg Alimoenadie een acht als eindcijfer. Hij deed concrete voorstellen voor aangekondigde herziening van de Begrafeniswet. Zo stelde hij een wetsvoorstel op waarin onder meer de aanstelling van een verplichte begraafplaatsbeheerder, duidelijke verantwoordelijkheden voor toezicht en controle, een uniforme administratie, verplichte ruimingsplannen; heldere procedures voor kennisgeving, betere rechtsbescherming voor nabestaanden zijn opgenomen. Daarnaast werkte hij een uitvoeringsbesluit uit waarin precies wordt vastgelegd hoe grafruiming moet plaatsvinden. “Want zo een uitvoeringsbesluit bestaat nog niet”, benadrukt hij.

Tijdens de discussies in de assemblee over de modernisering van de Begrafeniswet, waarbij Alimoenadi aanwezig was, merkte hij brede steun voor verandering. “De wet dateert uit 1959. De laatste wijziging was in 2007 en had vooral te maken met ruimtegebrek op begraafplaatsen. Er zijn veel meer onderdelen die moeten worden gemoderniseerd.” De toekomstige wetswijziging moet volgens Alimoenadi in het belang van de samenleving zijn.-.