In 1951 peddelde Pepejoe, een dorpsleider van de Wayana-inheemsen naar Albina om hulp te vragen. “Alsjeblieft, kom ons helpen. We gaan allemaal dood”, hoorde Truus Kleijwegt in 2012 via de mondelinge overlevering van de Wayana-gemeenschap. Die gebeurtenis vormt het vertrekpunt van haar huidige onderzoek. Wat speelde zich af in het binnenland van Suriname in de jaren veertig, vijftig en zestig? Waarom stierven er zoveel mensen en waarom is daar zo weinig over vastgelegd?
Tekst Audry Wajwakana
Beeld Audry Wajwakana & privécollectie
Truus Kleijwegt komt sinds 2006 regelmatig in Apetina aan de Tapanahonyrivier. Eerst als bezoeker uit Nederland en later als stagiair voor haar bachelorstudie Geschiedenis, waarvoor ze het informatieve lees-, kijk- en doeboekje ‘Naar de stad. De eerste reis van de Wayana naar Paramaribo’ in 2015 uitbracht. Ze is er nu weer. De onderzoeker is op zoek naar archieven van de Medische Zending, die destijds anders was georganiseerd dan tegenwoordig en materiaal van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg.
“Dat Pepejoe toen hulp zocht, zegt alles over hoe ernstig de situatie in het dorp moet zijn geweest”
Ziekte, dood, ‘keskesi’
De hulpkreet van Pepejoe, stichter van het gelijknamige dorp aan de monding van de Palumeurivier, is daarbij een cruciaal aanknopingspunt. “Hij was volgens de overlevering een charismatische en ondernemende man, in wiens dorp vaak feesten werden gehouden. Dat hij toen hulp zocht, zegt alles over hoe ernstig de situatie in het dorp moet zijn geweest”, verklaart Kleijwegt in gesprek met de Ware Tijd.
Tijdens haar onderzoek werd ze niet alleen met ziekte en sterfte geconfronteerd, maar ze stuitte ook op sporen van eerdere contacten tussen buitenstaanders en inheemse gemeenschappen. In Apetina hoorde ze van ene meneer Plewauku Tahoen verhalen over iemand die ‘Keskesi’ werd genoemd, een naam die binnen de Wayana ongebruikelijk is.
Ze vermoedde dat het om een verbastering ging en dacht uiteindelijk aan de naam Geijskes, aangezien bepaalde klanken in het Wayana ontbreken. Toen ze een van Geijskes liet zien, herkende een oudere bewoner hem direct: “ja, dat is Keskesi”. Diezelfde naam dook later opnieuw op in Palumeu, waar een gids haar vertelde over iemand die ook Keskesi wordt genoemd. Kleijwegt kon hem uitleggen dat deze naam teruggaat op Geijskes en dat deze persoon waarschijnlijk naar hem was vernoemd.
Dirk Cornelis Geijskes (1907-1985), een Nederlandse entomoloog en bioloog, was de oprichter van Stichting Surinaams Museum. Hij was ook verbonden aan het Landbouwproefstation aan de Cultuurtuinlaan (de huidige Letitia Vriesdelaan).
Geijskes leidde in 1952 een medische expeditie naar het Tapanahony- en Palumeugebied als antwoord op de hulpvraag van Pepejoe. Een grote groep Wayana en Trio vergezelde hem bij zijn terugkeer naar Paramaribo.
Dekmantel voor geheime opdracht
Maar al eerder, vanaf 1904, hadden expedities het Palumeugebied bezocht. Voor de Wayana staat vooral de tweede grensexpeditie uit 1936-1937 in het collectieve geheugen gegrift. Die deed het dorp Wehjok van Apetina aan en deze vatte het plan op om met de expeditie terug te reizen. Het werd de eerste reis van de Wayana naar Paramaribo.
De Saramaccaner Lodewijk Schmidt was één van de vaste medewerkers van de expedities en een vertrouwd gezicht voor de bovenlandse inheemsen. “Zelf leidde hij begin jaren veertig drie expedities naar het gebied om inheemse dorpen in kaart te brengen”, vertelt Kleijwegt.
Wat haar daarbij opviel, is dat de toenmalige gouverneur Johannes Kielstra, die van 1933 tot 1943 de kolonie Suriname bestuurde en bekend was als autoritair en eigenzinnig, interesse toonde in deze inheemsen groepen. “Het waren de jaren veertig; er woedde oorlog in Europa. Frankrijk was Duitsgezind in die tijd en er lag een Duitse U-boot (onderzeeër) in het Caribisch Gebied. Ze hebben het voorzien op jouw bauxiet en dan ga je indianen tellen. Wat is dit voor raars?”
Uit de archieven die Kleijwegt raadpleegde, kon zij opmaken dat de aandacht van Kielstra voor de inheemsen in zuidoost-Suriname een dekmantel was. “Het gerucht ging dat er een Duits of Japans militair kamp in die omgeving was. Ik geef dit vooral mee als mogelijke onderzoeksvraag voor een bachelorstudent Geschiedenis”, zegt ze.
Los van de ‘geheime militaire opdracht’ aan Kielstra leverden deze expedities kaarten en gegevens op over inheemse gemeenschappen langs de boven-Tapanahony- en Palumeurivier, materiaal dat voor haar onderzoek van belang is.
Studie Geschiedenis
Al sinds 1985 komt Kleijwegt in Suriname. Hoewel ze aanvankelijk voor het onderwijs koos, bleef haar interesse in Geschiedenis bestaan. Ze verdiepte zich in de drie Guyana’s en gaf als docent Nederlands presentaties over Suriname, onder meer om fondsen te werven voor het kinderhuis Koesikwarano in district Commewijne, waar ze ook als vrijwilliger werkte. Het tehuis bestaat niet meer.
