Staatsolie heeft over het boekjaar 2025 US$ 400 miljoen afgedragen aan de Surinaamse staat. Samen met dochterondernemingen Staatsolie Power Company Suriname N.V. (SPCS) en GOw2 realiseerde het staatsbedrijf een gezamenlijke omzet van US$ 832 miljoen. De cijfers werden vandaag gepresenteerd tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) op het Kabinet van de President, waar ook het jaarverslag werd goedgekeurd.
Tijdens de vergadering kwamen eveneens uitbreidingsinvesteringen, contracten en verzekeringen aan bod. President Jennifer Simons gaf aan dat de impact van de internationale olieprijs uitgebreid is besproken. Volgens haar zorgen hogere olieprijzen voor betere bedrijfsresultaten bij oliebedrijven zoals Staatsolie, maar kunnen die tegelijkertijd inflatie in Suriname aanwakkeren. De regering zal de ontwikkelingen de komende maanden opnieuw evalueren, mede vanwege de situatie in het Midden-Oosten.
Directeur Annand Jagesar bevestigde dat stijgende olieprijzen voordelen bieden voor de inkomsten, maar ook risico’s met zich meebrengen voor de wereldeconomie. “Wij hebben liever stabiele prijzen die goed zijn voor zowel consumenten als oliebedrijven,” aldus Jagesar.
Verder werd stilgestaan bij de offshore-ontwikkelingen, waaronder het GranMorgu-project in Blok 58 en de gasontwikkelingen in Blok 52. Voor dat laatste project heeft Petronas eerder al een declaration of commerciality afgegeven. De verwachting is dat later dit jaar een Final Investment Decision (FID) wordt genomen.
Ook praktische uitdagingen rond werk- en verblijfsvergunningen voor offshore contractors kwamen aan de orde. Volgens Jagesar werken bij offshoreprojecten soms honderden mensen tegelijk aan installaties en booractiviteiten. Staatsolie maakt zich daarom zorgen of de huidige procedures voldoende aansluiten op de snelle personeelswisselingen binnen de sector. Hij benadrukte dat contractors vaak slechts voor korte periodes in Suriname verblijven voordat zij terugkeren naar hun thuisland.
President Simons onderstreepte daarnaast dat Suriname zich moet voorbereiden op toekomstige economische groei. De regering wil daarom investeren in onderwijs, technische opleidingen en capaciteitsopbouw. Ook riep zij op tot meer ondernemerschap in sectoren als landbouw, toerisme en handel. Volgens het staatshoofd zullen niet alle Surinamers in de olie-industrie kunnen werken en moet het land daarom ook investeren in lokale productie en andere economische sectoren.
- Gezamenlijke aanpak nodig tegen wateroverlast na hevige reg…..
- Leerlingen Anton Resida spreken openlijk over pesten en cyb…..
- Advies aan Nederlandse minister: Maak archieven over Surina…..
- Corruptiebestrijding is geen prioriteit..
- De Surinaamse betalingsmoraal..
- Stijging soa onder jongeren: Diakonessenhuis zet in op prev…..
- Overheid licht huisvestingsprogramma toe aan bouwsector..
- GRO-programma voor naschoolse opvang en rehabilitatie sport…..
- BLOOMentuin start opleiding voor AI-coaches in Suriname..
- Zuidoost-Azië zoekt oplossing voor energie- en voedseltekor…..
- “Kinderen kunnen niet wachten”: Simons geeft startsein voor…..
- President en granman Aboikoni overleggen over ontwikkeling …..
- Achterstallige betalingen treffen nadeling voor onderhoud s…..
- India strategische partner voor Suriname..
- Oliemarkt blijft onder druk ondanks mogelijke vredesdeal tu…..
- Laatste auditieronde voor Miss, Mister en Miss Teen Surinam…..
- Armazoen maakt vrijheid en gevangenschap voelbaar..
- MISIEKABA DE NIEUWE SANTOKHI..
- Wisselvallig weer met buien in de middag..
- President en granman Aboikoni bespreken ontwikkeling Saamak…..
- OGA voert schoonmaakwerkzaamheden uit aan rioleringen in Pa…..