Klem tussen Bouterse, Brunswijk en politiek Den Haag
Beeld privécollectie Ramsewak Shankar
Er zijn veel boeken geschreven over de recente geschiedenis van Suriname. Maar het zijn vaak boeken geschreven door auteurs die van buitenaf naar Suriname keken. In die context konden veel van hen – niet allemaal – vaak niet voorkomen dat hun oordeel over Suriname werd gevormd door Nederland als ‘helpi papa’ van Suriname en Desi Bouterse als ‘slechterik’. Met het boek ‘Ramsewak Shankar, technocraat als minister, manager en president’ heeft historicus Eric Jagdew een paradigmashift in de geschiedschrijving over Suriname door Surinamers kunnen realiseren.
Perspectief
Het boek bevat 329 pagina’s, zes hoofdstukken en een groot aantal voetnoten. Het eerste hoofdstuk geeft een beknopte opsomming van de ontwikkeling van de Hindostanen in Suriname. Enkele markante familienamen die nu nog vooraanstaande functies bekleden of rollen vervullen, passeren de revue. Duidelijk is dat hard werken en scholing het devies vormde voor deze groep Surinamers. Landbouw was wat zij kenden en daarmee werden verdere scholing en ondernemerschap gefinancierd. Jagdew vermeldt echter ook de studie van Nizaar Makdoembaks getiteld ‘Lachmon en Hindostaanse godfathers in Suriname’. Die laat zien dat klinkende namen van vooraanstaande kooplieden binnen de Hindostaanse gemeenschap via de handel in opium en ganja een fortuin konden opbouwen en hun politieke invloed uitbouwden.
Bijna geneesheer
Het tweede hoofdstuk bekijkt de jeugd van de in Waldeck, Nickerie geboren Ramsewak Shankar, die voor het eerst naar school ging toen hij acht jaar oud was. Als enige zoon in het gezin werd hij beschermd opgevoed, maar hij werd wel in de gelegenheid gesteld verder te studeren. Dat was ook mogelijk door familieleden die in generaties daarvóór al naar Paramaribo waren verhuisd en een bepaald netwerk hadden opgebouwd. Shankar is bijna geneesheer geworden, maar in het jaar waarin hij zich wilde inschrijven bij de Geneeskundige School was er geen cohort. Het werd toen Landbouw aan de Universiteit van Wageningen, die twee jaar daarvoor nog een Hogeschool was.
Politiek infiltreert
Na zijn studie werkte de jonge landbouwkundige eerst op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Daarna werd hij in 1969 eerst minister van Justitie en Politie en vervolgens minister van LVV. Wars van de politiek besloot hij daarna bij Stichting Machinale Landbouw (SML) aan de slag te gaan. Door zijn kennis, kunde en zakelijke inzet kon hij SML hervormen tot een goed draaiende onderneming. In die jaren is al te zien hoe politiek tracht via allerlei slinkse manieren voordeel te halen als aan de partij gelinkte personen cruciale functies bekleden. Zo werd Shankar als directeur van SML gevraagd om donaties voor de VHP om de partij in staat te stellen meer zetels te winnen in Nickerie. Hij wees dat categorisch af.
Had Nederland ervoor gekozen de democratisch gekozen Shankar en zijn regering te ondersteunen, zonder daarbij steeds andere eisen te stellen, dan had vandaag mogelijk een heel ander Suriname bestaan.
Na een zeer woelige periode vanwege de militaire coup in 1980, de Decembermoorden in 1982 en de start van de Binnenlandse Oorlog in 1986, wordt Shankar in 1987 president. Duidelijk is dat hij een keuze is van Jagernath Lachmon omdat die het zakelijke en rustige karakter van Shankar kan waarderen. Maar Lachmon denkt ook een loyale kandidaat te hebben gekozen. Echter, Shankar behoort niet tot de invloedrijke families binnen de VHP en heeft daarmee die groep al tegen zich. Gezien het feit dat het eerst de bedoeling was dat de NPS de presidentskandidaat zou leveren na 1987, is ook binnen de NPS al tegenstand tegen Shankar die werd gezien als een ‘koe…{..}’ op een plek die voor de creolen bestemd was. Het feit dat Henck Arron en zijn NPS zelf besloten het vicepresidentschap op zich te nemen, zette kennelijk geen zoden aan de dijk op dat moment.
De regering werd in 1990 in DNA gevallen verklaard. Shankar koos ervoor om er niet bij te zijn.