“Ze hebben het voorzien op jouw bauxiet en dan ga je indianen tellen. Wat is dit voor raars?“
De overstap naar geschiedenis kwam geleidelijk. Eerst via een cursus aan de Volksuniversiteit, later via een studie. Een ontmoeting in Apetina gaf haar onderzoek uiteindelijk richting. Daar sprak ze met een Wayana die bekend staat als ‘meester Ronnie’ en hij vertelde haar dat hij als kind te voet van Brazilië naar Suriname was gekomen. “Dat verhaal maakte indruk op me, omdat ik me probeerde voor te stellen hoe zo’n tocht voor een kind moest zijn geweest.” Toen ze later meer informatie over deze geschiedenis wilde opzoeken, bleek daar vrijwel niets over te vinden.
Voor haar bachelor richtte ze zich op de migratiegeschiedenis van de Wayana. De eerste groep kwam eind achttiende eeuw vanuit Brazilië naar Suriname. Eerst naar de Lawa en daarna naar het gebied rond de Palumeu- en Tapanahonyrivier. Twee Braziliaanse regio’s spelen daarin een rol: het Yari- en het Parugebied.
In het Yarigebied wijzen bronnen op conflicten tussen inheemse groepen. Volgens sommige versies trokken de Wayana zelf over het Toemoek-Hoemakgebergte; anderen beweerden dat ze werden verdreven. Uiteindelijk vestigden zij zich bij de Litanirivier, waar zij samenleefden met de Aluku, die zelf op de vlucht waren.
In het Parugebied ligt het anders. Daar speelden Aucaners, die het gebergte overstaken om handel met deze mensen te drijven, een rol. Rond 1860-1865 nodigden zij de Wayana uit om zich aan de Surinaamse kant te vestigen. “Wat volgt, lijkt op kettingmigratie, want steeds meer mensen trokken mee”, zegt Kleijwegt.
Deze bewegingen staan niet op zichzelf. Ook de Trio verplaatsen zich. Oorspronkelijk woonden zij verder stroomafwaarts, maar zij trokken zich terug naar moeilijker bereikbare gebieden langs de bovenloop van rivieren, zoals de Palumeu. Langs de Tapanahony zijn nog altijd sporen zichtbaar van eerdere bewoning, zoals slijpsporen van stenen bijlen.
De oorzaken van deze verschuivingen zijn complex. Ziekten spelen waarschijnlijk een rol, maar volgens lokale bewoners ook sociale spanningen. Met name het tekort aan vrouwen bij marrongroepen, waar veel gevluchte tot slaaf gemaakten mannen behoorden, zou hebben geleid tot conflicten. “Dat kan mede verklaren waarom groepen als de Trio zich verder terugtrokken.”
Komst Europeanen fataal
Volgens Kleijwegt houden de migraties van de Wayana lang aan, tot ver in de twintigste eeuw, vooral in de jaren zestig en zeventig. Mogelijk zijn deze bewegingen later afgenomen, bijvoorbeeld door veranderingen in onderwijs en taalgebruik, al valt dat buiten haar onderzoek.
Wat haar onderzoek uiteindelijk blootlegt, is niet alleen een geschiedenis van migratie en contact, maar ook van verlies. De naam ‘Wayana’ zelf is relatief recent en van buitenaf opgelegd.
En na de komst van Europeanen verloor de inheemse bevolking mogelijk tot 90 procent van haar omvang. Dat verlies is niet alleen demografisch. Het betekent ook dat kennis, verhalen en verbanden zijn verdwenen.
Die lacunes probeert Kleijwegt nu met haar onderzoek opnieuw zichtbaar te maken. Daarbij doet zij een oproep aan nazaten van expeditieleden en andere betrokkenen, die mogelijk nog privéarchieven hebben om die toegankelijk te maken voor haar onderzoek.
In de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit hield Truus Kleijwegt een presentatie over haar onderzoek naar de Wayana en de Trio. [: Audry Wajwakana]
- Wetenschappelijk personeel AdeKUS in actie ondanks eerder o…..
- Wisselvallig weer met kans op buien en lokaal onweer..
- Eerste veroordeling in Senegal onder strengere anti-lhbti-w…..
- llegale passagiers landen met vliegtuig op Zorg en Hoop..
- Hoger Beroep-zaak ex-DSB-accountmanager draait om miljoenen…..
- Felicitatie..
- Felicitatie..
- Hendrik Ludwig Seymor (87) Amsterdam 11-4-2026..
- Magyar’s overwinning markeert mogelijk einde van EU-Hongari…..
- Column: De laatste ontmoeting die misschien niet komt; kill…..
- Hoger beroep tegen ex-accountmanager DSB: miljoenenclaim en…..
- Javaanse rituelen als kompas voor het heden..
- IDB: investeren in mensen sleutel tot duurzame ontwikkeling…..
- Mennonieten naarstig op zoek naar landbouwgrond..
- AdeKUS richt blik op kloof tussen beleid en uitvoering tijd…..
- Dc Muller en onderminister Beeldsnijder bezoeken geplaatste…..
- Project moet werkzoekenden beter voorbereiden op banen in n…..
- Republic Bank introduceert online rekening openen via Repub…..
- Diakonessenhuis lanceert SEEDS-programma voor moeder- en ki…..
- ‘Strategische fout in rivierconflict kan Guyana meer schade…..
- VSB: Investeren in beroepsonderwijs geen keuze, maar dringe…..