Zesde Agrarische Telling onthult regionale verschillen in opleidingsniveau

PARAMARIBO — Basisonderwijs (GLO-niveau) blijft landelijk het meest voorkomende opleidingsniveau. Hoger onderwijs is vrijwel uitsluitend geconcentreerd in de kustgebieden, terwijl landbouwers zonder formeel onderwijs zich voornamelijk in dorpsgemeenschappen in het binnenland bevinden.

Dit is een van de bevindingen, vervat in het statistiekrapport van de zesde Agrarische Telling. De lancering van dit document vond vrijdag plaats in de Ballroom van Torarica. “Door inzicht te hebben in de regionale onderwijsprofielen, hervormen we onze agrarische voorlichtingsdiensten om toegankelijke, praktische trainingen te bieden die de brug slaan tussen traditionele kennis en moderne landbouwtechnieken,” zei minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV).

“Wij sluiten onze ogen niet voor de werkelijkheid. We navigeren momenteel door een complex sociaal-economisch landschap dat wordt gevormd door klimaatverandering, marktverstoringen en veranderende internationale eisen”

De bewindsman stelde dat wanneer we praten over cijfers, tabellen en statistieken, we soms vergeten wat er áchter die data schuilt. Data kan op het eerste gezicht wat afstandelijk of abstract lijken. “Maar staat u mij toe u te verzekeren: het statistiekrapport dat wij vandaag lanceren is allesbehalve droge materie. Het is het levende verhaal van onze vruchtbare gronden, de niet-aflatende inzet van onze landbouwers, onze nationale voedselzekerheid én de richting van onze gezamenlijke toekomst.”

Volgens de LVV-minister is Suriname gereed om op te schalen, te moderniseren en een substantiële bijdrage te leveren aan de regionale voedselzekerheidsagenda. Met deze solide nulmeting als uitgangspunt kan ons land gezamenlijk nóg krachtigere, doelgerichtere programma’s ontwikkelen die een duurzaam rendement opleveren voor de lokale boeren en de nationale economie.

“Wij sluiten onze ogen niet voor de werkelijkheid. We navigeren momenteel door een complex sociaal-economisch landschap dat wordt gevormd door klimaatverandering, marktverstoringen en veranderende internationale eisen. In tijden van transformatie kunnen we niet varen op louter intuïtie; we hebben een betrouwbaar kompas nodig. Dit boerentellingsrapport is dat kompas,” benadrukte minister Noersalim.

De bewindsman bracht een speciaal woord van dank uit aan de IDB, de FAO en de IICA voor hun financiele en technische ondersteuning bij de uitvoering aan dit project, alsook aan Sheila Aldjah en haar team van uitvoerders, maar bovenal aan de landbouwers, die hun deuren en velden hebben opengesteld en hun ervaringen zo vrijgevig met het team heeft willen delen. “Dit rapport is gefundeerd op úw dagelijkse realiteit,” aldus minister Noersalim.