Selectieve soberheid aan de top

SERIEUS!? / Ivan Cairo

Het is een bekend tafereel: aan de ene kant van het publieke debat staan leerkrachten, verpleegkundigen en andere ambtenaren die al jaren roepen dat ze met hun salaris de stijgende prijzen niet meer kunnen bijbenen. Aan de andere kant staat de president, die met ernstige blik uitlegt dat royale loonsverhogingen nu eenmaal gevaarlijk zijn voor de economie. Begrijpelijk, wordt er dan gezegd. Totdat iemand de toelagen lijst van het Kabinet van de President op tafel legt. Dan wordt het ineens wat lastiger om het verhaal zonder bijsmaak door te slikken.Want hoe leg je uit dat extra geld voor zorg en onderwijs de economie zou ontregelen, terwijl directe medewerkers van het staatshoofd probleemloos mogen rekenen op toeslagen die oplopen tot zestig procent van hun salaris? Het voelt voor veel mensen alsof de broekriem selectief wordt aangehaald: strak voor de één, comfortabel losjes voor de ander. Dat burgers daarover mopperen, is geen verrassing, maar bijna een natuurwet.

“Juist wanneer de president het volk vraagt begrip te hebben voor krappe begrotingen, wordt elk privilege aan de top extra scherp bekeken”

Volgens het kabinet is er echter niets nieuws onder de zon. Die toelagen bestaan al meer dan een decennium en zijn door opeenvolgende regeringen steeds anders ingevuld. De huidige president heeft het naar eigen zeggen juist netjes aangepakt: eerst laten onderzoeken wie welke taken uitvoert, daarna alles ondergebracht in overzichtelijke categorieën. Dat klinkt ordelijk, bijna boekhoudkundig. Alsof het hier om een Excel-oefening gaat en niet om publiek geld in een tijd van sociale onrust.De redenering is helder. Wie dagelijks naast de president staat, vaak tot laat doorwerkt en geen overuren mag schrijven, krijgt een vaste extra vergoeding. Dat zou uiteindelijk zelfs kosten besparen. Leidinggevenden vallen in een hogere categorie en wie op topniveau intensief meedraait, komt in de hoogste schaal terecht. Efficiënt, logisch en volgens de regels. Op papier klopt het allemaal.Maar politiek gaat zelden alleen over papier. Het gaat vooral over timing en gevoel. En het gevoel dat nu overheerst, is dat van ongelijkheid. Juist wanneer de president het volk vraagt begrip te hebben voor krappe begrotingen, wordt elk privilege aan de top extra scherp bekeken. Dan maakt het weinig uit of een toelage vijftien jaar oud is of gisteren is bedacht; het signaal dat wordt afgegeven is wat blijft hangen.Misschien zit daar wel de kern van het probleem. Niet zozeer de vraag óf deze toelagen verdedigbaar zijn, maar waarom ze zo overtuigend worden uitgelegd, terwijl de roep om betere salarissen in vitale sectoren telkens strandt op economische voorzichtigheid. Mensen vergelijken nu eenmaal. En zolang die vergelijking voelt als kokosnoten tegenover knippa’s, zal het gemor niet verstommen.In de politiek geldt: gelijk hebben is één ding, gelijk krijgen iets heel anders. En soms is het zuur niet wat wordt uitgedeeld, maar wie mag proeven.

ivancairo@yahoo.com