Wanneer groei wordt beloofd, maar de portemonnee zwijgt

Een recent uitgebracht rapport van het Internationaal Monetair Fonds, IMF, rolt het land binnen als een glanzende brochure over een toekomst die steeds net na morgen begint. Groei in 2026, discipline vandaag. Het verarmde volk leest mee, maar vertaalt ondertussen. 

“Fiscale discipline” wordt thuis gelezen als: de riem nog een gaatje strakker. “Geleidelijke subsidieaanpassing” klinkt als: stroom duurder, loon hetzelfde. “Prijsstabiliteit” betekent: de prijzen stoppen met rennen, maar blijven op hoog niveau staan.

In de wijk wordt het rapport niet besproken in macrotermen. Daar heet het simpelweg: hoe kom ik deze maand door. De inflatie is geen grafiek, maar een lege pan. De wisselkoers geen beleid, maar een prijskaartje dat elke week verandert. Als het IMF zegt dat offers tijdelijk zijn, vraagt men zich af: tijdelijk voor wie. Want tijdelijk duurt hier vaak langer dan een generatie.

En dan is er de belofte van olie. Toekomstige rijkdom, toekomstige inkomsten, toekomstige rechtvaardigheid. Het volk knikt beleefd. Men heeft geleerd dat “toekomstig” een elastisch begrip is. 

Tot die tijd blijft het rapport vooral een oefening in vertalen: internationale hoop omzetten naar lokale ellende, met het stille vertrouwen dat de beloofde groei ooit ook echt op het bord belandt.