ACHTER DE VAL VAN DE SRD SCHUILT EEN GROTER VERHAAL

De strafzaken rond de voormalige leiding van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) blijven de samenleving bezighouden. Niet alleen vanwege de veroordelingen en de langdurige juridische procedures, maar vooral vanwege de vraag of de kern van het probleem, wel voldoende is blootgelegd. Volgens ingewijden die bekend zijn met het monetair dossier, heeft het Openbaar Ministerie (OM) een zwakke zaak opgebouwd tegen voormalig CBvS-governor Robert van Trikt en is onvoldoende aandacht besteed aan het bredere financiële en monetaire beleid dat aan de crisis voorafging. Volgens hen ligt de essentie van het probleem niet alleen bij individuele transacties, maar bij de fundamentele taak van de Centrale Bank: het bewaken van de waarde van de munteenheid en het beschermen van de koopkracht van de bevolking. Volgens ingewijden had de discussie over de CBvS-zaak moeten beginnen bij artikel 24 lid 1 van de Bankwet. Deze bepaling stelt dat het in omloop zijnde geld voor minimaal 50 procent moet worden gedekt door deviezen en goud. Deze dekking vormt volgens monetaire deskundigen een belangrijke basis voor vertrouwen in de nationale munt.
Voormalig CBvS-governor André Telting wees in het verleden herhaaldelijk op het belang van voldoende monetaire reserves en een solide dekking van de munt. Ingewijden stellen dat tijdens de periode waarin Gillmore Hoefdraad governor van de Centrale Bank was (2010-2015), de monetaire reserves sterk zijn afgenomen en dat de dekking van de munt uiteindelijk tot een zorgwekkend niveau is gedaald. Ook wordt gewezen op de verkoop van de goudvoorraad in 2011. Volgens deze visie ligt daar de kern van de problematiek: niet alleen de vraag welke individuele handelingen later zijn verricht, maar vooral hoe het monetaire fundament van Suriname onder druk kon komen te staan.
Een belangrijk juridisch argument in financiële strafzaken is dat beleidsbeslissingen niet automatisch strafbare feiten zijn. Volgens onze informatie gaat het in deze kwestie echter niet om normale beleidskeuzes, maar om beslissingen die de wettelijke grenzen van monetair beleid hebben geraakt. Er wordt gesteld dat wanneer de monetaire reserve verdwijnt en de dekking van de nationale munt wordt aangetast, de gevolgen niet beperkt blijven tot de overheid of enkele bestuurders. De gehele samenleving wordt hierdoor geraakt. De waardedaling van de Surinaamse dollar heeft volgens hen geleid tot verlies van koopkracht, aantasting van salarissen en pensioenen en grote financiële onzekerheid voor burgers.
Verder stellen ingewijden tegenover Keerpunt, dat het argument dat niemand zich persoonlijk heeft verrijkt, daarom een onvoldoende antwoord is op de economische schade die is ontstaan. Bij monetair beleid gaat het immers om de gevolgen voor een hele bevolking. Volgens kenners van het dossier volgde er na het verdwijnen van monetaire buffers, een opeenvolging van maatregelen, om de financiële problemen van de overheid op te vangen. Daarbij werd gewezen op monetaire financiering, het aangaan van grote leningen en de verkoop van staatsbezittingen. Zij stellen dat hierdoor de financiële positie van Suriname, verder onder druk kwam te staan.
Ook de positie van voormalig CBvS-governor Glenn Gersie wordt in dit verband genoemd. Destijds verzette Gersie zich tegen monetaire financiering, waardoor zijn positie als governor onder druk kwam te staan. De discussie over de onafhankelijkheid van de Centrale Bank blijft hierdoor een belangrijk onderdeel van het bredere debat. Een ander gevoelig onderdeel van het CBvS-dossier betreft de kasreserves van commerciële banken. Volgens ingewijden gaat het hier om een cruciale kwestie, omdat deze middelen bedoeld waren als bescherming van het financiële systeem. De verdediging heeft steeds betwist dat er sprake was van strafbare handelingen en heeft andere interpretaties gegeven van de gebeurtenissen. Toch blijft de kasreservekwestie een belangrijk punt in het maatschappelijke debat, omdat het raakt aan het vertrouwen in de financiële sector. De grootste vraag is of de strafzaken tot nu toe voldoende hebben gekeken naar het volledige plaatje. Zij vinden dat de discussie niet uitsluitend moet gaan over afzonderlijke transacties, maar over de reeks beslissingen die heeft geleid tot de ernstige economische gevolgen die Suriname heeft ervaren. Een Centrale Bank is geen gewone overheidsinstantie. Haar beleid bepaalt mede de waarde van geld, de koopkracht van burgers en het vertrouwen in de economie. De samenleving heeft daarom recht op duidelijkheid over hoe de monetaire positie van Suriname zo ernstig kon verslechteren en wie daarvoor bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt. Want uiteindelijk gaat deze kwestie niet alleen over voormalige bestuurders van de Centrale Bank. Het gaat over het vertrouwen van honderdduizenden Surinamers in hun geld, hun economie en hun toekomst.
The post ACHTER DE VAL VAN DE SRD SCHUILT EEN GROTER VERHAAL ..