Rechtbank als theater

De rechtszaal oogt als orde, maar functioneert vaak als toneel. Twee partijen zitten tegenover elkaar, niet om elkaar te begrijpen, maar om te winnen. De familieruzie arriveert er niet als probleem, maar als eindstation. Alles wat eerder gezegd had moeten worden, wordt nu vertaald door advocaten die het verleden samenvatten in nette zinnen en scherpe verwijten.

De rechter luistert geduldig en knikt professioneel. Hij spreekt later een heldere uitspraak uit, want duidelijkheid is zijn vak. Begrip niet. Dat blijft buiten de bevoegdheid. In de zaal klinkt opluchting, maar het is administratieve opluchting. Niemand staat op met het gevoel dat er iets is hersteld. Hooguit dat het is afgerond.

Mensen lezen deze verhalen niet uit sensatiezucht, maar uit herkenning. Iedereen kent een conflict dat te lang bleef liggen, tot praten niet meer mogelijk was zonder publiek. Trots groeit sneller dan begrip, zeker wanneer zwijgen comfortabeler lijkt dan toegeven. De rechtbank is dan de plek waar stilte eindelijk wordt doorbroken, zij het met een hamer.

De satire zit in het idee van overwinning. Wie wint, verliest familie. Wie verliest, verliest rust. De rechter sluit het dossier, de griffier bergt het op, en het verleden loopt gewoon naar buiten, zonder jas, zonder plan. Het theater is leeg, maar de ruzie speelt door.