Slachtoffers (seksueel) misbruik moeten niet de schuld krijgen

Tekst Valerie Fris

Beeld Unicef Kenia

PARAMARIBO — ‘Elfjarig meisje seksueel misbruikt en met hiv besmet door stiefvader’; ‘Stiefopa veroordeeld tot vier jaar celstraf voor verkrachting kleindochter’; ‘Stiefvader verwekt kinderen bij stiefdochter’; ‘Man die tienerschoonzusje misbruikt veroordeeld tot drie jaar cel’. Dat zijn enkele koppen geweest van artikelen in de Ware Tijd in 2025. “Het gebeurt vaker dat kinderen zelf worden beschuldigd wanneer seksueel misbruik aan het licht komt. ‘Jij hebt waarschijnlijk aanleiding gegeven’, zegt men dan. Of familie wil niet dat aangifte wordt gedaan, want anders is het een schande voor de familie. Wij moeten met z’n allen een mindshift gaan maken om slachtoffers niet steeds de schuld te geven van geweld dat hen is aangedaan.” Dit zegt Carla Bakboord, mensenrechtenactivist en voorzitter van Women’s Right Centre tegen de Ware Tijd wanneer ze de balans van 2025 opmaakt en vooruitkijkt naar het nieuwe jaar.

Bakboord heeft in haar werk vaker heeft gezien hoe de samenleving en familieleden slachtoffers van geweld zelf als schuldige zien. Behalve bij kinderen, die slachtoffer zijn geworden, wordt dit verwijt ook vaker aan vrouwen gedaan. Ze spreekt vrouwen van ouder dan zestig of zeventig jaar die slachtoffer zijn geweest van misbruik. “Wat deze vrouwen toen bezighield, zien we nog steeds gebeuren. Dit betekent dat we als samenleving die mindshift nog steeds niet hebben gemaakt. We blijven daarom benadrukken dat het de schuld is van de dader en niet van het slachtoffer.”

Alhoewel haar organisatie hoofdzakelijk voor vrouwenrechten opkomt, geeft ze toe dat ook mannen worden misbruikt en dat dit vaak leidt tot schaamte in plaats van dat men erover praat, zodat er een oplossing komt. De straffen die worden opgelegd mogen als het aan Bakboord ligt ook veel hoger. “Ik ben geen jurist, maar sancties moeten zwaarder en daar pleiten we ook voor.”

Voorlichting

Om het bewustzijn vooral bij de jeugd te vergroten, geeft Women’s Right Centre trainingen en voorlichting. “2025 Is een jaar geweest waar we veel hebben gedaan aan capaciteitsversterking en ook voorlichting hebben gegeven over hiv bijvoorbeeld.” Hiervoor is de jongerentak van Women’s Right Centre, The Su Youth Village, verantwoordelijk. Deze bestaat uit professionals zoals sociologen, juristen en hulpverleners.

‘Wij moeten met z’n allen nog veel meer doen en veel meer aandacht besteden aan het probleem van (seksueel) geweld tegen vrouwen en meisjes en niet de andere kant op kijken.’

The Su Youth Village heeft trainingen verzorgd over onder meer mensenrechten, diversiteit en genderidentiteit. “Wij zijn heel trots en blij met de inzet van de afdeling. We hebben namelijk gemerkt dat veel mensen weinig weten over LGBTQ-vraagstukken en geweld tegen vrouwen. Dat merk je aan de opvattingen die mensen nog steeds hebben”, stelt Bakboord. Ze is blij dat de roep om voorlichting steeds meer komt vanuit de samenleving – ook vanuit de districten en het binnenland.

Positieve vooruitzichten

Bakboord ziet voor 2026 positieve vooruitzichten, zoals nóg meer samenwerking met andere organisaties en de overheid. “Wij moeten met z’n allen nog veel meer doen en veel meer aandacht besteden aan het probleem van (seksueel) geweld tegen vrouwen en meisjes en niet de andere kant op kijken.”

Eén van de hoogtepunten in 2025 was daarom een bijeenkomst met stakeholders, schakels in het proces zoals politiehulpverleners, mensen uit religieuze organisaties, Nationale Raad Huiselijk Geweld en de UNFPA. Zij hebben zich eraan verbonden om in 2026 nog meer te doen.

Wanneer wordt gesproken over huiselijk geweld komt femicide ook ter sprake. Suriname heeft er ook veel gevallen van gehad. “Femicide vereist heel veel inzet. Mensen eromheen moeten de red flags, zoals controle uitoefenen op de andere partner goed kunnen zien. We moeten als samenleving die signalen herkennen en meteen handelen. Ga er niet vanuit dat de persoon gaat veranderen”, waarschuwt Bakboord.

Ze ondersteunt het voorstel van Steven Dragtenstein van Monitoring Center Suriname, gedaan tijdens een vergadering, om middels een GPS enkelband te monitoren hoe ver een veroordeelde van misbruik, zich van het slachtoffer bevindt. Om dit middel toe te passen moet wel wetgeving aangepast worden en daar zal ze voor blijven pleiten.