Tuberculosebestrijding Suriname schiet tekort

Onderzoeker Eric Commiesie waarschuwt voor aanhoudende besmettingen en hoge sterfte onder risicogroepen

PARAMARIBO — De tuberculosebestrijding in Suriname is nog altijd onvoldoende onder controle. Vooral onder mensen met hiv en drugsgebruikers wordt de infectieziekte intensief overgedragen. Bovendien kampt het Nationaal Tuberculose Programma (NTP) al jaren met een tekort aan personeel en financiële middelen, waardoor noodzakelijke maatregelen om de ziekte terug te dringen niet volledig kunnen worden uitgevoerd.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Eric Commiesie, die op 14 oktober aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) promoveerde op zijn proefschrift Tuberculosis Control in Suriname: An Analysis of Transmission Dynamics, Drug Resistance, and National Control Strategies. Hij verdedigde zijn onderzoek tijdens een openbare zitting in de Centrumkerk, de officiële aula van de universiteit. Zijn promotor was dr. Stephen Vreden.

Uit cijfers van het NTP blijkt dat het aantal geregistreerde tuberculosegevallen in tien jaar tijd slechts beperkt is afgenomen. In 2015 werden 150 gevallen geregistreerd, tegenover 131 in 2025. Het geschatte aantal ziektegevallen per 100.000 inwoners daalde in dezelfde periode nauwelijks, van 35 naar 34. Volgens Commiesie onderstrepen deze cijfers dat de bestrijding van tuberculose nog altijd een belangrijke uitdaging vormt voor de Surinaamse gezondheidszorg.

Hoge sterfte onder hiv-patiënten

Een zorgwekkende bevinding is de relatief hoge sterfte onder tuberculosepatiënten, vooral wanneer zij ook met hiv zijn geïnfecteerd. Gemiddeld overleed 13 procent van de tbc-patiënten, terwijl dit percentage onder patiënten met zowel tuberculose als hiv opliep tot 23 procent. Gemiddeld 23 procent van alle tbc-patiënten had daarnaast een hiv-infectie.

Ook drugsgebruik en alcoholmisbruik spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van de ziekte. Van de tuberculosepatiënten die tussen 2015 en 2020 werden geregistreerd, gaf 43 procent drugsgebruik en/of alcoholmisbruik op als risicofactor.

Het onderzoek toont verder aan dat drugsgebruikers relatief vaak voorkomen in grote groepen patiënten bij wie de tuberculosebesmettingen met elkaar samenhangen. Dit wijst op een intensievere overdracht van de ziekte binnen deze groep.

Een andere tekortkoming is het onvoldoende onderzoeken van personen die in contact zijn geweest met tuberculosepatiënten. Daardoor bestaat het risico dat besmettingen niet tijdig worden ontdekt en de ziekte zich verder kan verspreiden.

Jarenlange tekorten

Commiesie plaatst zijn bevindingen ook in historisch perspectief. Rond 1925 was tuberculose een belangrijke doodsoorzaak in Suriname, met een sterfte van 261 personen per 100.000 inwoners. Door verbeteringen in de bestrijding daalde dit cijfer drastisch tot 1,9 per 100.000 inwoners in de periode 1976-1981.

Die ontwikkeling leidde destijds tot de conclusie dat tuberculose niet langer een prioritair volksgezondheidsprobleem was. Met de opkomst van hiv nam het aantal tuberculosegevallen echter opnieuw toe, zoals ook elders in de wereld gebeurde.

Een evaluatie van het NTP laat volgens het onderzoek zien dat het programma onvoldoende capaciteit heeft om alle noodzakelijke activiteiten voor een duurzame terugdringing van de ziekte uit te voeren. Het tekort aan personeel en middelen speelt daarbij al meerdere jaren.

Meer geld en actieve opsporing

Commiesie beveelt de overheid aan structureel meer financiële middelen beschikbaar te stellen voor de tuberculosebestrijding. Volgens het onderzoek is politieke bereidheid nodig om voldoende en duurzame binnenlandse financiering te garanderen, zodat het NTP zijn taken naar behoren kan uitvoeren.

Daarnaast moet meer nadruk worden gelegd op actieve opsporing van tuberculose onder groepen met een verhoogd besmettingsrisico. Daarbij gaat het vooral om mensen die leven met hiv en mensen die drugs gebruiken.

Nauwere samenwerking tussen het NTP, het nationale aidsprogramma en organisaties die zich inzetten voor drugsgebruikers en sociaal achtergestelde groepen is volgens de onderzoeker noodzakelijk.

Ook moet het onderzoek naar personen die contact hebben gehad met tuberculosepatiënten worden verbeterd. Mensen bij wie een tuberculose-infectie wordt vastgesteld, moeten waar nodig preventief worden behandeld om te voorkomen dat zij daadwerkelijk ziek worden.

Verder pleit Commiesie voor voortzetting van de samenwerking met internationale partners, waaronder het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO).

De voorgestelde maatregelen moeten Suriname helpen de doelstellingen van de internationale End TB Strategy te bereiken. Zonder voldoende financiering, betere opsporing en gerichte aandacht voor kwetsbare groepen blijft het volgens de onderzoeksbevindingen moeilijk om tuberculose duurzaam terug te dringen en de ziekte tegen 2035 te elimineren.