De mennonieten die via Suriname Green Energy Agriculture N.V. naar Suriname zijn gekomen, kunnen mogelijk worden uitgezet. De kantonrechter heeft het verzoek van het landbouwbedrijf om een eventuele uitzetting op te schorten, afgewezen. Dat blijkt uit de uitspraak in de rechtszaak tussen de onderneming en de staat Suriname, die op donderdag 29 oktober 2026 is gedaan.
Persrechter Marjory Sanches heeft de uitspraak toegelicht en uiteengezet, op welke juridische gronden de kantonrechter tot deze beslissing is gekomen.
Suriname Green Energy Agriculture kreeg in 2022 toestemming van de staat om vijftig families naar Suriname te halen voor werkzaamheden op haar landbouwproject. Daarbij werd uitdrukkelijk bepaald, dat de geldende procedures voor verblijfs- en werkvergunningen moesten worden nageleefd. De staat had toegezegd medewerking te verlenen aan het verstrekken van de benodigde vergunningen.
Op 26 oktober zijn de buitenlandse families uit het Mazoniagebied verwijderd en ondergebracht in Kraka. De N.V. vreesde vervolgens dat haar werknemers zouden worden uitgezet, en stapte daarom naar de rechter.
Het bedrijf wilde dat het de staat werd verboden om de voorgenomen uitzetting door te zetten, zolang de juridische procedure liep.
Volgens de onderneming zou uitzetting in strijd zijn met de afspraken die met de staat waren gemaakt. Daarnaast wees de N.V. op de investeringen die zij had gepleegd en de mogelijke schade aan haar bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf stelde dat de maatregel te streng was en dat de staat geen nadeel zou ondervinden als de betrokken families buiten detentie, hun verblijfsvergunningen, zouden mogen afwachten.
De staat voerde daartegen aan, dat er op de door de N.V. genoemde datum geen concreet voornemen bestond om de families uit te zetten. Ook stelde de staat dat de onderneming niet bevoegd was om namens haar werknemers, een dergelijke vordering in te stellen. Volgens de staat hadden de betrokkenen bovendien niet over de vereiste verblijfs- en werkvergunningen beschikt.
Bij de beoordeling stelde de kantonrechter vast dat de N.V. een zelfstandig belang had om de rechtszaak aan te spannen. De onderneming kon aannemelijk maken dat haar bedrijfsactiviteiten zouden worden geraakt, als de werknemers moesten vertrekken.
Dat economische belang was volgens de rechter echter niet doorslaggevend. Tijdens de behandeling van de zaak bleek dat voor de betrokken families geen verblijfsvergunningen waren aangevraagd. Wel was een machtiging voor kort verblijf aangevraagd, maar die was afgewezen omdat de benodigde documenten, niet in orde waren.
De families waren Suriname binnengekomen met een visum voor een verblijf van negentig dagen. Dat visum was inmiddels verlopen. Volgens de toelichting van de persrechter, heeft de N.V. deze omstandigheden niet weersproken.
Hoewel de staat afspraken met de onderneming had gemaakt en toezeggingen had gedaan over medewerking aan de vergunningverlening, bleef het volgens de kantonrechter ook de verantwoordelijkheid van de N.V., ervoor te zorgen dat de benodigde vergunningen voor haar werknemers, in orde waren.
De rechter oordeelde dat het economische belang van de onderneming, hoe zwaarwegend dat ook mocht zijn, niet opwoog tegen het belang van de Staat om de wetten op zijn grondgebied te handhaven.
De afwijzing van het verzoek betekent niet, dat de staat zonder meer tot uitzetting kan overgaan. De kantonrechter heeft benadrukt dat een eventuele uitzetting moet plaatsvinden met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en procedures.
Op dit moment was volgens de rechter niet gebleken dat de staat bij een eventuele uitzettingsprocedure de wettelijke voorschriften, niet zou naleven. Daarom zag de kantonrechter geen grond om de staat te verbieden voorbereidingen voor een mogelijke uitzetting te treffen.
Welke vervolgstappen de staat zal nemen, is nog niet duidelijk. Persrechter Sanchez gaf aan, dat zij niet bekend is met het verdere voornemen van de staat.
De kantonrechter heeft de vordering van Suriname Green Energy Agriculture afgewezen en het bedrijf veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de staat. Deze kosten zijn vastgesteld op SRD 13.500.
De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de N.V. de proceskosten moet betalen, ook als zij tegen de uitspraak in hoger beroep gaat. De Staat kan de uitspraak volgens de wettelijke procedure door een deurwaarder laten betekenen.
De uitspraak legt geen verbod op aan de staat om eventuele uitzettingsvoorbereidingen voort te zetten. Wel blijft de verplichting gelden om daarbij de toepasselijke regels en procedures te volgen.
De partij die het niet eens is met de uitspraak, kan binnen de daarvoor geldende termijn hoger beroep instellen. Volgens de toelichting van de persrechter bedraagt die termijn veertien dagen.
The post Rechter wijst verzoek mennonieten af; uitzetting blijft mogelijk ..
- Nora George Saleh..
- Kenswil August Franklin Robert..
- Nora George Saleh..
- Simons reageert op kritiek Abrahams: “Partijzaken horen in …..
- Abrahams: al ruim een jaar geen persoonlijk gesprek met pre…..
- Subisco betwist importverbod op Franse kippen en benadrukt …..
- Het rode licht van de NPS..
- Woning van eigenaar in Nederland getroffen door brand aan S…..
- Gewapende rovers maken USD 10.000 en SRD 300.000 buit aan W…..
- Tussen Amerika en China..
- President doet op Marrondag oproep tot nationale eenheid en…..
- Belastingwetten: DNA wil duidelijkheid over dwangmiddelen e…..
- Abrahams zegt dat ook Santokhi contact had met Bouterse toe…..
- Belangrijke doorbraak in moordzaak Surinaams-Nederlandse Ja…..
- Abrahams: “Het is alsof men de dood van Desi Bouterse viert…..
- Suriname wil concrete investeringen en meer toegang tot Chi…..
- Tyrone Spong zet zich in voor wereldwijde promotie van Suri…..
- President Simons luidt bouw van 350 sociale woningen te Ree…..
- Kraka Poku Tori biedt Surinaamse muziektalenten kansen voor…..
- Volledige lading 385 ton illegaal ingevoerde rijst onder po…..
- China herstelt woningbouwproject naar 350 huizen na jarenla…..