Van de drie ex-ministers die het Openbaar Ministerie (OM) wil vervolgen, is in de overweging alleen bij Bronto Somohardjo expliciet aangegeven dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn om hem ‘als verdachte aan te merken in de zin van artikel 19 van het wetboek van Strafvordering en hem in verzekering te doen stellen.’ Bij de voormalige bewindslieden Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed wordt slechts vermeld dat er omstandigheden zijn om hen ‘als verdachte aan te merken’.
Tekst Ivan CairoBeeld
Advocaat Gerold Sewcharan zegt desgevraagd aan de Ware Tijd dat het feit dat bij Somohardjo de passage ‘en hem in verzekering te doen stellen’ is toegevoegd, niet betekent dat hij bij eventuele instaatvanbeschuldigingstelling door het parlement automatisch zal worden gearresteerd en vastgezet.
Opsluiting niet vanzelfsprekend“Inverzekeringstelling is aan de orde zodra het onderzoeksbelang zulks rechtvaardigt. Dat belang zou ook in geval van vervolging van de twee andere dan aan de orde kunnen zijn, immers wijkt hun positie in dat opzicht niet af van die van Bronto”, legt Sewcharan uit.
Volgens de jurist heeft het OM “die toevoeging kennelijk dus niet opzettelijk weggelaten”. Tegelijkertijd wijst hij erop dat alleen het OM – om hem moverende redenen – beslist of het de inverzekeringstelling van een verdachte wil vorderen.
Sewcharan benadrukt dat het ontbreken van de formulering bij de andere twee ex-ministers daarom niet perse een bewuste keuze hoeft te zijn. “Dus net zo goed hoeft die weglating niet opzettelijk te zijn. Elke verdachte heeft daarom het recht de rechtmatigheid van zijn inverzekeringstelling per ommegaande aan de rechter-commissaris voor te leggen.”
Ook zouden ambtenaren van het ministerie in opdracht van de minister bouw- en renovatiewerkzaamheden hebben uitgevoerd aan het partijcentrum van deze politieke organisatie.
Het OM heeft De Nationale Assemblée vorige week verzocht om de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo, in staat van beschuldiging te stellen. Dit verzoek volgt op een strafrechtelijk onderzoek dat werd ingesteld na een rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst (Clad). Volgens de procureur-generaal (PG) zijn er op basis van dit onderzoek voldoende feiten en omstandigheden aanwezig om Somohardjo als verdachte aan te merken voor handelen in strijd met de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte en oplichting van de Staat.
Strafrechtelijk onderzoek en bevindingenHet strafrechtelijk onderzoek werd uitgevoerd door het Justitieel Interventie Team – Financieel Onderzoek. Uit een proces-verbaal van 26 februari 2026 komt naar voren dat er tussen 2020 en 2025 sprake zou zijn geweest van een systeem waarbij Somohardjo als centrale figuur wordt aangemerkt. Dit systeem zou uit twee hoofdlijnen bestaan: het inzetten van personeel, materieel en financiële middelen van het ministerie voor belangen van de politieke partij Pertjajah Luhur en de familie Somohardjo, en het systematisch bevoordelen van een bevriend bouwbedrijf via frauduleuze opdrachten.
Wat betreft het inzetten van personeel voor partijactiviteiten, bevat het dossier getuigenverklaringen en WhatsApp-berichten waaruit zou blijken dat Somohardjo instructies gaf om bewakingspersoneel in te zetten bij activiteiten van Pertjajah Luhur te Mariënburg en op het Onafhankelijkheidsplein. Ook zouden ambtenaren van het ministerie in opdracht van de minister bouw- en renovatiewerkzaamheden hebben uitgevoerd aan het partijcentrum van deze politieke organisatie.
Daarnaast beschrijft het dossier de inzet van staatsmiddelen voor privébelangen. Gesteld wordt dat personeel van de technische dienst van het ministerie werkzaamheden heeft verricht bij de supermarkt Plus To Go, die eigendom is van de minister en zijn echtgenote. Hierbij zou gebruik zijn gemaakt van voertuigen, tenten en gereedschappen van de overheid. Ook beveiligingspersoneel van het ministerie zou zijn ingezet voor de persoonlijke beveiliging van Paul Somohardjo, de vader van de minister, en voor objecten gelieerd aan een partner van zijn vader.
