In verband met de publieke belangstelling voor de kwestie tussen Baitali N.V., Kuldipsingh Infra N.V. en de staat Suriname, wordt de samenleving geïnformeerd over de stand van zaken in deze procedure. De zaak tussen Baitali N.V., Kuldipsingh Infra N.V. en de staat Suriname, draait om de aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden aan onder meer de Van ’t Hogerhuysstraat en de Slangenhoutstraat, gefinancierd door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). In december 2024 schreven vijf bedrijven in voor het project. Baitali deed met ongeveer USD 19,3 miljoen de laagste inschrijving. Uiteindelijk werd het project in maart 2025 gegund aan Kuldipsingh Infra N.V. voor ongeveer USD 22,7 miljoen.
Baitali stelde dat haar inschrijving onterecht ongeldig was verklaard en dat de beoordelingscriteria niet op een transparante en objectieve wijze waren toegepast. Het bedrijf diende bezwaren in bij de Project Implementation Unit (PIU) van het ministerie van Openbare Werken en later ook bij de IDB. Nadat Baitali geen duidelijke reactie kreeg, spande zij vervolgens een kort geding aan tegen de staat Suriname. Volgens Baitali was de afwijzing in strijd met de aanbestedingsregels en de beginselen van behoorlijk bestuur. De kantonrechter oordeelde dat Baitali ten onrechte buiten de gunning was gehouden.
De rechter bepaalde dat:
de gunning aan Kuldipsingh moest worden ingetrokken;
de staat de aanbestedingsprocedure opnieuw moest uitvoeren;
Baitali N.V. opnieuw als geldige inschrijver moest worden meegenomen;
de uitvoering van het project voorlopig werd stopgezet.
De staat stelde aanvankelijk hoger beroep in, maar trok dat later weer in op verzoek van de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO). Daardoor kreeg het vonnis definitieve kracht en bleef de rechterlijke beslissing onverkort van toepassing.
De IDB verklaarde dat volgens haar eigen beoordeling, de aanbestedingsregels correct waren toegepast en dat geen aanwijzingen van corruptie waren gevonden. Tegelijkertijd gaf de bank aan, het uiteindelijke besluit van Suriname te zullen respecteren, hoewel de bank waarschuwde voor mogelijke gevolgen voor de financiering van het project. De staat Suriname heeft tot nu toe een bedrag van SRD. 918.450,- aan verbeurde dwangsommen uitbetaald. In januari 2026 heeft Baitali opnieuw een zaak tegen de staat Suriname aangespannen en gevraagd, de dwangsom te verhogen naar SRD 1.000.000 per dag, omdat volgens het bedrijf, de staat nog geen uitvoering heeft gegeven aan het gewezen vonnis. De zaak is nog in behandeling bij de kantonrechter.
The post Stand van zaken in de zaak Baitali tegen de staat Suriname ..
- Financiële modderpoel van tien jaar los je niet in vijf jaa…..
- ESSAY — Conflict tussen vader en zoon..
- Surinaamse douane krijgt eerste officiële drugsspeurhond..
- Meer dan 2000 overheidswerknemers wonen in het buitenland..
- Currie: ‘We kunnen niet voortdurend de examenroosters wijzi…..
- Administratieve omissie leidt tot vertraging uitbetaling na…..
- Derde helft WK 2026: De beste jonge spelers om te volgen op…..
- ‘Spoed asfaltering’: Heel klein gedeelte Van ’t Hogerhuysst…..
- OM: Instemming DNA betekent niet dat schuld van ex-minister…..
- DNA wijst vorderingen pg tegen Nurmohamed, Hoefdraad en Som…..
- Beleidsplan moet arbeidskansen voor personen met beperking …..
- Adhin onthoudt zich van stemming vorderingen procureur-gene…..
- Arbeid zet in op bevordering arbeidsmarktparticipatie perso…..
- Misiekaba: ‘Medicijnvoorziening mag niet in gevaar komenâ…..
- Spoed-asfalteringswerkzaamheden Van ‘t Hogerhuysstraat vand…..
- Onderwijscrisis: het probleem is geen spiritualiteit, maar …..
- Training cybersecurity bevestigt inzet voor veilige en veer…..
- Marcia Verginia Brown..
- Behandeling in DNA over vordering pg tegen 3 voormalige min…..
- Ferdinand Otmar Kambel..
- Raymond, Tjoe Kjon, Chin A Fo..