Nederland steunt niet
In ieder geval is dit geen ideale manier om aan een moeilijke regeringsperiode te beginnen. Suriname dacht echter wel de steun te hebben van politiek Den Haag, aangezien de verkiezing was gewonnen met een overweldigende meerderheid van bijna 80 procent van de stemmen. Daarmee kon aangetoond worden dat het land weer in democratisch vaarwater terecht was gekomen na een militaire periode van ruim zeven jaar. Echter, politiek Den Haag bleek niet onder de indruk. Integendeel bleek al snel dat Nederland elke keer andere eisen had om te voorkomen dat de ontwikkelingshulp, waar Suriname met een uitgeplunderde economie naar smachtte, beschikbaar werd gesteld.
De paradigma shift die het verhaal van Shankar teweegbrengt is het besef dat een strijd tegen Desi Bouterse en het Militair Gezag niet automatisch betekende een strijd in het voordeel van Suriname.
De paradigmashift die het verhaal van Shankar teweegbrengt, is het besef dat een strijd tegen Desi Bouterse en het Militair Gezag niet automatisch betekende dat die strijd in het voordeel van Suriname werd geleverd. Dat is in vele jaren wel zo gebracht. En terwijl Ellen de Vries in haar boek ‘Hans Valk: Over een Nederlandse kolonel en een coup in Suriname (1980)’ laat zien dat het zeer moeilijk te bewijzen is dat Nederland de hand heeft gehad in de coup van 1980, toont het verhaal van Shankar die invloed na 1987 wel. Shankar laat er in het boek geen twijfel over bestaan dat Nederland bevoogdend was en de zaak frustreerde en traineerde.
Sponsoring van de rebellenoorlog van het Jungle Commando (JC) met als leider Ronnie Brunswijk door Nederland, enkele nabestaanden van de Decembermoorden en politieke tegenstanders, heeft bovendien een vernietiging in het binnenland van Suriname ingezet die tot nu toe, bijna veertig jaar verder, nog voelbaar is. Had Nederland ervoor gekozen de democratisch gekozen Shankar en zijn regering te ondersteunen, zonder daarbij steeds andere eisen te stellen, dan had vandaag mogelijk een heel ander Suriname bestaan.
Gooding
Ook binnen het landsbestuur werd de kant gekozen van Brunswijk. Jagdew bevestigt met het boek ook het verhaal dat in het boek van Frits Hirschland in ‘Dossier Moengo ‘290 uur’ is opgetekend. Namelijk dat de toenmalige politie-inspecteur Herman Gooding na de landing van een drugsvliegtuig in Moengo ervoor koos het JC te voorzien van enkele wapens van de politie. De moord op Gooding wordt nu als cold case onderzocht door het Openbaar Ministerie.
Dat soort loyaliteit en keuzes maakten het voor Shankar zeer moeilijk regeren. Niet omdat hij aan de kant stond van Bouterse en het Militair Gezag, maar omdat de oorlog steeds meer levens eiste van jonge soldaten en onschuldige burgers, zoals bij de Moiwanaslachting. Een factor die door veel onderzoekers compleet buiten beschouwing wordt gelaten. Dat Bouterse en Brunswijk enkele jaren na de start van de oorlog mogelijk door gemeenschappelijke drugsbelangen wel door één deur konden, laat Shankar in zijn verhaal ook doorschemeren.
Handel
Naast politieke tegenslagen bleek ook de handel een bepalende factor te zijn in het land. Allerlei zakenlieden probeerden via banden met het Militair Gezag en de politiek hun voordeel te halen. Dit boek laat veelal zien dat gebeurtenissen in Suriname vaak genoeg een link hebben met de politieke situatie of familiare banden; Suriname begrijpen is geen zwart-wit zaak. In aanloop naar het vredesakkoord dat in Kourou werd getekend in 1989, maar dat niet geëffectueerd werd, bleek ook dat marron intellectuelen invloed hadden op rebellenleider Brunswijk. Ze fluisterden hem allerlei eisen in die dienden als voorwaarden om tot de vrede te komen.
Een van deze eisen waar het duo Shankar/Arron aan de ene kant en Lachmon aan de andere kant principieel van opvatting verschilden was het opnemen van leden van het JC in de gewapende machten en ook de bepaling dat er een eenheid van de rebellen na de vrede het beheer zou voeren over het achterland. Die eis leidde weer tot het opstaan van de inheemse Tucajana Amazonia-rebellen die – aangestoken door het Militair Gezag – verklaarden zich niet te verenigen met die eis van het JC. ‘Want wat gebeurt dan met ons’, vroegen ze zich af.
Na de moord op Gooding werd het opsporingsmandaat van de Militaire Politie opgeschort en zou er wetgeving komen om de rol van de militairen in de Grondwet te beperken. Maar zover kwam het niet. De ‘stok’ die werd gebruikt om dit te voorkomen was een drammende Bouterse. Shankar en Bouterse reisden toevallig beide in hetzelfde vliegtuig. Bouterse was op doorreis en had geen visum voor Nederland aangevraagd. Shankar was juist wel op weg naar Nederland voor een medische behandeling.
