Universal Periodic Review

IN SURINAME LEIDEN wetten, beleidsvoornemens en vonnissen niet automatisch tot uitvoering en implementatie. Met allerlei excuses en ambtelijke rompslomp wordt om de hete brei gedraaid. Dat was ook maandag het geval tijdens de vierde beoordeling van Suriname door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève.

Suriname bleek met een aantal dringende aanbevelingen van vorige jaren niets te hebben gedaan. Schandalig is het dat bepalingen uit het Moiwana- (2005), Saamaka- (2007) en Kaliña en Lokono-vonnis (2015) nog steeds niet volledig zijn uitgevoerd. Ook dat Suriname het enige land is in Zuid-Amerika is dat de rechten van inheemsen en tribale op erkenning van hun traditionele cultuur en leefwijze niet erkent, is niet iets om trots op te zijn.

Dat de regering een werkgroep heeft ingesteld om te komen tot de operationalisering van dit instituut klinkt als een probleem dat is gecreëerd voor een oplossing

Eén van de zaken die ook totaal niet begrijpelijk is, is dat de instelling van een kinderombudsman maar niet van de grond komt, terwijl de wet in januari 2025 in werking trad. Het is compleet onbegrijpelijk dat president Jennifer Geerlings-Simons, die in 2018 als voorzitter van De Nationale Assemblee, het initiatief nam om met technische ondersteuning van het Unicef nationaal onderzoek te laten uitvoeren naar geweld tegen kinderen, dit instituut slapende houdt.

Vooral wanneer wordt gekeken naar de uitslag van dit onderzoek, is het ongelofelijk dat het instituut nog niet is bemand. Dat de regering een werkgroep heeft ingesteld om te komen tot de operationalisering van dit instituut klinkt als een probleem dat is gecreëerd voor een oplossing.

Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid liet weten dat er sprake is geweest van milieuvervuiling en dat er in gebieden van inheemsen en tribalen voor korte tijd een massale vissterfte is geconstateerd. De mensen konden daardoor niet meer vissen en van het water drinken. Het is de vraag of de minister ook liet weten dat het volgens de president het staatsbedrijf Grassalco is dat verantwoordelijk wordt gehouden daarvoor. Het is dus de staat die deze situatie heeft veroorzaakt.

Verschillende landen hebben Suriname maandag bij de Universal Periodic Review erop gewezen dat het een lange weg te gaan heeft. Ook de gezamenlijke schaduwrapportage, dit jaar ingediend door een aantal maatschappelijke organisaties, heeft de tekortkomingen van Suriname blootgelegd. Bij zijn presentatie heeft Monorath regelmatig gemeld dat in het jaar 2027 veel van de genoemde doelstellingen, zoals het instellen van een mensenrechteninstituut, zullen zijn gerealiseerd.

Opmerkelijk is dat terwijl de minister beloofde dat het mensenrechteninstituut er volgend jaar zal zijn, hij ook aangaf dat Suriname cultureel nog niet klaar zou zijn voor alle rechten rond abortus en LGBTIQ+-personen. Dat vonden de maatschappelijke organisaties die de schaduwrapportage hebben ingediend zorgelijk. Want mensenrechten kunnen niet selectief worden toegepast. Niemand heeft het recht te bepalen hoe een ander zich voordoet. Slechts de menselijkheid van de ander dient te worden gerespecteerd. Waarom is dat zo moeilijk voor delen van Suriname.