OverwerkadministratieDe kosten voor deze werkzaamheden werden volgens het onderzoek afgewenteld op de staatskas via de betaling van overwerkvergoedingen. Hiervoor zouden vermoedelijk valse overwerkstaten zijn opgesteld waarin de activiteiten werden gepresenteerd als algemeen overwerk voor het ministerie. Somohardjo zou als minister zijn paraaf hebben geplaatst onder deze administratie. Hoewel de directeur van het ministerie de minister herhaaldelijk op onregelmatigheden zou hebben gewezen, bleef Somohardjo deze praktijken volgens het dossier autoriseren. ‘De directeur van Biza, Eskak N, heeft verklaard de minister hier herhaaldelijk op te hebben gewezen, maar de minister bleef desondanks deze praktijken faciliteren en autoriseren’, staat in het verzoekschrift van het OM
Bevoordelen bouwbedrijf MarconEen tweede lijn in het onderzoek betreft de bevoordeling van bouwbedrijf Marcon. De directeur van dit bedrijf, Djanmady Karijodikoro, werd door Somohardjo benoemd tot ambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit leidde tot een situatie van belangenverstrengeling waarbij de eigenaar van een bedrijf dat opdrachten ontving van het ministerie, tegelijkertijd ambtenaar was binnen datzelfde ministerie. Getuigenverklaringen in het dossier suggereren een ruilrelatie waarbij het bedrijf financiële bijdragen leverde aan de politieke partij van de minister in ruil voor overheidsopdrachten.
Het OM stelt dat deze handelingen kunnen worden aangemerkt als misdrijven, gepleegd in de uitoefening van een ambt. De Staat zou hierbij door middel van administratieve constructies zijn misleid. Omdat het vermeende strafbare feiten betreft die tijdens het ministerschap zijn gepleegd, is een formeel besluit van De Nationale Assemblée over de in staat van beschuldigingstelling noodzakelijk voordat verdere strafvervolging kan plaatsvinden. Somohardjo heeft aangegeven zich aan geen enkel strafbaar feit te hebben schuldig gemaakt en juicht het strafrechtelijk onderzoek toe. Hij heeft het parlement opgeroepen het verzoek van de procureur-generaal om hem in staat van beschuldiging te stellen in te willigen.-.
- Nieuwe vluchten naar Dominicaanse Republiek moeten toerisme…..
- Visser vermoedelijk verdronken..
- Wie is in coalitieregeringen de baas in parastatale bedrijv…..
- Grensconflict Venezuela en Guyana laait opnieuw op door oli…..
- Politie houdt bekende aan voor diefstal van kettingzaag bij…..
- WERKEN ONDER DE STRINGENTE REGELS VAN EEN PERSCODE IN 1984..
- Belangrijke stap in digitale ontwikkeling van Brownsweg..
- Bouw ICT-centrum moet digitale kansen brengen naar Brownswe…..
- TCT bouwt ICT-centrum te Brownsweg..
- VS wil niet dat Venezuela juridische kosten Maduro betaalt..
- Nieuwe spanningen tussen Guyana en Venezuela over Essequibo..
- MEER IN HET BUITENLAND DAN IN DNA..
- VAN DE ENE MISLEIDENDE PRESIDENT NAAR DE ANDERE..
- Drie Iraanse voetbalsters zien af van asiel in Australië..
- Agrarische ambitie en concervering tropisch oerwoud bijten …..
- Regering wil regionale ziekenhuizen versterken..
- Amendement op initiatiefwet cassatierechtspraak maandag in …..
- Surinaamse student Lachman wint met team Nederlands kampioe…..
- PLO heeft geen bezwaar meer tegen digitalisering openbaar v…..
- ASSEMBLEEGOEDKEURING VAN KANDIDATEN..
- Wisselvallig weer met zon, bewolking en verspreide buien..