DNA-leden willen duidelijk standpunt
Minister Harish Monorath van Justitie en Politie heeft donderdag in De Nationale Assemblee (DNA) de regeringsvisie uiteengezet op ingrijpende voorstellen tot hervorming van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM). Hoewel het kabinet zich in beginsel niet afwijzend opstelt tegenover de instelling van een derde rechterlijke instantie en de vorming van een college van procureurs-generaal, koos de bewindsman nadrukkelijk voor constitutionele terughoudendheid. Die opstelling stuitte op kritiek vanuit zowel coalitie als oppositie. Diverse assembleeleden vonden dat de minister onvoldoende inhoudelijk positie innam en te veel afstand hield tot de initiatiefwetten die momenteel worden behandeld.
Tekst Ivan Cairo
Beeld DNA
Raymond Sapoen (NDP/HVB) kwalificeerde de presentatie als “afstandelijk”. Volgens hem verwees de minister herhaaldelijk naar de autonomie van het parlement en de terughoudendheid die de regering wenst te betrachten. “Ik had eigenlijk verwacht dat hij ten aanzien van de voorliggende vraagstukken zoals cassatie, pg’s en cassatie toch wel indringend zou ingaan vanuit het standpunt van Justitie en Politie als wetshandhaver in de uitvoerende macht”, zei Sapoen.
“Het is niet aan de regering om vooruit te lopen op de parlementaire afweging, maar wel om de constitutionele contouren te schetsen waarbinnen die afweging plaatsvindt”
Ook Abop-fractielid Stanley Betterson vroeg zich af hoe hij de “terughoudendheid” moest interpreteren. Hij wilde weten of de regering überhaupt een duidelijk standpunt heeft over de voorstellen en hoe zij de toekomstige inrichting van de rechterlijke macht voor zich ziet. “Voor mij is het niet duidelijk waar de regering staat”, merkte hij op.
Jennifer Vreedzaam (NDP) concludeerde dat de regering zich in grote lijnen kan vinden in de richting van de initiatiefwetten, maar de uiteindelijke uitwerking volledig bij het parlement laat. Volgens haar impliceert de presentatie van de minister dat de initiatiefnemers opnieuw met het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie om tafel moeten om “deugdelijke amendementen” uit te werken. Indien terugkeer naar de tekentafel nodig is, moet dat volgens haar gebeuren.
Krishnakoemarie Mathoera (VHP) stelde dat het leek alsof de regering zich volledig wilde onttrekken aan haar politieke en constitutionele verantwoordelijkheid. Zij vroeg welke garanties het kabinet kan geven dat, mocht de wetgeving worden aangenomen, deze ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. Volgens haar mag de regering zich niet verschuilen achter de initiatiefnemers.
NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo merkte op dat een concreet regeringsstandpunt ontbrak. Hij vroeg specifiek naar de haalbaarheid van een derde nationale rechtsinstantie en wees erop dat tijdens een eerder congres van DNA geen duidelijk maatschappelijk of professioneel draagvlak bleek voor een college van procureurs-generaal. Ook wilde hij opheldering over het schrappen van de instructiebevoegdheid van de procureur-generaal richting de politie.
Respect wetgever
De kern van Monoraths betoog draaide om de constitutionele rolverdeling binnen de Surinaamse rechtstaat. Volgens de minister is het bij initiatiefwetgeving essentieel dat de regering de autonomie van de wetgever respecteert en zich niet inhoudelijk voor de troepen uit beweegt. “Tegen deze achtergrond past ook hier terughoudendheid. Het is niet aan de regering om vooruit te lopen op de parlementaire afweging, maar wel om de constitutionele contouren te schetsen waarbinnen die afweging plaatsvindt.” Deze benadering waarborgt volgens hem „zowel de autonomie van de wetgever als de stabiliteit van het institutionele evenwicht binnen de rechtsstaat”.
