Wettelijke erkenning inheemsen bleef ook in 2025 uit

Tekst Audry Wajwakana

Beeld DNA

PARAMARIBO — Voor de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (Vids) stond 2025 in het teken van de aanhoudende strijd om erkenning van inheemse rechten en collectieve grondenrechten. “Ondanks intensieve inspanningen vanuit inheemse gemeenschappen en het maatschappelijke middenveld bleef concrete actie vanuit de overheid uit”, stelt Vids-directeur Cylene France. Het meest bepalende moment van het nu aflopende jaar noemt ze de ‘Chinalco-kwestie’.

In november 2024 sloot de regering een intentieverklaring met een Chinees mijnbouwbedrijf voor activiteiten in het leefgebied van de dorpsgemeenschappen Apoera, Washabo en Section. Deze dorpen zijn volgens Vids niet vooraf geraadpleegd via de internationaal erkende Free, Prior and Informed Consent-procedure. “Dat betekent dat gemeenschappen niet tijdig, volledig en vrijwillig zijn geïnformeerd of om toestemming zijn gevraagd. Dat is schending van onze rechten”, aldus France.

Kwetsbaar

De dorpen schakelden de Vids in voor ondersteuning. Brieven aan de overheid bleven onbeantwoord, waarna de gemeenschappen samen met maatschappelijke organisaties de straat op gingen en ook  een persconferentie belegden. Die gezamenlijke druk had effect. Het parlement besloot de overeenkomst niet verder te behandelen. France noemt dat een concreet succes. “Ja, omdat het parlement heeft geluisterd naar de stem van de gemeenschappen.” Tegelijkertijd waarschuwt zij dat de dreiging niet weg is, nu het dossier onder de nieuwe regering in november opnieuw is opgedoken.

‘Suriname kan het zich niet permitteren om de rechten van de oorspronkelijke bewoners niet wettelijk vast te leggen.’

Volgens France laat de Chinalco-zaak vooral zien hoe kwetsbaar inheemse gemeenschappen blijven zolang wettelijke bescherming ontbreekt. Zij plaatst de situatie in een bredere internationale context. Wereldwijd is sprake van vooruitgang in de erkenning van de mensenrechten van inheemse volken, maar die ontwikkelingen worden in Suriname nauwelijks vertaald naar nationaal beleid en wetgeving. Hoewel Suriname internationale verdragen ondertekent, ziet de Vids de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet terug in de praktijk. “Zolang er geen rechtszekerheid is, blijven gemeenschappen geconfronteerd met toenemende druk op hun leefgebieden”, aldus France.

Blijven strijden

Vids blijft zich daarom richten op bewustwording en belangenbehartiging. Bij melding van inbreuk op rechten of gebieden worden brieven gestuurd en gesprekken aangevraagd, maar die pogingen leveren weinig op. Sinds het aantreden van de zittende regering midden juli 2025 heeft Vids herhaaldelijk om overleg met de president gevraagd, maar een inhoudelijk gesprek is uitgebleven. Dat contrast tussen internationale uitingen en nationale praktijk ondermijnt het vertrouwen binnen de gemeenschappen. Een structurele doorbraak bleef in 2025 uit. Wettelijke erkenning van inheemse volken en die van hun collectieve grondenrechten is nog steeds niet gerealiseerd.

France wijst op het Kaliña en Lokono-vonnis van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten uit 2015, waarin Suriname werd opgedragen om binnen vastgestelde termijnen tot erkenning over te gaan. “Die deadlines zijn ruimschoots verstreken. Maar de Vids-voorzitter hoopt op rechtvaardigheid in 2026. De organisatie zal blijven strijden voor wettelijke erkenning en bescherming van leefgebieden. Suriname kan het zich niet permitteren om de rechten van de oorspronkelijke bewoners niet wettelijk vast te leggen”, stelt France. Alleen met concrete wetgeving kan volgens haar echte vooruitgang worden bereikt, voor inheemse gemeenschappen én voor het land als geheel.