VHP: Rechtsstaat en gelijkheidsbeginsel moeten leidend blijven

PARAMARIBO – De Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) stelt dat de rechtsstaat en het gelijkheidsbeginsel centraal moeten blijven staan in de kwestie rond de in staat van beschuldigingstelling van voormalig minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed.

In een reactie op de recente berichtgeving zegt de partij kennis te hebben genomen van de ontwikkelingen rondom de zaak. Volgens de VHP is Suriname een rechtsstaat waarin iedere burger het recht heeft om zijn of haar onschuld te bewijzen binnen het kader van een onafhankelijke rechterlijke macht.

De partij benadrukt dat een in staat van beschuldigingstelling juridisch gezien niet betekent dat iemand schuldig is. Het gaat volgens de VHP om een procedurele stap die ruimte biedt voor een zorgvuldig juridisch onderzoek en beoordeling door de bevoegde rechterlijke instanties. Ook biedt het betrokken (voormalig) politiek ambtsdragers de mogelijkheid hun onschuld te bewijzen.

Daarnaast wijst de VHP op het belang van het gelijkheidsbeginsel. Dat houdt volgens de partij in dat dezelfde juridische normen en procedures moeten gelden voor iedereen, ongeacht persoon of politieke achtergrond. Selectieve toepassing van het recht kan volgens de partij het vertrouwen in de rechtsstaat ondermijnen en is daarom onaanvaardbaar.

De VHP stelt dat zij als partij principieel staat voor wet en recht en dat dit uitgangspunt het handelen van haar vertegenwoordigers altijd heeft bepaald. De partij zegt vertrouwen te hebben in de onafhankelijkheid van de Surinaamse rechtsinstituten en de verdere ontwikkeling van de zaak met respect voor de rechtsgang af te wachten.

Tot slot roept de VHP op tot terughoudendheid in het publieke debat en tot respect voor de procedures van de rechtsstaat. Volgens de partij is het uiteindelijk aan de rechterlijke macht om op basis van feiten en recht tot een oordeel te komen.