Monorath benadrukte dat het parlement verantwoordelijk is voor de normstelling, terwijl de regering zorg moet dragen voor een zorgvuldige, rechtmatige en uitvoerbare implementatie van wat uiteindelijk wordt vastgesteld.
Versterking rechtspraak
Een belangrijk discussiepunt is de mogelijke instelling van een derde rechterlijke instantie, met name een cassatievoorziening ter bevordering van rechtseenheid en rechtsontwikkeling. Suriname kent momenteel het Hof van Justitie als hoogste nationale rechter, maar verschillende modellen worden onderzocht om een extra rechtsgang mogelijk te maken.
Zo is gesproken over aansluiting bij de Caribbean Court of Justice (CCJ), cassatie via de Hoge Raad der Nederlanden of de oprichting van een eigen Surinaamse Hoge Raad. De regering staat volgens Monorath niet onwelwillend tegenover deze opties, maar wijst erop dat de uiteindelijke keuze bij DNA ligt.
Hij waarschuwde dat dergelijke hervormingen verder reiken dan organisatorische aanpassingen. Zij raken aan fundamentele waarborgen van rechtsbescherming, rechtszekerheid en rechtseenheid. Institutionele vernieuwing kan alleen slagen als ook de personele en financiële randvoorwaarden op orde zijn.
Hervorming OM
Naast de rechterlijke macht staat ook de structuur van het OM ter discussie. Het voorstel om een college van procureurs-generaal in te stellen moet zorgen voor meer bestuurlijke continuïteit en organisatorische draagkracht binnen de strafrechtelijke handhaving.
Monorath herinnerde het parlement eraan dat het OM volgens de Grondwet deel uitmaakt van de rechterlijke macht en geen uitvoerend bestuursorgaan is. “De bespreking van deze bepalingen maakt duidelijk dat het OM een positie inneemt die wordt gekenmerkt door een zorgvuldig uitgebalanceerde verhouding tussen onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid,” aldus de minister.
Hij waarschuwde dat bij de vorming van een college elke vorm van „terminologische onzuiverheid” moet worden voorkomen om interpretatieve verwarring over bevoegdheden en hiërarchische verhoudingen uit te sluiten. Wetgeving op dit terrein vereist volgens hem precisie en constitutionele helderheid.
Duurzaamheid en vertrouwen
Een ander punt van aandacht is de personele ontwikkeling binnen de magistratuur. Ondanks een lichte groei van het aantal rechters dreigt door een naderende pensioengolf een tekort aan ervaren krachten. De voorgestelde verlaging van de pensioenleeftijd binnen het OM van 70 naar 65 jaar moet daarom met grote zorgvuldigheid worden bekeken.
Institutionele hervormingen hebben niet alleen een normatieve, maar ook een praktische dimensie. Zonder voldoende middelen en capaciteit bestaat het risico dat goedbedoelde wetswijzigingen niet leiden tot daadwerkelijke versterking van de rechtspleging.
Monorath sloot zijn presentatie af met de constatering dat de legitimiteit van de rechtsstaat uiteindelijk rust op het vertrouwen van de burger. Dat vertrouwen wordt niet alleen bepaald door wetgeving, maar door de kwaliteit, onafhankelijkheid en consistentie van rechterlijke beslissingen en vervolgingsbeleid.
De regering wacht het verdere verloop van de parlementaire beraadslagingen en eventuele amendementen met “gepaste terughoudendheid” af. Zodra DNA haar besluiten heeft genomen, zal het kabinet zorgdragen voor een zorgvuldige en uitvoerbare implementatie, met behoud van het constitutionele evenwicht tussen de staatsmachten, aldus de bewindsman.-.
- Landelijke evenredigheid heeft partijen aan zetels geholpen..
- Column: Samen voelen? Dan eerst samen inleveren..
- Politie zal bandeloosheid en anarchie niet accepteren op co…..
- Politie kondigt ontruiming goudgebied aan, Sampie pleit voo…..
- Melkcentrale viert 65 jaar met sociale acties, nieuwe produ…..
- Reyme: nog twee moeilijke jaren te gaan..