Wet in staat van beschuldigingstelling roept misverstanden en politieke risico’s op

De procedure rond de wet in staat van beschuldigingstelling, bedoeld om politici en hoge functionarissen te beschermen tegen ongegronde vervolging, zorgt in de praktijk voor misverstanden en kan zelfs het risico van politieke beïnvloeding van strafzaken vergroten. Dat stelt staatsrechtsgeleerde Hugo Fernandes Mendes in het programma ABC Actueel.
Volgens Fernandes Mendes ligt de oorsprong van de regeling in de wens om politici, hoge ambtenaren en bewindspersonen te beschermen tegen lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolging. “Het achterliggende idee is dat men wilde voorkomen dat tegenstanders via het strafrecht wraak nemen of iemand willen beschadigen,” legt hij uit. Daarom moet de procureur-generaal eerst toestemming vragen aan De Nationale Assemblee (DNA) voordat vervolging kan worden ingesteld.
De staatsrechtsgeleerde wijst erop dat deze procedure historisch is overgenomen uit Nederland.
Tegelijkertijd signaleert Fernandes Mendes twee hardnekkige misverstanden rond de wet.
Ten eerste kan het begrip ‘in staat van beschuldigingstelling’ de indruk wekken dat een politicus al verdacht of schuldig is. “Dat creëert meteen een soort stigma, terwijl er vaak nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden,” zegt hij.
Daarnaast leeft bij burgers het gevoel dat politici zichzelf beschermen en niet op dezelfde manier worden behandeld als gewone burgers. “Dat roept het beeld op dat de rechtsstaat wordt ondermijnd, omdat politici mogelijk buiten schot blijven.”
Politieke invloed ligt op de loer
Volgens Fernandes Mendes schuilt een groter probleem in de rol van het parlement bij het verlenen van toestemming. Hij wijst erop dat de uitkomst afhankelijk kan worden van de politieke samenstelling van DNA. “De ene meerderheid kan wel toestemming geven en een andere niet. Dan ontstaat het beeld dat politieke overwegingen bepalen of iemand wordt vervolgd.”
Dat kan volgens hem leiden tot wantrouwen in het rechtssysteem en zelfs tot beschuldigingen van politieke vervolging. “Dan corrumpeer je het strafproces, en dat is zeer schadelijk.”
Parlement geen vervanger van OM
De staatsrechtsgeleerde benadrukt dat het parlement geen rol heeft in het beoordelen van schuld of onschuld. “DNA heeft niet de middelen, bevoegdheden of expertise om strafrechtelijk onderzoek te doen,” stelt hij. Die taak ligt exclusief bij het Openbaar Ministerie, dat volgens de grondwet het monopolie heeft op opsporing en vervolging.
Toch ziet hij dat parlementariërs zich in debatten soms uitlaten over de vraag of iemand schuldig is of niet. “Dat is niet hun taak en dat mogen ze ook niet doen.”
Oproep tot heroverweging
Fernandes Mendes wijst erop dat er al voorstellen zijn gedaan om de procedure te herzien of zelfs af te schaffen. Volgens hem is de kernvraag of deze extra bescherming nog nodig is als er vertrouwen bestaat in politie, justitie en het Openbaar Ministerie. “Als die instituties goed functioneren, heeft zo’n speciale procedure weinig toegevoegde waarde en kan die zelfs meer kwaad dan goed doen.”
The post Wet in staat van beschuldigingstelling roept misverstanden en politieke risico’s op appeared first on Suriname suriname.