Rotte visgeur rond vergunningen blijft

Tekst Armand Snijders

Beeld LVV

PARAMARIBO — Terwijl de hoofden van kopstukken van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en aanverwante bedrijven aan de lopende band op het hakblok worden gelegd in verband met schimmige praktijken, blijft de kwestie rond de 150 visvergunningen dooretteren. Die zou de vorige regering hebben beloofd aan buurland Guyana. De rotte geur die deze kwestie verspreidt, is inmiddels niet meer te harden. En toch lijkt niemand bereid na vijf jaar open kaart te spelen, zodat boven water komt wie nu gelijk heeft.

In oktober liet Zulfikar Mustapha, de Guyanese minister van Landbouw, weten optimistisch te blijven dat de Surinaamse autoriteiten de Guyanese vissers de langverwachte vergunningen zullen verlenen. Hij zei dit nadat de Guyanese president Irfaan Ali een maand eerder tijdens een bezoek aan Suriname was overeengekomen dat uiterlijk vóór het einde van dit jaar een gezamenlijke commissie zou worden ingesteld. Die zou bestaan uit wederzijdse ministers die verantwoordelijk zijn voor de visserij, alsmede deskundigen en belanghebbenden. Deze commissie zou moeten praten “over de verdere verdieping van de samenwerking op het gebied van de visserij”. Echter, over de bewuste vergunningen werd met geen woord gerept.

Wishful thinking

Het was meer wishful thinking van de Guyanese bewindsman dat deze slepende kwestie eindelijk eens zou worden opgelost, zoals de afgelopen jaren al heel veel over is gezegd, zonder dat er echt duidelijkheid kwam. Er zijn op regeringsniveau vooral over en weer vooral verwijten gemaakt over het niet nakomen van afspraken/beloften.

‘De kwestie blijft als een steenpuist, die ieder moment kan barsten, boven de relatie tussen beide landen hangen.’

In 2021 kwamen volgens de Guyanese lezing de regering van Guyana met de Surinaamse president Chandrikapersad Santokhi en minister Parmanand Sewdien van LVV overeen dat 150 Guyanese vissers een vergunning vanuit Paramaribo zouden krijgen. Deze vergunningen zouden Guyanese vissers in staat stellen legaal te opereren in Surinaamse wateren, ook omdat ze in de eigen wateren steeds minder vis zouden vangen als gevolg van de sterk toenemende oliewinning voor de kust.

Overbevissing

Steeds vaker halen de Guyanezen lege netten binnen, wat leidt tot groeiende frustratie en onzekerheid over de toekomst van de sector. Overigens, in een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in 2024 staat dat overbevissing de belangrijkste oorzaak is van de dalende vangsten. Volgens de FAO ligt de vispopulatie in de regio al jarenlang onder druk door intensieve visserij, wat de huidige crisis mede zou verklaren.

Voor veel Guyanese vissers blijft de toekomst hoe dan ook onzeker. Door de dalende inkomsten en oplopende kosten wordt het steeds moeilijker voor hen om het hoofd boven water te houden. Dus zij waren heel blij met de mededeling dat er vergunningen beschikbaar werden gesteld voor het vissen in Surinaamse wateren. Maar de Surinaamse regering zou volgens Guyana later op de afspraken zijn teruggekomen, ook al beweerde Paramaribo dat er nooit sprake was van een overeenkomst.

Veelvuldig gescholden

Sindsdien is er nog geen enkele vergunning verstrekt en zijn er tal van incidenten geweest waarbij illegale Guyanese vissersboten door de Surinaamse Kustwacht in beslag werden genomen wegens illegale visserij. Dat was voor de Guyanese regering aanleiding om Suriname publiekelijk op de vingers te tikken voor het niet naleven van de vermeende vergunningenafspraak.

Ook zijn van beide kanten veelvuldig verwijten gemaakt, vooral over het al dan niet bestaan van een overeenkomst. Guyana heeft vaak gedreigd om de getekende stukken openbaar te maken, maar heeft dat vreemd genoeg nooit gedaan. Daarmee zou het land wel haar gelijk kunnen aantonen. Door dat niet te doen blijft de kwestie als een steenpuist die ieder moment kan barsten boven de relatie tussen de twee landen hangen.

Zoals dat ook het geval is met de Tigri-kwestie en het gedoe rond de financiering van de brug over de Corantijn, die als het aan zowel Ali als Santokhi lag nu al gereed had moeten zijn. De gebrekkige diplomatieke bereidheid om onderlinge geschillen opzij te zetten omwille van het bereiken van een gezamenlijk doel, staat het realiseren van die doelen in de weg.

Over de visvergunningen blijft ondertussen een deken van geheimzinnigheid bestaan. LVV-minister Mike Noersalim wekt ook niet de indruk dat spoedig alle kaarten op tafel worden gelegd en dat er echt duidelijkheid komt over wat destijds door zijn voorganger Sewdien is afgesproken met de Guyanezen. Noersalim zei onlangs alleen dat hij geen fraude is tegengekomen bij de uitgifte van visvergunningen, maar vermeed daarbij zorgvuldig de gevoelige vergunningen kwestie.