Suriname praat al jaren over de enorme kansen die de offshore olie-industrie moet brengen. De eerste productie in 2028 wordt gezien als een historisch moment, dat de economie moet transformeren. Maar achter de miljoeneninvesteringen, productieplatforms en exportinkomsten schuilt een fundamentele vraag die minder vaak centraal staat: heeft Suriname genoeg mensen om deze industrie te dragen? Het antwoord lijkt steeds duidelijker te worden, namelijk dat wij helaas nog niet klaar zijn voor wat er aankomt.
Staatsolie-directeur Annand Jagesar waarschuwt al geruime tijd dat het land kampt met een ernstig tekort aan technisch geschoolde arbeidskrachten. De vraag naar vakmensen in offshore engineering, logistiek, bouw, onderhoud en technische dienstverlening groeit sneller dan het onderwijs- en opleidingssysteem kan bijhouden. Dat is geen klein probleem. Het raakt de kern van de vraag, wie uiteindelijk zal profiteren van de olie-industrie. Want olie-inkomsten alleen maken geen land rijk. De geschiedenis van grondstoffenlanden laat zien dat natuurlijke rijkdom zonder voldoende menselijke ontwikkeling vaak leidt tot gemiste kansen. Het grootste risico voor Suriname is niet dat er geen olie wordt geproduceerd, maar dat de economische waarde vooral buiten het land wordt gecreëerd en dat Suriname achterblijft als leverancier van grondstoffen en consument van de opbrengsten.
De waarschuwing van Jagesar moet daarom niet alleen worden gezien als een arbeidsmarktprobleem, maar als een nationaal strategisch vraagstuk. Wanneer internationale bedrijven straks duizenden gespecialiseerde werknemers nodig hebben en Suriname deze niet kan leveren, ontstaat een situatie waarin buitenlandse expertise noodzakelijk wordt. Dat is begrijpelijk in de beginfase, maar het mag geen structurele afhankelijkheid worden. De olie-industrie mag geen eiland worden dat losstaat van de rest van de samenleving.
Daarom zijn initiatieven zoals de ontwikkeling van offshore logistieke faciliteiten en trainingsprogramma’s belangrijk. Projecten zoals de Commewijne Port Facility laten zien dat sommige bedrijven proberen vooruit te kijken door niet alleen infrastructuur te bouwen, maar ook te investeren in lokale arbeidskrachten. Het registreren en trainen van mensen uit omliggende districten is een stap in de goede richting. Maar individuele bedrijven kunnen deze nationale uitdaging niet alleen oplossen. De overheid, het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zullen gezamenlijk een duidelijke strategie moeten ontwikkelen. Het gaat niet alleen om korte opleidingen om snel personeel beschikbaar te hebben. Suriname moet werken aan een structurele hervorming van technisch onderwijs, beroepsopleidingen en omscholingstrajecten. De olie-industrie begint in 2028, maar de voorbereiding had eigenlijk al jaren geleden op volle kracht moeten draaien.
Guyana biedt in dit verband een belangrijke les. Het buurland wordt wereldwijd geprezen vanwege zijn spectaculaire economische groei dankzij olie. Tegelijkertijd blijft daar een maatschappelijk debat bestaan over de vraag in hoeverre gewone burgers de voordelen van die groei daadwerkelijk ervaren. Politieke tegenstanders wijzen op stijgende kosten van levensonderhoud, ongelijkheid en zorgen over de verdeling van de olierijkdom. Los van politieke standpunten toont de Guyanese ervaring één belangrijke realiteit: economische groei op papier betekent niet automatisch verbetering in het dagelijks leven. De grote vraag is straks niet hoeveel vaten olie Suriname produceert, maar hoeveel Surinamers daarvan kunnen profiteren. Worden jongeren opgeleid voor goedbetaalde banen? Krijgen lokale bedrijven daadwerkelijk kansen in de toeleveringsketen? Wordt kennis opgebouwd zodat Suriname minder afhankelijk wordt van buitenlandse expertise? Of kijken we over tien jaar terug en constateren we dat de grootste waarde opnieuw buiten onze grenzen is gecreëerd?
De olie-industrie biedt Suriname een historische kans, maar kansen moeten worden voorbereid. Een boorplatform kan olie uit de bodem halen, maar alleen mensen kunnen een economie bouwen. De komende twee jaar zullen daarom niet alleen bepalend zijn voor de start van de olieproductie, maar vooral voor de vraag of Suriname klaar is om de vruchten ervan duurzaam te plukken.
The post SURINAME NIET KLAAR VOOR OLIEMILJARDEN ..
- Overlijdensbericht..
- Vijf jeugdigen in Wanica gepakt voor gewelddadige beroving..
- Major Drilling schenkt patiëntenmonitor aan Diakonessenhui…..
- Franse noodkreet om grensverdrag met Suriname..
- Keti Koti – de dag waarop de onderdrukking van gezicht vera…..
- Column: Welk geheim mocht de samenleving niet weten?..
- Jones verlaat uit protest comité-generaal: Geheimhouding ni…..
- Franse ambassadeur vertrekt met gemengde gevoelens: ‘Het is…..
- DR Wanica zet in op regulering billboards en ordening verhu…..
- Privacy deelnemers STEPS-onderzoek volgens minister volledi…..
- VES: ‘Sterke financiële regels nodig vóór first oil’..
- Nationaal Woningbouwfonds stelt voorwaarden woningbouwkredi…..
- Zestienjarig vijftal berooft man van bromfiets..
- Ellen Karijowiredjo gehuwd Stuger..
- Monitoring: nuttig instrument, maar geen oplossing op zichz…..
- Politie: Geen sprake van misdrijf bij gestikte baby..
- Verdachte na dodelijk verkeersongeval op Ringweg Zuid heeng…..
- TotalEnergies benadrukt belang van vakontwikkeling tijdens …..
- Regering zet woningbouwbeleid voort met 300 nieuwe AHP-woni…..
- Baby vermoedelijk door verstikking overleden; geen sprake v…..
- Vijf jeugdige verdachten aangehouden na gewelddadige berovi…..