Er werd ook een onofficieel bezoek gepland aan toenmalig premier Ruud Lubbers. Shankar werd daarbij op een ongelukkige wijze gegrafeerd door een Nederlandse graaf en weggezet als wachtend om binnengelaten te worden. Dat was onjuist. Maar Bouterse, die al ziedend was omdat hij niet werd toegelaten tot Nederland en Shankar wel, gebruikte de berichtgeving in Nederland om in Suriname de publieke opinie te beïnvloeden en te verklaren dat Shankar ‘Ram-is-zwak’ genoemd moest worden. Het einde werd ingezet door de militairen die zich zogenaamd geschaad voelden door de ‘zwakke’ president.
Dit boek laat veelal zien dat gebeurtenissen in Suriname vaak genoeg een link hebben met de politieke situatie of familiare banden; Suriname begrijpen is geen zwart-wit zaak
Verraad Lachmon
Shankar laat duidelijk blijken dat hij zich verraden voelde door Lachmon die – voordat de val van het kabinet bekend werd – al afspraken had met Henk Herrenberg als vertegenwoordiger van de militairen. Uiteindelijk werd de zogenoemde telefooncoup een feit. ‘Omdat de militairen de facto de macht hadden en niet de regering’ en omdat cruciale delen van de coalitie hier al mee hadden ingestemd, ging Shankar in december 1990 overstag. De periode 1987 tot 1990 verliep zeer moeilijk. Echter, Shankar is nooit gewaardeerd voor zijn inzet. Dat zelfs in het jubileumboekje van de VHP (1999) bij de 50-jarige viering niet specifiek werd ingegaan op zijn regeerperiode is een teken aan de wand.
De cover van het boek: ‘Ramsewak Shankar, technocraat als minister, manager en president’.-.
Universiteitsuitgeverij
‘Ramsewak Shankar, technocraat als minister, manager en president’ is niet bedoeld als roman. Het maakt zaken niet mooier dan ze zijn. Het leest dan ook behoedzaam, maar verveelt niet. Voor menig lezer zal dat betekenen dat wat genoemd is, even moet bezinken en in perspectief geplaatst moet worden, voordat men doorleest. Tijdens de presentatie van het boek in januari van dit jaar werden meer biografieën van markante Surinamers aangekondigd. Deze ontwikkeling zou eigenlijk moeten leiden tot een universiteitsuitgeverij die met een strakke eindredactie en lay-out de wetenschappers zou moeten bijstaan. Dat soort inzichten zouden dit boek, dat op sommige plekken bijvoorbeeld een paar zinnen uitleg mist over aanverwante gebeurtenissen en enkele lastige taalfouten heeft, net dat beetje meer indruk laten maken. Deze schoonheidsfouten doen echter geen afbreuk aan de inhoud, die elke Surinamer eigenlijk zou moeten lezen.
Euritha Tjan A Way
- EBS-bond uit scherpe kritiek op toelage van SRD 40.000 voor…..
- Parlement bespreekt komende week vervolging drie ex-ministe…..
- Hoge prijzen voor basisgoederen in het binnenland blijven p…..
- Repliek op ‘Advocaat Kanhai pleit voor vrijspraak agenten i…..
- Grondige politieke hervormingen nog actueel voor vooruitgan…..
- Hoefdraad vraagt DNA vervolgingsbesluit onder vergrootglas …..
- Container met hulpgoederen geladen voor districtscommissari…..
- AdeKUS en China willen educatieve en culturele samenwerking…..
- Zes ambassadeurs bieden geloofsbrieven aan president Simon…..
- Muzikaal eerbetoon aan Quincy Jones in Theater Thalia..
- Vissers uit Galibi doen kennis op bij Visserscollectief in …..
- Iran waarschuwt: Olieprijs naar 200 USD bij verdere escalat…..
- Belangrijke stappen voor Saamaka-gemeenschap in beheer eige…..
- Stijgende olieprijzen door Midden-Oostenconflict kunnen Sur…..
- Het benoemingsbeleid nader bekeken..
- Dieselgeneratoren defect: dorpen Gran Rio in duisternis..
- Geen sprake van meeltekort; broodproductie weer op gang..
- Zes diplomaten overhandigen geloofsbrieven aan president..
- Florence Johanna Cronie-Anches..
- Oplichters doen zich voor als medewerkers Amerikaanse ambas…..
- Zes maanden uitstel verleend voor indienen vermogensverklar…..